Opinie

Geen klimaatpaniek en verder fatalisme

Marijn Kruk

‘Naar Sicilië?” appte ik. „En dáárna nog naar Napels, wat heerlijk.” „Erg goed voor de ijsberen is het niet, nee,” antwoordde ze, schuldbewust. Een vriendin die haar werk als socialmediaredacteur zó vreselijk vond dat ze allerlei tripjes was gaan plannen. Zes weken eerder was ze al eens in Italië geweest, een stuk noordelijker die keer.

Het beeld van die ijsbeer trof me. Het was een ouder beeld: de eenzame ijsbeer op een afkalvende ijsschots. Een doembeeld – dat zeker. Maar uit een tijd dat klimaatverandering toch vooral een verre Ander trof: een zeldzame diersoort, een tropische eilandbewoner. Zeker niet onszelf. Dat beeld is dramatisch gekanteld de afgelopen jaren. Dat klimaatverandering ons allemáál gaat raken is inmiddels breed doorgedrongen. En dat wist de vriendin waarmee ik appte ook heus wel.

Toen de coronapandemie ruim twee jaar geleden begon, verscheen het een na het andere stuk dat betoogde hoezeer de crisis een kans was: dat de wereld nooit meer hetzelfde zou zijn. Kleinschaliger, lokaler, duurzaam. Het was goed bedoeld, maar diep van binnen wisten we ook wel dat dit wensdenken was. De wereld zou doorgaan als hij was. Mensen zouden blijven wie ze waren. Daar hoefde je geen misantroop als Michel Houellebecq voor te zijn, die schreef dat we in dezelfde wereld wakker zouden worden, „alleen wat erger”.

Toch moest ik aan die woorden terugdenken toen ik in de paasvakantie de toeristendrommen door Amsterdam zag trekken. In Rotterdam meerde alweer een cruiseship aan ter grootte van een wolkenkrabber. ‘Green cruising’ stond erop.

Ik dacht aan Houellebecq toen ik de beelden zag van de ellenlange rijen landgenoten die wachtten op Schiphol. Het gevolg van een wilde staking van onderbetaald bagagepersoneel. Maar ze toonden eveneens de gretigheid waarmee we nog steeds massaal in het vliegtuig springen.

Voor de Nederlander geldt de vliegvakantie als mensenrecht, schreef iemand op Twitter. Een vriend stuurde me een selfie vanaf de Italiaanse kust; bij de ijzerwinkel hoorde ik een vrouw vertellen over het midweekje Portugal dat ze met haar vriend achter de rug had.

Zelf wilde ik even helemaal nergens naartoe. Maar misschien over een paar maanden juist ineens weer wél. Wie zou het zeggen? Sowieso had ik me afgelopen decennium als correspondent sufgevlogen.

Een vluchtje Amsterdam-Nice is goed voor 240 kilo CO2 per persoon. Maar wat moet je met zo’n getal? Een heel huishouden stoot per jaar circa 23.000 kilo uit. Zo tegen elkaar afgezet gaat het wellicht een beetje schuren, maar het blijft iets wat je gemakkelijk afschudt, zolang je denkt aan die Negroni die op je wacht op een Romeins terras.

Het is een prisonersdilemma: ík kan wel thuisblijven, maar niets garandeert mij dat mijn buurman dat dan ook doet. Het zou niet zo moeten zijn. Hier zijn overheden voor: autoriteiten die normeren, doelen formuleren, handhaven.

Maar die overheden hebben weer zo hun eigen prisonersdilemma’s. Zo bleek tijdens een VN-conferentie over biodiversiteit eind april dat geen van de 151 deelnemende landen zich opwerpt als voortrekker voor het terugdringen van pesticiden.

„Van de mensen die zich bewust zijn van de opwarming van de aarde is de meerderheid hetzij niet gealarmeerd genoeg hetzij reeds te fatalistisch”, schrijft de journalist Eugene Linden in het recent verschenen Fire and Flood. De wal zal het schip uiteindelijk keren, denkt hij. Maar dat is wel te laat.

„Niet zo somber”, sprak ik mezelf toe. Het is mei, de kastanjes bloeien.

Mijn reislustige vriendin was uiteindelijk niet gegaan. Ze bleek corona te hebben. „Ellende”, appte ze. Op de valreep had de oude crisis de nieuwe nog net even ingehaald.

Marijn Kruk is historicus en journalist. Hij schrijft om de week een column over politiek en verbeelding van de klimaattijd.