Opinie

Voetbal-arbitrage is gammel, herzie de VAR

De Video Assistent Referee (VAR) was goed voor het voetbal, maar in de praktijk wordt het systeem verkeerd gebruikt, schrijft .

Foto Pieter Stam de Jonge / ANP

De beruchte handsgoal bij Frankrijk-Ierland (2009). De Engelse gelijkmaker tegen Duitsland die in 2010 niet werd geteld. Dat soort beslissende fouten moest met de invoering van Video Assistent Referee (VAR) verleden tijd zijn.

Vier jaar na de invoering in de Eredivisie wordt het landskampioenschap echter beslist door een arbitrale dwaling, bij Feyenoord-PSV. Na de invoering van een miljoenen kostend systeem om dit soort fouten te voorkomen is dat moeilijk te verteren. Dat trainers en analytici de stoom uit de oren komt, is dan ook alleszins begrijpelijk. Critici zullen er ongetwijfeld weer op wijzen dat discussie over beslissing nu eenmaal bij voetbal hoort of stellen dat we sinds de invoering weinig zijn opgeschoten.

Hoewel beide in mijn ogen onjuist zijn, is de manier waarop de VAR nu wordt gebruikt echter een heilloze weg. Sterker nog: het VAR-protocol van spelregelbond IFAB is een gedrocht. De VAR in het voetbal kent drie grote weeffouten in het systeem: de zeggenschap is niet juist verdeeld, het systeem is ontoereikend en het systeem is niet transparant. Hoog tijd om de denkfouten die bij de invoering zijn gemaakt, te herstellen.

Ten eerste moet de VAR volwaardig meebeslissen; de scheidsrechter op het veld moet van zijn sokkel worden gehaald. De VAR mag nu slechts adviseren, en dan ook nog in een beperkt aantal situaties. De gedachte hierachter was dat de autoriteit van de scheidsrechter op het veld anders ter discussie zou komen te staan. Een ondoorgrondelijke redenering, aangezien de autoriteit van iedere voetbalscheidsrechter ook zonder de VAR al 90 minuten binnen en buiten de lijnen ter discussie staat. Als amateurscheidsrechter bij de KNVB, zonder VAR, kan ik daarover meepraten.

Lees ook: Kritiek op de toegekende strafschop door de VAR: hoe kon dit gebeuren?

Bovendien blijkt de scheidsrechter op het veld, als gezicht van de arbitrale leiding, na de invoering van de VAR júíst het mikpunt van onvrede te zijn. Dat de official die alle informatie (lees: beelden) ter beschikking heeft de minste zeggenschap heeft over beslissingen, is niet uit te leggen. Wanneer de veld- en videoscheidsrechter in samenspraak beslissingen nemen, is het veel ongeloofwaardiger als spelers nog blijven protesteren. Dit is duidelijk zichtbaar als een scheidsrechter na een ‘on-field review’ alsnog naar de stip wijst of rood tevoorschijn tovert: meestal wordt dit zonder veel morren geaccepteerd. Bijkomend effect van een gedeelde verantwoordelijkheid zal zijn dat scheidsrechters op het veld veel vaker zelf een review zullen vragen, omdat het geen gezichtsverlies of autoriteitsverlies meer zal betekenen, maar een manier om tot een betere beslissing te komen.

Op de tweede plaats moet de VAR altijd kunnen ingrijpen. De reikwijdte van de VAR vraagt dringend om herziening. Volgens de huidige protocollen mag de videoscheidsrechter pas in actie komen bij ‘duidelijke fouten’ en dan alleen bij situaties rondom een doelpunt, penalty, directe rode kaart of persoonsverwisseling. Maar wat is ‘duidelijk’? En wat is een fout?

Als scheidsrechter weet ik zelf maar al te goed hoe vaak de twijfel aan je knaagt. De enige denkbare reden dat scheidsrechter Gözübüyük afgelopen weekeinde niet naar het scherm werd geroepen, is dat zijn collega in Zeist de fout niet duidelijk genoeg vond. Zou deze richtlijn niet in het protocol hebben gestaan, dan zou er zonder twijfel een review hebben plaatsgevonden en zou er gezamenlijk zijn geconstateerd dat hier geen sprake was van strafbaar hands.

Daarbij komt nog dat een tweede gele kaart net zo beslissend kan zijn als een directe rode kaart, dat uit een onterecht toegekende corner een beslissend doelpunt kan vallen, enzovoort. Het is onbegrijpelijk dat een team van officials – net als de televisiekijker – fouten wel kan zien, deze dankzij peperdure technologie ook direct aan de scheidsrechter zou kunnen communiceren, maar dat van de voetbalbond niet kan en mag, uit angst voor onnodig oponthoud.

Tot slot moet iedereen de besluitvorming kunnen volgen; de communicatie tussen de officials zou veel transparanter moeten zijn, en openbaar te volgen, net als bij hockey en rugby. Zelfs een vermeend onterechte beslissing wordt makkelijker te accepteren als je de motivatie hierachter kent. Bovendien zou het veel misverstanden wegnemen bij publiek en commentatoren, waar het nogal eens schort aan adequate kennis van de spelregels. In het huidige systeem moet iedereen gissen naar zowel de waarneming als de interpretatie van de wijzen uit Zeist.

Video-arbitrage is nog steeds kansrijk en zou veel problemen oplossen als de mogelijkheden ervan worden omarmd in plaats gevreesd. Geef teams bijvoorbeeld, net als in het hockey, het recht eenmalig een review aan te vragen. Zal dit in alle situaties gerechtigheid opleveren? Niet in alle, aangezien de spelregels van het voetbal soms ruimte laten voor interpretatie. Maar de wekelijkse VAR-discussie zou verleden tijd zijn. Onder druk van video-arbitrage worden de spelregels bovendien steeds verder verduidelijkt en aangescherpt.

Dat ik in de derde klasse zaterdagamateurs met spelers over een fout discussieer, hoort er misschien bij. Met miljoenen kostende technologie, waaraan clubs nota bene zelf mee betalen, zou gammele arbitrage in de topsport echter definitief tot het verleden moeten behoren.