Opinie

Bij de oorlog in Oekraïne beide kanten laten zien, creëer je daarmee niet een valse balans?

De journalistieke keuken

Nog eerder dan de feitelijke oorlog begon in februari de propagandaoorlog. Uit Oekraïne kwamen beelden binnen waarvan NRC niet met zekerheid kon zeggen of ze een getrouw beeld van de werkelijkheid gaven: ze kwamen direct of indirect van een van de strijdende partijen. Op sociale media circuleerden intussen honderden filmpjes met beelden waarvan evengoed moeilijk te achterhalen was of ze authentiek waren. In een poging enige opheldering te bieden, begon de mediaredactie een nieuwe rubriek: ‘De beeldoorlog’.

„We laten daarin zien wat we wel en niet over een situatie weten”, zegt chef Media Karel Smouter. „In de slag om de beeldvorming zijn er betwiste feiten en die moet je onderzoeken.” Een meer klassieke ‘factcheck’, zoals NRC die vaak maakte, zou tot onbevredigende resultaten leiden, was de gedachte. „Dan beloof je iets wat je in deze situatie niet kunt waarmaken: een definitief oordeel.”

Dat schoot sommige lezers in het verkeerde keelgat. Want geef je met een aparte rubriek de toch al aanwezige propaganda en desinformatie niet te veel aandacht en zo onbedoeld ook enige legitimatie? Inmiddels zijn zes afleveringen verschenen. Vooral de eerste twee leidden tot kritische reacties én tot opvallend veel lezers – waarover zo meer.

Partij kiezen

Wat is er waar van de verhalen over Amerikaanse ‘biolabs’ in Oekraïne?, kopte NRC op 21 maart online boven het eerste stuk. Op Oekraïens grondgebied zouden laboratoria zijn waar de Amerikanen biowapens maken om Rusland aan te vallen. Het Russische propagandaverhaal, op sociale media vooral verspreid door bewezen complotaccounts, was duidelijk nepnieuws, concludeerde redacteur Wilmer Heck. De labs hadden vooral een rol bij Covid-bestrijding. Een video waarop Russische krijgsgevangenen worden beschoten lijkt toch wel authentiek, stond boven de tweede aflevering, ook geschreven door Heck en op 29 maart online gepubliceerd. Ook Oekraïners pleegden oorlogsmisdaden, bleek uit een filmpje waarop ogenschijnlijk Russische krijgsgevangen door de benen werden geschoten.

Lees ook: Russische desinformatie als vertrouwd patroon: ontkennen, verdraaien, verhullen

Was NRC soms „een Poetin-spreekbuis” geworden?, schreef een boze lezer over dat tweede stuk. Door Oekraïne van oorlogsmisdaden te betichten speel je de Russen in de kaart, vond hij. NRC kon duidelijker partij kiezen – voor Oekraïne uiteraard.

Dat is opvallend genoeg een opvatting die vaker in lezerspost opduikt. In de eerste weken na de inval ging het vooral om de in oorlogstijd meest gepaste spelwijze van de hoofdstad: Kiev of het Oekraïense ‘Kyiv’. Later kwam bijvoorbeeld ook post over het gebruik van het woord ‘narratief’ over de (in het Westen dominante) Oekraïense verdedigingslijn tegenover de Russische agressie. Waarom zo neutraal? Het is toch duidelijk wie hier de agressor is?

‘Bothsidesism’

Op Twitter was vooral slavist Marit de Roij erg uitgesproken. Het artikel over de ‘biolabs’, en dan vooral de kop erboven, vond ze onbegrijpelijk. Je moet, zegt ze aan de telefoon, al meteen in de kop duidelijkheid geven om verdere verspreiding van nepnieuws te voorkomen. Dat gebeurde op papier trouwens wel (‘Biolabs’ houden vooral Covid-19 in de gaten), maar online dus niet.

