Opinie

Van vorm kunnen veranderen is een belangrijke vrijheid

Eva Meijer

De deurbel gaat. Er staat een tweeling op de stoep. Ze hebben dezelfde lichtblauwe pakken aan. Een van hen draagt een T-shirt waar met pen they/them is opgeschreven. Sandy, de hoofdpersoon van Companion Piece, Ali Smiths nieuwe roman, doet de deur voor ze open.

Sandy houdt van taal. „De kleinste verschuiving in een woord”, zegt ze, „zoals die op je T-shirt, kan alles mogelijk maken.” De tweeling is kwaad op Sandy om redenen die er hier niet toe doen, maar luistert als ze vertelt dat taal levend is en betekenis ook. Kijk maar naar they/them: „Het betekent dat een individu tegelijkertijd enkelvoud en meervoud kan zijn.”

Companion Piece is een verzameling verhalen die familie van elkaar zijn. Er komen ook families in voor – van bloed, met vrienden, met dieren. Veel verhalen gaan over de mogelijkheid om nieuwe verhalen te vertellen, over nu en het verleden, om zo bijvoorbeeld de vrouwen daarin hoofdpersoon te maken. Het is ook een roman over de veelheid die verloren gaat in gemakkelijke tegenstellingen. Zoals in het geval van gender.

Je kunt non-binair (they/them) op twee manieren opvatten. Ten eerste als de veelheid die het enkelvoud ter discussie stelt. Iemand is man en vrouw, soms man, dan vrouw, allebei niet, zit ertussenin, heeft steeds de vrijheid om een nieuw verhaal over zichzelf te vertellen. Bewegingsruimte in de onbepaaldheid, noemt Smith dat. Of als een derde gender, een extra hokje in een paspoort voor wie de andere hokjes niet passen, een nieuw enkelvoud.

Ik begreep het altijd als de eerste mogelijkheid – daarom is hen/hun ook mooier in het Nederlands dan die/diens. Maar de laatste tijd lijkt de tweede opvatting terrein te winnen. Mensen in de kunstwereld en academische wereld sluiten hun mails bijvoorbeeld af met hun gender. Dat bedoelen ze goed: er is nu een gender bij, we moeten normaliseren dat we mensen naar hun voornaamwoorden vragen. Maar hij/zijn (of iets anders) aan je mailhandtekening toevoegen maakt een hokje van een antihokje. Het versterkt de heteroseksuele illusie.

Heteroseksualiteit is niet alleen een seksuele voorkeur, het is ook en vooral een ordening van onze sociale realiteit. Die is dominant maar niet universeel – er zijn culturen met andere genders, andere afbakeningen van vriendschap en liefde, andere samenlevingsverbanden – en historisch specifiek. De oude Grieken hadden bijvoorbeeld andere invullingen van vriendschap en liefde. In het heterobeeld zijn er twee genders die elkaar complementeren. Dat beïnvloedt niet alleen degenen die zich zo begrijpen, ook wat het betekent om een goede homo te zijn (bijvoorbeeld uit de kast komen, trouwen, en dan een leuke eengezinswoning kopen in een nieuwe wijk).

Filosoof Judith Butler schrijft veel over gender. De samenleving legt mensen bepaalde genderrollen op. Daar kun je mee spelen – je kunt een andere rol aannemen – maar je wordt altijd gelezen binnen het patroon dat er al ligt en dat maar langzaam verschuift. Hoe heeft je eigen genderidentiteit je werk beïnvloed, vroeg The Guardian Butler vorig jaar. Butler vertelt dat anderen hen vooral definiëren – familie, school, medische figuren, lezers. Zelf beleeft hen nu plezier aan they. Die categorie bestond nog niet toen hen Gender Trouble schreef, maar nu die bestaat, valt hen er logisch in.

Misschien biedt een nieuwe categorie ruimte omdat er nieuwe rollen ontstaan. Maar als het alleen een nieuwe categorie is, ligt het risico van enkelvoud weer op de loer. En de taal laat ons zien dat er altijd een andere manier is om de wereld en onszelf te beschrijven. Van vorm kunnen veranderen is een belangrijke vrijheid. Of, zoals Smith zegt: een verhaal is altijd een vraag. Laten we elkaar als vraag ontmoeten, wie weet gebeurt er iets nieuws.

Eva Meijer is schrijver en filosoof. Ze schrijft om de week een column.