Recensie

Recensie Theater

In ‘Kleine pijntjes’ verhult Johan Goossens de angst om af te takelen met anekdotes

Johan Goossens ‘Kleine pijntjes’ van cabaretier Johan Goossens is overwegend een uitwaaierende cabaretavond van wisselende kwaliteit. Maar als hij spreekt over de relatie met zijn ouders zien we een andere, ontroerende kant van Goossens.

Johan Goossens in de voorstelling ‘Kleine Pijntjes’
Johan Goossens in de voorstelling ‘Kleine Pijntjes’ Foto Jaap Reedijk

Als kind kon hij niet slapen omdat hij wist dat-ie de volgende dag pannenkoeken ging eten. Maar dat enthousiasme is er inmiddels wel een beetje af. Wel vaker heeft de 39-jarige Johan Goossens het in Kleine pijntjes over wat het is om ouder te worden. In tegenstelling tot een paar jaar geleden, voelt hij zich inmiddels ook daadwerkelijk zo oud als hij daadwerkelijk is. Wilde hij vroeger de wereld verbeteren, nu probeert hij vooral minder tussendoortjes te eten. Ging hij eerder voor de ware liefde, nu is hij al blij als het überhaupt een beetje klikt.

Tussen dergelijke losse observaties door, is Kleine pijntjes lange tijd een wat uitwaaierende cabaretavond van wisselende kwaliteit. Goossens voert de coronacrisis op als excuus: hij heeft niets meegemaakt tijdens de lockdowns, behalve dat zijn bank nu een zitkuil heeft en zijn buik een buikje werd. Funest natuurlijk voor een cabaretier die vooral uit eigen ervaringen put.

Lees ook dit interview met Johan Goossens

Dus krijgt de toeschouwer vooral meer van wat we al van Goossens kennen: in vermakelijke anekdotes moppert hij vrolijk over het onderwijs (een fijn droogkomisch lied over de beslommeringen van online-lesgeven), zijn seksleven en zijn ervaringen als cabaretier, aangevuld met dagelijkse huis-tuin-en-keukenperikelen over stoppen met drinken en Brabantse kringverjaardagen. Een wat scherpere selectie in zijn onderwerpkeuze had zeker niet misstaan.

Kreunen

Pas tegen het einde, als Goossens echt persoonlijk wordt, komt de voorstelling binnen: in een aantal ontroerende reflecties op de relatie met zijn moeder en zijn vorig jaar overleden vader, krijgen we een andere kant van hem te zien. Eigenlijk wil hij graag vertellen over het moment dat zijn vader overleed, maar hij bedenkt zich: als hij dat in zijn voorstelling verwerkt en avond aan avond vertelt, is hij bang dat zijn herinnering plaatsmaakt voor het verhaal dat hij ervan gemaakt heeft. Wel heeft hij een prachtig lied geschreven over de laatste weken van zijn vader, die noodgedwongen steeds meer hulp aanvaardde.

Ineens vermoed je ook waarom Goossens zich zo druk maakt over zijn ‘kleine pijntjes’. Het begint ermee dat je jezelf als bijna-veertiger ineens hoort kreunen als je gaat zitten, maar wie weet eindig je in een huis vol briefjes (‘deze pillen nemen’, ‘niet naar buiten gaan’) en een verzameling naasten die een zorgschema voor je hebben opgetuigd. Johan Goossens wordt ouder, idealen worden desillusies en kleine pijntjes worden groot.