Foto Jelle Pieter de Boer

Van de Nederlandse coronadoden hadden er 30.000 nog een redelijke levensverwachting

Pandemie Het coronavirus was kort na aankomst al doodsoorzaak nummer één in Nederland. En veel mensen die zorg nodig hadden kregen die niet, of later. De gevolgen daarvan zijn nog onzeker.

Bijna 40.000 mensen overleden er aan Covid-19 in Nederland, vanaf het begin van de corona-epidemie (maart 2020) tot eind 2021. Niet dat het toen gedaan was met het sterven aan corona. Dat gaat nog door. De statistiek loopt alleen een paar maanden achter. Vandaar dat in dit artikel gegevens tot eind 2021 staan.

In april 2020, ruim een maand nadat het virus Nederland bereikte, was corona al doodsoorzaak nummer één. Vier op de tien overledenen waren in die zwarte maand aan Covid-19 bezweken. Over heel 2020 en ook 2021 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het erop dat Covid-19 de (gedeeld) derde doodsoorzaak is in Nederland: na kanker en hart- en vaatziekten en naast psychische en hersenziekten. Ja, dat is een vergelijking van één virusziekte met hele groepen van ziekten. Er is ook een lijst belangrijkste doodsoorzaken waarin Covid-19 in 2020 bovenaan prijkt, boven dementie, beroerte en longkanker. Op die lijst van het RIVM staan de ziekten meer uitgesplitst, hoewel dementie toch weer bestaat uit alzheimerdementie én vasculaire dementie én ‘overige’ dementie. Doodsoorzakenlijsten zijn aan mode onderhevig, zullen we verderop in dit artikel nog zien.

Aan die bijna 40.000 (39.552) coronadoden valt op dat ongeveer 10.000 van die mensen in 2020 en 2021 naar verwachting wel aan iets anders zouden zijn gestorven, als het coronavirus niet op hun weg was gekomen. De 30.000 anderen waren onverwachte doden. Extra. Coronasceptici die de coronadoden afdeden als ‘dor hout’, als mensen die min of meer wachtten om te worden weggeblazen uit het leven, weten nu: driekwart van de coronadoden had nog zeker een jaar, en heel wat hadden waarschijnlijk nog veel meer jaren voor de boeg. Levend hout. De extra sterfte ging gewoon door in 2021. Er is na twee jaar coronatijd nog geen terugval in de sterfte te zien.

Het nieuwe coronavirus was in 2020 en 2021 uiteindelijk verantwoordelijk voor ongeveer 11 procent van alle doden, weten we nu. Een ‘eenvoudig griepje’, naast het dorre hout ook een favoriet van corona-ernst-ontkenners, heeft nooit zo’n ravage aangericht.

Dat er 30.000 mensen met een nog redelijke levensverwachting stierven aan corona, 40.000 in totaal en dus 10.000 mensen die wel snel aan iets anders zouden zijn gestorven, is te zien in twee verschillende CBS-statistieken. De ene is de doodsoorzakenstatistiek, de andere is de sterftestatistiek. Weinig cijfers van het CBS zijn nauwkeuriger. In ‘normale’ jaren is zelfs het aantal doden heel goed te voorspellen. Ook dat doet het CBS.

De ravage vol in beeld

Vergelijking van de door het CBS getelde doden in 2020 en 2021 met de door het CBS voor die jaren verwachte doden, brengt de coronaravage vol in beeld. In de Bevolkingsprognose 2017-2060 dacht het CBS nog dat er in 2020 in Nederland 154.253 mensen zouden sterven. Het werden er dik 14.425 meer: 168.678. En voor 2021 verwachtte het CBS 156.107 doden, terwijl het er met 170.839 maar liefst 14.732 meer werden. Oversterfte noemt het CBS die bij elkaar bijna 30.000 mensen die extra, boven verwachting stierven.

De totaal 40.000 coronadoden zijn het resultaat van een andere CBS-statistiek: de doodsoorzakenregistratie. Die wordt wat trager geregistreerd en is ook wat ongewisser. Want wat is een doodsoorzaak?

De doodsoorzakenregistratie is gebaseerd op de overlijdensformulieren die artsen naar het CBS sturen als een patiënt is overleden.

