Opinie

Macron wil Oekraïne geen valse hoop geven

Luuk van Middelaar

Welke plaats en toekomst is er voor Oekraïne op het Europese continent? Het is – als we over de acute oorlog heenstappen – dé strategische vraag van dit moment.

In zijn 9 mei-rede op het Rode Plein gaf president Poetin antwoord, met een veelzeggende weglating. In zijn verhaal over de Tweede Wereldoorlog en de oorlog nu vermeldde hij onder meer Kiev, Odessa en de Donbas. Ook sprak hij van „neo-nazi’s”, de Verenigde Staten en de NAVO. Maar Oekraïne noemde de Russische leider niet bij naam. Het land verdient voor hem geen plaats op de staatkundige kaart van ons continent.

Een belangrijkere zet deed Emmanuel Macron dezelfde dag in Straatsburg. Hij sprak in het Europarlement ter afronding van de burgerraadpleging over de Europese Unie. Maar bij nadenken over Europa’s toekomst kun je niet heen om Oekraïne – buurland in doodsnood dat van EU-toetreding redding verwacht.

De Franse president benutte de gelegenheid om in alle elegantie klare taal te spreken. „Vandaag reeds is Oekraïne, door zijn strijd en moed, in ons hart een lid van onze familie, van onze unie. [...] Maar zelfs als we het land morgen de kandidaatstatus verlenen [...], dan nog weten we allemaal dat dit proces meerdere jaren zal duren, en in werkelijkheid ongetwijfeld meerdere decennia.” Tenzij de EU de prijs zou betalen om de eigen standaarden, principes en waarden en dus samenhang te loochenen, hetgeen Parijs niet van zins is.

Het klonk als een terechtwijzing aan het adres van Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie die al drie dagen na de Russische invasie eigener beweging het vooruitzicht van Oekraïne’s EU-lidmaatschap op tafel legde. Zij deed dit vanuit een evidente emotie („ze horen bij ons”) en het verlangen aan de goede kant van de geschiedenis staan. Tegelijk wekte Von der Leyen verwachtingen die niet ingelost kunnen worden. De grens tussen hoop en valse hoop is dun.

De Parijse aarzelingen over Oekraïne’s EU-lidmaatschap worden gedeeld in Berlijn en Den Haag. De regering-Scholz zoekt het alternatief vooralsnog in ad-hocsteun; wederopbouwfondsen, bilaterale partnerschappen, allerlei ideeën doen de ronde. Het kabinet-Rutte volgt een procedurele lijn: we gaan het stap voor stap bekijken, de criteria zijn helder, het gaat sowieso jaren duren (en vergeet de corruptie niet).

Je voelt de aarzeling om de strategische gronden voor terughoudendheid te verwoorden. Maar een EU die geopolitiek wil zijn, zoals ook minister Wopke Hoekstra maandag in zijn sterke Europa-rede in Maastricht bepleitte, moet keuzes maken en territoriale grenzen trekken.

Macron wil meer dan de deur dichthouden. De sleutelzin uit zijn betoog: „De Europese Unie kan, gezien haar niveau van integratie en ambitie, op korte termijn niet het enige middel zijn ter structurering van het Europese continent.” Laten we ons dus niet blindstaren op uitbreiding, maar iets nieuws bedenken met relevantie voor alle Europese landen. Behalve om Oekraïne gaat het dan om Moldavië en Georgië (die inmiddels ook toetredingsbrieven postten) plus de staten op de Westelijke Balkan (in diverse stadia van de EU-wachtkamer), wie weet Turkije en andere landen.

Vandaar het voorstel: oprichting van een ‘Europese Politieke Gemeenschap’ voor de 27 EU-staten plus deze buitenring van Europese landen met democratische waarden. Dit moet meer zijn dan een frustrerende ‘wachtkamer’ waar EU-aspiranten hun oefeningen doen, maar reeds hier en nu fora voor politiek overleg en samenwerking bieden. Ook voor landen die de Unie verlieten, zoals het Verenigd Koninkrijk. De invulling moet nog volgen, al noemde Macron wel „de jeugd” – denk: stages of Erasmusstudie in of vanuit Lviv, Tblisi, Belgrado.

Dit Franse voorstel grijpt terug op oude ideeën. Na de vorige grote continentale schok, na de Val van de Berlijnse Muur einde 1989, lanceerde president François Mitterrand het plan voor een „Europese confederatie”. Ook hij hoopte de uitbreidingshaast te temperen en een nieuw, wijder pan-Europees huis te bouwen, opdat de bestaande binnenring (destijds: de Europese Economische Gemeenschap van twaalf landen) niet zou bezwijken onder de krachten die het einde van de Sovjet-Unie losmaakte. Mitterrands plan leidde tot weinig; wellicht kwam het te vroeg.

In de jaren nadien vormde de oude EEG zich om tot EU, die de staten in Midden- en Oost-Europa toetredingsperspectief bood; Polen en zijn buren moesten wel veel huiswerk doen en 15 jaar wachten. Strategisch detail dat Poetin niet zal zijn ontgaan: voor alle EU-toetreders die vanachter het IJzeren Gordijn kwamen, ging het NAVO-lidmaatschap er indertijd aan vooraf.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en historicus.