Opinie

Lekkere schnitzel

Marcel van Roosmalen

Ik eet op zondagen in de kantine van de NOS. De kwaliteit van het eten is er na een ‘regime change’ verbeterd, maar balanceert nog steeds maar net boven de ondergrens. Gisteren was het schnitzel met roomsaus, friet en garnituur. De meeste mensen eten er zwijgend, ook tijdens het kauwen denken ze door. Logisch wel, ze staan met hun poten in de klei. Alblasserdam, Poetin, de strijders in Azovstal: ze hebben allemaal recht op minimaal een nieuwsbericht. Eten is bijzaak bij de NOS, het nieuws neemt nooit pauze.

Als je klaar bent moet je zelf je afval scheiden.

Plastic, papier, etensrest en ‘overig’ hebben allemaal een eigen container, daarna moet je je bord op een lopende band zetten die het dan volautomatisch naar de afwassers brengt. Daarna sjok je dan verzonken in gedachten weg.

Tenminste, zo gaat het meestal.

Tegenover de snoepautomaat stond gisteren iets nieuws: een ‘complimentenboom’. Een houten nep-boom. Op het bijzettafeltje ernaast lagen kleefpapiertjes in de vorm van opgestoken duimpjes en pennen.

Ik las de teksten die mensen in de boom hadden gehangen. Het waren vooral complimenten voor de ijver en de vriendelijkheid van het kantinepersoneel dat er ook niks aan kon doen. Ik las een compliment voor de complimentenboom zelf – ‘wat een mooie initiatief’–, oproepen om de oorlog in Oekraïne te beëindigen – ‘stop Poetin!’ – en ook hadden nogal wat NOS-medewerkers de kans gegrepen voor in het openbaar beleden kantoorhumor. Dan hing er bijvoorbeeld een hele pluk complimentjes aan ene Hans. Er hingen ook briefjes met mensen die zeiden dat ze van Feyenoord houden, en van Ajax, want het ene briefje lokt natuurlijk het andere uit.

Moest ik er een briefje inhangen over Vitesse?

Over de eindredacteuren van NRC, mensen die ook nooit een compliment krijgen?

Ik kreeg opeens zin om heel veel te bedanken.

Arnhem, omdat ik daar geboren ben.

Mijn vriendin en kinderen dat ze het nog steeds met me volhouden.

Ik moest denken aan collega Ernst Jan Pfauth, die rijk is geworden met een dankboek, een boek met lege bladzijdes, een complimentenboom met een kaft eromheen.

En zo stond ik daar maar te staan.

Naast me pakte een vrouw een papieren duimpje en een pen.

Toen ze klaar was hing ze het briefje in de boom.

Er stond op: ‘de schnitzel was erg lekker!’

Bij toeval kwam ik erachter dat ze zelf in de keuken werkt.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.