Een „beginnersfout” bij factchecks noemt de Leidse mediawetenschapper Alexander Pleijter het zelfs. „Op Google zie je alleen de vraag en een paar zinnen van het intro. Zonder abonnement kun je het artikel niet lezen. Grote kans dat de vraag dan bij mensen blijft hangen”, zegt hij. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat een rubriek die probeert nepnieuws te ontzenuwen meehelpt aan de verspreiding van nepnieuws. „Het journalistieke belang dat je geen nepnieuws wil verspreiden lijkt me hier zwaarder wegen dan het verdienmodel”, zegt Pleijter. De auteur van het stuk, Wilmer Heck, is het daarmee eens: „Dit moet in de toekomst anders”, zegt hij.

Lees ook dit opiniestuk: Het Westen moet de informatieoorlog aangaan

Over de tweede aflevering van ‘De beeldoorlog’, over de vermeende Oekraïense oorlogsmisdaden, twitterde De Roij: „Zo ergerlijk. Rusland begaat elke minuut vd dag oorlogsmisdaden, Oekraïne LIJKT dat nu 1x te doen (tegenover tienduizenden keren aan de andere kant), door dat uit te vergroten creëer je een ‘beide kanten zijn fout’-beeld.”

NRC maakt zich schuldig aan wat tegenwoordig vaak ‘bothsidesism’ genoemd wordt, zegt ze: het creëren van een pseudobalans door twee onvergelijkbare grootheden tegenover elkaar te zetten. „Oekraïners zullen misschien ook wel eens oorlogsmisdaden plegen”, zegt De Roij aan de telefoon, „maar NRC zet er zo een enorme schijnwerper op. Lezers krijgen zo de indruk dat het Oekraïense geweld gelijk staat aan het Russische; mensen zijn nou eenmaal niet zo slim als je hoopt.” De Roij ziet „heel erg een kramp om beide kanten te willen belichten, maar het een weegt echt niet op tegen het ander”.

‘Bots en trollen’

Het viel haar bovendien op, zegt ze, dat de stukken in de nieuwe rubriek meteen bovenaan de hitlijst ‘Best gelezen’ op nrc.nl stonden. In haar Twitter-timeline zag ze de vermeende biolabs en Oekraïense oorlogsmisdaden op de gekste plekken terugkomen: „via bots en trollen”.

Of dat zo is, is niet met zekerheid vast te stellen. Maar Sophie van Oostvoorn van NRC’s lezersdesk ziet na wat digitaal forensisch onderzoek dat het stuk over de vermeende oorlogsmisdaden vooral op Twitter inderdaad een geheel eigen leven is gaan leiden. Nadat categorisch tegendraadse twitteraars als Thierry Baudet, Joost Niemöller en George van Houts het stuk hadden aanbevolen, belandde het bij de meest obscure (anonieme) accounts.

Maar is dat een reden dergelijke stukken niet te maken? „Natuurlijk niet”, zegt Smouter. „De toetssteen moet het internationaal recht zijn. Als Oekraïeners oorlogsmisdaden plegen, dan moet je daar ook over schrijven.” Dat heeft volgens hem niets met ‘bothsidesism’ te maken: in de tweede zin van de zo goed gelezen rubriek schreef Heck dat „ondertussen wel duidelijk” is dat de Russen oorlogsmisdaden plegen. Hij noemde expliciet de aanval op het theater in Marioepol en het gebruik van clustermunitie. „Je kunt dus niet zeggen dat we de Oekraïense ontsporingen evenveel gewicht geven als de Russische.” Maar alles draait om „proportionaliteit”, erkent Smouter.

In een oorlog doe je het als journalist eigenlijk nooit goed, resumeert Alexander Pleijter. „Onafhankelijke bronnen zijn er bijna niet.” De Roij pleit vooral voor meer voorzichtigheid. Niet alleen in koppen, maar bijvoorbeeld ook bij het citeren van Russische hoogwaardigheidsbekleders. „Als een land zó veel liegt, als er zó veel desinformatie rondgaat, dan moet je daar je journalistiek op aanpassen.” Maar het is „naïef” om te denken dat alleen Rusland liegt, zegt Heck.