Illustratie Kwennie Cheng

Huismerken, dikkere truien, onbetaalde rekeningen: de hoge inflatie is nu al voelbaar

Geldontwaarding De inflatie is met bijna 10 procent ongekend hoog. De koopkracht van Nederlanders dreigt dit jaar flink achteruit te gaan. Nemen hun geldproblemen toe?

Minder Albert Heijn, meer Aldi. Wat betekent het als de prijzen in Nederland met 10 procent stijgen? De eerste voorzichtige aanwijzingen dienen zich aan. Budgetsupermarkten krijgen meer klandizie. Organisaties die mensen helpen budgetteren, krijgen meer vragen. En bij energieleveranciers en woningcorporaties nemen de zorgen over problematische betaalachterstanden toe.

De afgelopen maanden bereikte de inflatie een recordhoogte. In april waren de consumentenprijzen 9,6 procent hoger dan een jaar eerder, meldde het CBS dinsdag. De oorzaak, in een notendop: grote grondstof- en personeelstekorten door snel economisch herstel na een pandemie, en de oorlog in Oekraïne.

Lees ook: De inflatie sijpelt door in het winkelmandje

Sinds de jaren tachtig waren de prijsstijgingen niet zo hoog. En waar de hoge inflatie toen nog gecompenseerd werd door nog hogere lonen, dreigt de koopkracht van Nederlanders dit jaar flink achteruit te gaan.

Waar leidt dat toe? Gaan mensen zuiniger leven? Hun gedrag veranderen? Nemen de geldproblemen toe?

Harde cijfers zijn er niet. Nóg niet. We staan nog maar aan het begin: de kosten voor boodschappen en energie zullen naar verwachting blijven oplopen. En hoe langer het duurt, hoe groter de kans dat mensen in geldnood komen.

Maar de eerste gedragsveranderingen zijn er wel. Zo ziet marktonderzoeker GfK dat budgetsupermarkten als Aldi, Lidl en Dirk populairder worden. Hun marktaandeel lag begin dit jaar zo’n 3 procent hoger dan begin vorig jaar, blijkt uit een GfK-enquête onder tienduizend huishoudens die langdurig hun koopgedrag doorgeven. En huismerken worden populairder, ten koste van A-merken – ook bij consumenten met een hoog inkomen.

Op den duur lijken grotere problemen onvermijdelijk. Als de prijs van basale behoeften als warmte, eten en kleding zó snel blijft stijgen, „is het niet meer dan logisch dat ook de armoede gaat toenemen”, zegt onderzoeker Stella Hoff van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Meer mensen zakken dan onder de armoedegrens. Of, beter gezegd: de armoedegrens stijgt, omdat je een hoger inkomen nodig hebt om in je basisbehoeften te voorzien.

Op dit moment leven ongeveer 900.000 mensen in armoede, blijkt uit cijfers van het CBS en SCP. Dat is grofweg een op de achttien Nederlanders. Hun besteedbaar inkomen is rond de 1.100 euro per maand of lager. Het armoederisico is het grootst voor bijstandsgerechtigden, eenoudergezinnen en mensen met een migratieachtergrond, vooral uit vluchtelingenlanden.

Veel armen hebben gewoon een baan: zo’n 40 procent is een ‘werkende arme’. Hoff: „Mensen die weinig uren werken, om welke reden dan ook – dat helpt niet. Zeker niet als het voor een salaris rond het minimumloon is. We zien ook veel mensen met tijdelijke of onzekere banen.”

Relaties onder druk

Als de armoede in Nederland straks toeneemt, zegt Hoff, leidt dat tot veel bredere problemen.

Want armoede is meer dan een gebrek aan geld. Het betekent ook dat je kind niet naar een betaalde bijles, sportclub of muziekles kan, waardoor het kansen misloopt om zich te ontwikkelen. Zo wordt ook het armoederisico doorgegeven aan een nieuwe generatie. Hoff: „En je fysieke en mentale gezondheid lijdt eronder, want je hebt stress.” Dat zet relaties onder druk, tussen partners en tussen ouders en kinderen.

Niet alleen mensen die rond de armoedegrens zitten, maken zich zorgen over de snelle prijsstijgingen. Arjan Vliegenthart, directeur van budgetinstituut Nibud, ziet dat aan de vragen die binnenkomen. „Wij krijgen meer belletjes van mensen die moeite hebben met rondkomen, juist ook van mensen die rond modaal verdienen.” Veruit de meeste vragen gaan over de energierekening, zegt Vliegenthart.

Illustratie Kwennie Cheng

Toch zien energieleveranciers het aantal gezinnen met betalingsproblemen nog niet significant toenemen. Vattenfall ziet een „lichte stijging”, zegt een woordvoerder. Het betaalgedrag van klanten verandert wel op andere manieren. Zo verlagen meer mensen hun termijnbedrag. Dat is niet zonder risico: hoewel het op korte termijn inderdaad een besparing oplevert, moet de volledige rekening aan het einde van de rit alsnog worden voldaan.

Energieleverancier Nuts Groep, het bedrijf achter onder meer NLE en Budget Energie, zegt daarnaast te merken dat klanten die nu hogere energietarieven hebben iets minder snel betalen dan voorheen. „Maar vooralsnog zijn het overzichtelijke aantallen.”

Ook woningcorporaties, telecomproviders en zorgverzekeraars zien nog geen betaalachterstanden ontstaan, althans niet meer dan normaal. Maar zij zien wel kleine verschuivingen.

