Merlijn Doomernik

Interview

‘Ik wil laten zien dat we met een gekleurde blik naar de wereld kijken’

Mariken Heitman | schrijver

Met Wormmaan, haar tweede boek, won bioloog Mariken Heitman deze week de Libris Literatuurprijs voor de beste Nederlandstalige roman. ‘Ik zie het liefst alles tegelijk: wetenschap én kunst én mensen.’

Het woensdagse klasje van moestuinierleerlingen in Nieuwegein moest het deze week zonder hun vaste docent stellen. Dat is Mariken Heitman en zij was ineens drukbezet in de hoedanigheid van schrijver, nadat maandagavond haar roman Wormmaan bekroond werd met de Libris Literatuur Prijs 2022. Heitman is geen gebruikelijke winnaar, als je afgaat op de statistieken: vrouw, jong, en Wormmaan is pas haar tweede boek. Heitman: „Mijn roman was niet het populairste boek van het rijtje, niet het meest toegankelijke. Ik weet wel dat de Librisprijs meestal niet over populariteit gaat, maar toch had ik het niet verwacht.”

Ook ongewoon: Heitman (39) is schrijver én bioloog. Die dubbele achtergrond is er de oorzaak van dat Wormmaan een onconventionele roman werd, die opvalt door de lyrische taal, maar ook verhalen bevat over erwten en evolutie, en ideeën uitwerkt over natuur, cultuur en genderidentiteit. „De lezer wordt nergens behaagd – en dat is een verademing. Heitman durft het ongemak en wellicht zelfs het onbegrip op te zoeken”, aldus de jury. De roman vertelt een persoonlijk verhaal, maar zoekt tegelijk de grotere, misschien wel universele geldigheid ervan.

Heitman is weer thuis in haar bovenwoning in Nieuwegein, de ochtend na de bekroning. „Toen ik biologie studeerde, vroeg een docent eens wie van de studenten vond dat een wetenschapper een soort homo universalis moet zijn. Ik was de enige die mijn hand opstak. Dat is één anekdote, maar ik denk wel dat veel wetenschappers vooral bezig zijn met hun eigen vakgebied. Ze kunnen daarin heel goed en ambitieus zijn, maar mijn interesse is generalistischer. Ik ben ook graag bezig met het nieuws, met de samenleving. Ik zie het liefst alles tegelijk: wetenschap én kunst én mensen.”

Als ik het ongemak opzoek, levert dat goede tekst op. Dan gaat het ergens over, dan zit er vuur in

Ze was na de middelbare school aan de studie biologie begonnen „uit het puberale verlangen om te willen weten hoe het zat, met het leven”, vertelt ze: „zo groots als een puber kan denken.” De praktijk was „theoretischer”. Maar wat haar had aangetrokken kwam ook aan bod: de schoonheid die ze in de natuur ervoer. „Onder biologen is er heel veel liefde voor de natuur. Wat mij wel van mijn medestudenten onderscheidde was dat ik er echt lyrisch over kon zijn, op een niet altijd wetenschappelijke manier. Ik kon het ook mooi vinden als een onderzoek met vraagtekens eindigde, ik kon de poëzie dan wel inzien. Ik zocht ook wel de grenzen op, ik vroeg me graag af wat de mechanismen uit de natuur met mijn mens-zijn te maken hadden.”

Daarvan is Wormmaan de overduidelijke weerslag. Hoofdpersonage Elke is zaadveredelaar, die ontslag neemt en gedesillusioneerd nadenkt over het werk dat ze jarenlang deed. „Sta jij er nog weleens bij stil dat we planten wezenlijk veranderen?”, vraagt ze een collega. Van veredeling en domesticatie, van planten naar menselijke smaak en voorkeur, trekt ze gaandeweg steeds meer parallellen met ‘socialisatie’, het proces waarbij een mens gevormd wordt door de verwachtingen, wensen en eisen van de groep.

De ideeënroman die Wormmaan is, is bestoft met de konikpaarden bij de Oostvaardersplassen, de uitgestorven dwergmensensoort op het eiland Flores, en gaat van erwtenplanten op een akker naar wormen onder de grond. De roman voert ook naar de prehistorie, naar het begin van de landbouw. Ooit begonnen mensen zaden in de grond te stoppen, waarna het wilde gewas gedurende generaties een verandering onderging die niet meer los te zien was van die menselijke beïnvloeding.

In Wormmaan gaat het over „de gedachte dat de mensheid blind is voor de eigen vormingskracht”, schreef de jury van de Librisprijs. Die zit ’m ook in de vorming van een samenleving, bijvoorbeeld in de verwachtingen van wat mannelijk en vrouwelijk is. De jury: „We geloven dat er een natuurlijke orde is en laten ons daardoor leiden, maar we vergeten dat we die orde zelf hebben aangebracht. Anders gezegd: ook de biologische groentes die wij als natuurlijk zien, zijn het resultaat van negenduizend jaar menselijk ingrijpen. Als we dat voor onze erwten kunnen inzien, waarom is dat voor gender dan zo moeilijk?”

