Opinie

Duizend Palestijnen moeten hun huis uit omdat Israël er schietoefeningen wil doen

Van het Hooggerechtshof van Israël mag het leger ruim duizend Palestijnen verdrijven, ziet . Tellen de Geneefse Conventies dan niet?

Dwars

Vandaag alweer terug naar de kwestie Israël en bezet gebied, en wel omdat het Israëlische Hooggerechtshof vorige week in een geruchtmakende uitspraak heeft bepaald dat meer dan duizend Palestijnen mogen worden verwijderd uit het gebied van zo’n drieduizend hectare waar ze wonen en waarvan ze leven – in Masafer Yatta, ten zuiden van Hebron op de bezette Westelijke Jordaanoever. Het Israëlische leger heeft hun gebied namelijk nodig voor schietoefeningen; ja, het is van lévensbelang daarvoor wegens zijn unieke topografische karakter, en dan moeten de mensen daar natuurlijk ophoepelen.

Schietzone 918 werd begin jaren tachtig afgebakend, in 2000 werd het bevel tot ontruiming uitgegeven en begonnen de rechtszaken daar tégen, en nu is het klaar. Israëlische en Palestijnse mensen- en andere rechtenorganisaties zijn woest.

Ik heb u al wel eens doorverwezen naar de interactieve kaart Verdeel en heers, die de Israëlische mensenrechtenorganisastie B’Tselem in 2019 lanceerde. Die geeft aan hoe de Israëlische regering sinds de oorlog en bezetting van 1967 de Palestijnse bevolking uit een steeds groter gebied op de Westelijke Jordaanoever wegdrijft door stichting en uitbreiding van nederzettingen, vorming van nationale parken en afkondiging van militaire zones. Tweestatenoplossing, iemand? In 2020 doken de notulen van een Israëlische kabinetszitting in 1981 op waarin toenmalig minister van Landbouw Ariel Sharon Schietzone 918 voorstelde, met de expliciete bedoeling om de daar wonende Palestijnen te verdrijven. Gesloten militaire zones maken nu in totaal ongeveer een derde van de Westelijke Jordaanoever uit: zie die kaart.

Het gaat in deze zaak om een cluster van voornamelijk Bedoeïense gemeenschappen die er een armoedig bestaan leiden met hun vee en traditionele landbouw. Hun huizen zijn geïmproviseerd – hoe dan ook worden in bezet gebied nauwelijks bouwvergunningen aan Palestijnen verleend, en wat hier toch wordt gebouwd wordt vaak weer door het leger gesloopt. Naburige kolonisten komen ook van tijd tot tijd langs om de boel te vernielen.

De autoriteiten hebben wel compromissen aangedragen: de bewoners zouden in de weekeinden, op joodse feestdagen en twee niet-opeenvolgende maanden per jaar in de militaire zone mogen werken. Jullie zaten hier vroeger niet eens, betoogt de Israëlische regering. Maar de Palestijnen voerden gedocumenteerd aan er al van vóór 1967 te wonen en het land te bebouwen. En het compromis kan bovendien niet werken.

Volgens de Israëlische mensenrechtenadvocaat Michael Sfard maakt het Hof niet alleen een ernstige morele fout maar bovendien een „gênante juridische fout”. Leest u zijn Twitterdraad (@sfardm) van 5 mei er op na. Die komt erop neer dat het internationale verbod op gedwongen verplaatsing van een bezette bevolking, zowel binnen het land als over een grens, van toepassing is. De Geneefse Conventies van 1949 dus – schending daarvan is een oorlogsmisdrijf. Het Hof zet de Geneefse Conventies bij de vuilcontainer.

Ook de Europese Unie (@EUpalestinians) vertwittert naar het internationaal recht: „Als de bezettende mogendheid heeft Israël de verplichting om de Palestijnse bevolking te beschermen, en niet te verplaatsen.” De EU, enkele EU-lidstaten en ook de Britten betalen mee aan de advocaten van de bewoners. Maar als straks het leger gaat ontruimen, komen ze dan verder dan een nieuwe tweet uit de machteloze-verklaringenbak?

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.