Zo lukt het zorgverzekeraar Menzis „iets” vaker niet een automatische incasso te innen. Dat hoeft geen gevolg te zijn van de hoge inflatie. Tijdens de coronapandemie zagen verzekeraars juist dat méér mensen hun rekeningen op tijd betaalden. Waarschijnlijk omdat zij in de coronamaanden minder uitgaven, en dus meer geld overhielden. Deze toename zou dus ook het ‘oude normaal’ kunnen zijn.

Toch maken de bedrijven zich zorgen. Ze verwachten dat het aantal mensen dat de rekening niet meer kan betalen, later dit jaar zal toenemen.

Verwarming uit

Dit is dan ook het moment om alert te zijn, zegt Marco Florijn, voorzitter van de vereniging voor financiële hulpverleners NVVK. Als mensen in de knel komen, duurt het een tijdje voordat instanties dat merken, legt hij uit. „Ze zetten eerst de verwarming uit en trekken drie truien aan. Of ze lenen geld bij vrienden en familie.” Pas als ze het écht niet meer redden, kloppen ze aan bij de gemeente en schuldhulpverlening.

Incidentele compensatie, zoals de eenmalige energietoeslag van 800 euro, gaat mensen ook niet uit de financiële problemen houden, zegt Florijn. „De politiek kan dus gaan zitten hopen dat het meevalt, óf ze moeten structureel in de bestaanszekerheid van mensen investeren – door bijvoorbeeld het minimumloon te verhogen.”

De laatste keer dat de prijzen zo hard stegen, in de jaren zeventig en tachtig, werd die prijsstijging ruimschoots gecompenseerd door stijgende lonen. Het extreemst was 1975, toen de prijzen met 10,2 procent stegen en de lonen met 15,5 procent.

Lees ook: De prijzen wel omhoog en je loon niet. Hoe kan dat?

In die tijd was de vakbeweging nog machtig. Nu, vijftig jaar later, is haar aanhang gedecimeerd. Nog maar een op de zeven werknemers is lid, tegenover meer dan een op de drie in de jaren zeventig. De vakbonden voeren nog steeds de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden van zo’n 80 procent van de Nederlandse werknemers, maar hun machtsbasis is verzwakt.

Dat vertaalt zich in een lagere loongroei. In april was de gemiddelde loonstijging in nieuwe cao-afspraken 3,4 procent, volgens werkgeversvereniging AWVN. Dat is de hoogste loongroei in zeker vijftien jaar tijd, maar nog ver onder de inflatie.

Daar hebben ook niet-werkenden last van. Want allerlei uitkeringen volgen de ontwikkeling van cao-lonen, zoals de bijstand, de AOW en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Dus als de loongroei achterblijft, wordt die pijn ook gevoeld door arbeidsongeschikten, gepensioneerden en bijstandsontvangers.

Hoewel het voor de hand ligt dat mensen in de knel zullen komen, is over de omvang van dat probleem veel twijfel. Wat niet helpt: het is onduidelijk hoe hoog de prijsstijging precies is die mensen nu ervaren.

Het CBS-getal van 9,6 procent lijkt daarvoor een zware overschatting. Want meer dan de helft ervan wordt verklaard door de snelle stijging van de energieprijs. Zo was gas vorige maand 141 procent duurder dan een jaar eerder, volgens het statistiekbureau, en elektriciteit 156 procent. Maar die meetmethode staat ter discussie.

De kosten van energie blijven voorlopig hoog, verwacht ABN Amro. Daar komt bij dat de inflatie zich verbreedt

Het CBS kijkt alleen naar de prijs van nieuwe energiecontracten, terwijl de meeste huishoudens een langlopend contract hebben waarin nog een oude – lagere – prijs is vastgelegd. Het CBS heeft geen inzicht in wat huishoudens nu echt betalen voor hun energie.

Volgens ABN Amro stegen de werkelijke energiekosten veel minder sterk: met gemiddeld 20 procent. Dat blijkt uit de transacties van zo’n vijf miljoen ABN-rekeninghouders. Dat komt niet alleen door de langetermijncontracten. Ook mensen die in de eerste drie maanden van dit jaar een nieuw (en dus duurder) energiecontract hadden afgesloten, gingen gemiddeld ‘slechts’ 25 procent meer betalen.

Zachte winter

„Als mensen in hun nieuwe contract een hoge prijs zien, schroeven ze hun verbruik waarschijnlijk terug”, verklaart hoofdeconoom Sandra Phlippen van ABN Amro. Ook de zachte winter hielp mee. Daardoor krijgen mensen vaker geld terug over het afgelopen jaar en kan hun verwachte verbruik voor het komende jaar lager uitvallen.

Maar ook 25 procent is een forse stijging, die vooral lage inkomens hard raakt. Waar eindigt dit?

De energiekosten blijven voorlopig hoog, verwachten analisten van ABN Amro. En steeds meer mensen krijgen ermee te maken, als ze een nieuw contract moeten afsluiten.

Daar komt bij dat de inflatie zich verbreedt. „Ook bedrijven consumeren energie”, zegt Phlippen. Die hogere productiekosten sijpelen door in een groeiend aantal consumentenprijzen. „Daarbij hebben prijsstijgingen de neiging weer nieuwe prijsstijgingen te veroorzaken.” De „uitholling van de koopkracht” zal nog zeker tot volgend jaar voelbaar blijven, verwacht Phlippen.

Kortom: de pijn van inflatie is nog lang niet voorbij, ook niet voor middeninkomens. Vliegenthart van het Nibud: „Zij hebben misschien wat meer speelruimte. Maar ook zij zullen zich de vraag moeten stellen: hoe ga ik hiermee om?”