Elke speelde ook al de hoofdrol in Heitmans debuutroman De wateraap uit 2019 – een coming-of-ageverhaal over een meisje dat zich niet thuis voelt bij de vrouwen, maar ook niet bij de mannen. In de mythische ‘wateraap’ vond ze een tussenvorm waarmee ze zich wél kon identificeren.

Heitman: „Uit de ontvangst van De wateraap was me duidelijk geworden dat ik over gender nog niet alles had gezegd wat ik te zeggen had. Ik herinner me dat een lezer in een beoordeling van het boek op Hebban of Goodreads schreef: ‘Vlees noch vis’, iets in die trant. Dat raakte me, ik vond het zo exemplarisch voor hoe er vaak over het onderwerp genderidentiteit wordt gesproken. ‘Tja, wat maakt het toch uit.’ Toen dacht ik: dan heb ik het niet goed uitgelegd. Want ik ben ervan overtuigd dat het niet alleen ertoe doet voor een klein groepje dat daar om intrinsieke redenen mee bezig is. Dit gaat ook over jou.”

Maar het raakte je, dus het was misschien in eerste instantie iets persoonlijks voor jou?

„Eigenlijk niet echt! In elk geval had ik bij De wateraap aanvankelijk nog niet zozeer het idee dat ik over gender aan het schrijven was. Ik was intuïtief aan het werk gegaan en weet nog dat ik verbaasd was toen mijn toenmalige redacteur over gender begon. Maar een boek weerspiegelt toch wie je bent, ook onbewust. Gender was geen onderwerp waar ik vaak over praatte, maar iets wat ik meedroeg en wat toen naar buiten kwam. Een emancipatoir proces. En de ambitie om daar iets over te zeggen maakt dat ik het ongemak dat ik erbij voel voor lief neem. En ik wist: als ik het ongemak opzoek, levert dat goede tekst op. Dan gaat het ergens over, dan zit er vuur in.”

Als puber moet je bij de roedel horen, maar dat lukte me niet

Gender is wel een ongemakkelijke kwestie geweest in het leven van Mariken Heitman. De scène in Wormmaan waarin hoofdpersoon Elke bij de bakker wordt aangesproken als ‘jongeman’ hoefde ze niet te verzinnen. Ze voelde daar ongemak bij, woede.

Waarom vind je dat dat iedereen aangaat?

„Omdat we gender allemaal belangrijk vinden. Dat bewijzen bijvoorbeeld ouders die hun kind een strikje in het haar doen, zodat het op de kinderopvang gezien wordt als meisje. Als jouw meisje aangezien wordt voor jongetje, voel je daar ongemak bij. Ik heb daar geen moreel oordeel over, echt niet, maar ik vraag me af: hoe kan dat? Het kind kan het niets schelen, dat is nog te jong, dus het gaat uit van de ouders. Wie man is wil als man gezien worden en wie vrouw is als vrouw, maar dat is je aangeleerd, misschien pas echt als puber.”

Hoe was jij als puber?

„Nou, tja, ik werd verteerd door schaamte? Als puber moet je bij de roedel horen, maar dat lukte me niet. Ik durfde me niet echt jongensachtig te kleden, terwijl dat wel meer bij me had gepast. En ik kón me niet meisjesachtig kleden, want daar voelde ik me heel raar bij. Ik denk dat ik gewoon nogal slecht kan doen alsof. Ik kon geen kant op. Ik denk dat ik me zelfs voor mezelf verstopte.”

Waarom denk je dat?

„Ik schreef als kind wel verhaaltjes, en gedichten, maar ben daar als puber mee gestopt. Ik heb wel in de eerste klas een dagboek bijgehouden, gewoon over school en onzindingetjes, maar ik vond het direct al heel stom wat ik opschreef. Ik denk dat ik met mijn kwetsbaarheid geconfronteerd werd en dat niet aankon.”

Maar de puberteit is eindig. Hoe ging dat verder?

„Studeren vond ik ontzettend fijn, ik deed iets wat ik interessant vond, kon onbezorgd de diepte in, was onder gelijkgezinden. Ik durfde mijn seksualiteit te ontplooien en te ontdekken. En hoe ouder je wordt, hoe gemakkelijker het wordt om te kijken naar jezelf als pion in de wereld. Nadenken hielp, nadenken over hoe het komt dat mensen op mij reageren zoals ze doen. Zo kwam ik tot mijn bestaansrecht, zo voelde dat.”

Omdat je de mechanismen doorhad?