Op dat formulier noteert de arts de rechtstreekse doodsoorzaak en daarnaast is er ruimte om ziekten te noemen waardoor die rechtstreekse dood is veroorzaakt. Een voorbeeld uit coronatijd: een patiënt overleed, noteert de arts, met ARDS als rechtstreekse doodsoorzaak. ARDS is stikken door vocht in de longen. De ARDS werd veroorzaakt, geeft de arts aan, door de onderliggende ziekten longontsteking (pneumonie) en Covid-19-besmetting. Op het formulier is plaats om nog meer ziekten te noteren die de patiënt al langer plaagden. Hier noteert de arts voor deze patiënt suikerziekte en hoge bloeddruk.

Een patiënt had vijf akelige ziekten, maar geteld als een coronadode

Deze patiënt, met vijf genoteerde akelige ziekten, komt als een coronadode in de doodsoorzakenstatistiek. Want van alle ziekten die iemand vlak voor zijn overlijden heeft, komt alleen de ziekte in de doodsoorzakenstatistiek terecht die aan de basis stond voor de recente reeks gebeurtenissen die tot de dood leidde. En Covid-19 krijgt een beetje voorrang. Ook als dat virus heeft bijgedragen aan de dood, of als dat aannemelijk is, dan wordt Covid-19 de geregistreerde doodsoorzaak. Zo staat het in de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het CBS volgt die, zodat doodsoorzakenstatistiek ook internationaal enigszins vergelijkbaar is. Maar modes spelen een rol. „Het doel van doodsoorzakenclassificatie is het produceren van de nuttigste doodsstatistiek”, schrijft de WHO. En de WHO stelt de belangen van de volksgezondheid voorop: hoe verspreidt Covid-19 zich en aan hoeveel sterfgevallen droeg het virus bij? Dat is wat beleidsmakers nu willen weten. Daarom krijgt Covid-19 een beetje voorrang in de statistiek.

Vergelijk het eens met influenza – dat gewone griepje. Dat is helemaal niet in de mode. In de doodsoorzakenstatistiek leidt het een onderbelicht leven. Begin 2018 had Nederland zijn laatste forse en langdurige influenza-epidemie. Het CBS zag in diezelfde periode flink wat oversterfte en schat daarom het aantal influenzadoden in 2018 op ongeveer 9.000. De CBS-doodsoorzakenstatistiek registreerde echter slechts 1.200 influenzadoden. Bij een influenza-epidemie registreren de artsen traditioneel minder influenzadoden dan er oversterfte is. Bij Covid-19 zien artsen daarentegen méér doden bij een infectieziekte dan er oversterfte is.

Influenza is moeilijk terug te vinden

Oké, het is begrijpelijk dat influenza in de doodsoorzakenstatistiek moeilijk terug te vinden is. Er zijn tientallen luchtwegvirussen die ook tot een dodelijk verlopende longontsteking kunnen leiden, of tot een hart dat het opgeeft tijdens koorts en longontsteking. Testen op influenza heeft voor dokter en patiënt ook weinig zin, want een goed medicijn tegen het influenzavirus bestaat niet, en isolatie- en quarantainemaatregelen, zoals voor Covid-19, zijn er niet voor influenza. Dus veel influenzadoden gaan als doden door hart- of longziekten de statistiek in.

Voor inzicht in influenza heb je niets aan de doodsoorzakenstatistiek van het CBS. Iedere griepdeskundige kijkt naar de oversterfte.

Die mode rond de Covid-registratie die de WHO oplegt wordt vooral de komende jaren belangrijk. Als Covid-19 minder dodelijk is geworden dan in de eerste twee jaar van zijn bestaan. Nu weten we, ondanks lichte twijfel, wel zeker dat Covid-19, met zijn bijna 40.000 doden in twee achtereenvolgende jaren, in zijn eentje de levensverwachting van Nederlanders met een maand of 8 verlaagde. Het CBS verwacht dat de coviddip snel wordt overwonnen en dat dan de levensverwachting verder stijgt.

Tenzij er een vreselijke nasleep komt. Covid heeft de zorg ontwricht. Eén op de tien mensen die vonden zorg nodig te hebben ging niet naar de dokter, in het begin van de pandemie. Het CBS berichtte er deze week over. Ziekenhuizen stelden operaties uit die niet direct nodig zijn. Dat was lastig voor patiënten met pijn die slecht ter been waren omdat ze langer op een kunstheup of -knie moesten wachten. Later werden er ook behandelingen uitgesteld die wel binnen een paar weken of maanden moesten gebeuren. De helft van de mensen die zorg nodig hadden kreeg daarmee te maken in voorjaar en zomer van 2020, blijkt uit de CBS-cijfers.