„Ja, ik zag: dit is het spel. En de mechanismen werden sterker, en daarmee duidelijker. Ik ging na mijn biologiestudie verder in de landbouw en ging agrarische werkkleding dragen, waardoor ik nóg vaker meemaakte dat ik voor jongeman aangezien werd. Dat was vervreemdend. En mensen maken weleens een foutje, maar op sommige momenten is het echt vervelend: als ik op de dames-wc ben en mensen denken dat ik daar verkeerd ben. Een openbaar toilet is voor mij een onveilige plek, ik heb altijd het idee dat daar iets kan gebeuren. Natuurlijk, met het oog op de wereldproblematiek is dit nogal een kleine kwestie, maar ik wil er maar mee zeggen dat zoiets wel je leven beïnvloedt. Ondertussen ging ik er wel steeds meer uitzien op een manier waar ik me goed bij voelde. Ik liet ook elke keer mijn haar wat korter knippen.”

Hoe belangrijk is het dan voor jou om gezien te worden als vrouw?

„Best belangrijk, wat ik dus eigenlijk gek vind, want ik doe er niet echt mijn best voor. Ik heb niet veel met een etiket als non-binair, ik ben een vrouw. Maar ik wil niet vrouw moeten zijn op de manier die in de westerse maatschappij met vrouwelijkheid geassocieerd wordt.”

En dat is wat je met deze roman te zeggen had?

„Nou, het gaat niet om mij, ik heb ook geen klein, persoonlijk verhaal geschreven. Misschien zit het er niet in dat gender voor iedereen een belangrijk thema wordt, maar dan wil ik wel graag laten zien dat we met een gekleurde blik naar de wereld kijken. Dat is mijn verhaal op een existentiëler niveau. En dat gender geen hype is. Op een tentoonstelling over de eerste boeren op Cyprus zag ik een prehistorische vondst: poppetjes, figuren die zowel mannelijke en vrouwelijke geslachtskenmerken hadden.”

Je wilt maar zeggen: tweeslachtigheid is niet onnatuurlijk, het is er altijd geweest.

„Ik kan niet weten wat die mensen van die figuren dachten, maar ik kan wel concluderen dat ze ermee bezig waren. En tweeslachtigheid is bij planten eerder de norm dan de uitzondering, en komt bij allerlei diersoorten voor: wormen zijn hermafrodieten. Dus wat is dan onnatuurlijk? Overigens is het problematisch hoe gemakkelijk we het woord ‘onnatuurlijk’ gebruiken. Op deze wereld is vrij weinig onnatuurlijk, als je bedenkt dat de mens ook onderdeel is van de wereld, van de natuur. Als je zegt dat iets onnatuurlijk is, haal je jezelf eruit.”

Dus onnatuurlijkheid bestaat niet?

„Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen dat bepaald gedrag onnatuurlijk is. Neem als voorbeeld lesbische relaties: als je daar bezwaar tegen hebt, noem het dan moreel verwerpelijk, dan laat je zien dat er een laagje cultuur overheen ligt. En ja, de evolutie is opportunistisch, dat wat werkt wordt doorgegeven, maar dat wil niet zeggen dat lesbische relaties onnatuurlijk zijn.”

Als kind, vertelt Mariken Heitman, had ze al de neiging om de diepte in te gaan, ze dacht veel na en vond niet altijd aansluiting bij leeftijdgenoten. Wel bij dieren. „Ik had een hond waar ik dol op was, ik had cavia’s waarvoor ik doolhofjes maakte van karton, waar ze dan doorheen konden. Ik was gefascineerd door het gedrag van dieren. Nu nog: als ik met iemand in een park loop en er zijn honden aan het spelen, is mijn aandacht meteen weg van het gesprek. Dan móét ik naar die honden kijken, hoe hun verhouding is, wie eerst, wie daarna. Ik denk dat het als kind een manier was om erbij te horen, om dichtbij te komen.”

Bij dieren? Waarom wilde je dat?

„Het mooie aan dieren is natuurlijk dat ze niet oordelen. Als kind dat al vrij snel voelde dat er iets anders aan me was, voelde ik me daarom bij dieren thuis. Daar hoefde ik me niet te houden aan rolpatronen. Dat gaf rust en troost, een bijzonder gevoel dat de natuur kan losmaken.

„Als je tuiniert ervaar je dat nog sterker, in contact met de elementen. Zoiets wordt gauw pathetisch, ik hoop daar in een volgende roman nog eens betere woorden voor te vinden – ik had me eigenlijk voorgenomen om een roman te schrijven waarin ik de aarde een stem gaf. Ik had sterk de indruk dat de aarde, die onzijdig en zo veellagig en meerstemmig is, in het gesprek over gender een neutraliserende stem kon zijn. Als je teruggaat naar de basis, kom je bij de aarde.”

Ja, je kunt inderdaad lyrisch worden als je over de natuur praat.

„Ik heb wel ontdekt: de natuur is mijn stof. Daarom ben ik ook heel blij dat ik biologie heb gestudeerd. Als schrijver moet je wat er in je leeft ergens in weten te verbeelden, en dat is voor mij de natuur. Daar vind ik het materiaal waarmee ik me kan uitdrukken.”