Het virus veroorzaakt ook langdurige en late klachten. Vermoeidheid, angst en depressie. Hartklachten misschien. Longen die na een covid-longontsteking blijvend beschadigd zijn. Wat betekent dat de komende jaren?

Daarover bestaat grote onzekerheid, maar de eerste gegevens over de impact van Covid-19 op andere ziekten druppelen binnen. Neem kanker, als ziektegroep veruit de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland. Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) levert de cijfers op zijn website, terwijl de IKNL-onderzoekers ook al een aantal detailstudies publiceerden.

Waar zijn die 500 mensen?

Allereerst longkanker, de kanker die bij mannen en vrouwen de meeste doden eist (10.070 in 2020). Tijdens de eerste coronapiek daalde het aantal mensen bij wie longkanker werd vastgesteld met 20 procent, vergeleken met het gemiddelde over de drie voorafgaande jaren. Dat ging om ongeveer 500 verwachte, maar niet gestelde diagnosen. Daarna liepen de diagnostiekcijfers weer op tot het gemiddelde, maar kwamen er niet boven. Dat is wat we nu weten. Maar waar zijn die 500 mensen? Misschien aan Covid-19 overleden – extra kwetsbaar door zieke longen? Al vroeg in de epidemie waarschuwden onderzoekers dat van de kankerpatiënten de mensen met bloedkanker en longkanker het meeste gevaar liepen bij een Covid-19-besmetting.

Voor twee andere veelvoorkomende kankers (borst- en darmkanker) bestaan screeningsprogramma’s. Die zijn in het voorjaar van 2020 tijdelijk stopgezet. Aan borstkanker stierven 3.080 mensen (ook 22 mannen) in 2020, en aan darmkanker 4.626. In 2019 hoorden ruim 17.000 vrouwen dat ze borstkanker hadden. In 2020 waren het er 2.000 minder. Dat komt grotendeels door het stoppen van de screening, analyseerden IKNL-onderzoekers. Inmiddels is bekend dat vooral de minst verontrustende vormen van borstkanker (fase 1 en DCIS), met zeer goede overlevingskansen, in 2020 minder werden gevonden. De ernstiger (fase 3) en ernstigste (fase 4) vormen werden vrijwel even vaak gediagnosticeerd. Eigenlijk geen wonder, daar horen verontrustende verschijnselen bij. Vrijwel iedereen die merkte dat er echt iets mis was ging naar de huisarts. De onderzoekers concluderen voorlopig dat er weinig blijvende schade is, ook al doordat de behandelprotocollen tijdelijk werden aangepast.

De grote getallen

Ook de darmkankercijfers lijken niet extra verontrustend. „Ondanks de verstoring door de Covid-19-epidemie van de gezondheidszorg had dat een beperkte invloed op de zorg voor darmkankerpatiënten”, concluderen de onderzoekers. Waarbij we moeten bedenken dat nieuw-gediagnosticeerde borst- en darmkankerpatiënten niet vaak binnen twee jaar overlijden – het tijdvak dat we nu overzien.

In de grote getallen van de sterftestatistiek is het nadelige gevolg van uitgestelde zorg voorlopig niet te zien. Ook niet bij patiënten met hart- en vaatziekten – de tweede grote doodsoorzaak. Onderzoekers van het CBS schreven in een eerste verkennend rapport in februari over de sterfte aan andere ziekten dan covid: „Er zijn geen duidelijke verschuivingen te zien in 2020 en 2021 ten opzichte van de jaren daarvoor.” In details zijn die verschuivingen er wel.

Sommige cijfers vallen mee, omdat erger werd verwacht

Het duidelijkst is de veranderde sterfte aan dementie: in 2020 zijn daaraan ongeveer 1.450 mensen mínder overleden dan in 2019. Tegen de stijgende trend in. Het is volstrekt aannemelijk dat zij onder de 10.000 coronadoden vallen die toch wel snel zouden zijn overleden. Het zijn ongetwijfeld de grote covidproblemen en -sterfte in verpleeghuizen, met veel demente patiënten, die hier is terug te zien. Het is afwachten of die dip zich over meer jaren uitstrekt.

Een ander deel van die 10.000 coronadoden is waarschijnlijk te vinden in de categorie ‘ziekten van het ademhalingsstelsel’ waaraan in 2020 ruim 2.100 minder mensen overleden dan in 2019. Maar de verklaring voor deze daling is moeilijker. Longpatiënten zijn extra kwetsbaar voor Covid-19. Maar alle besmettingsmaatregelen zorgden er ook voor dat andere luchtwegvirussen zich moeilijk konden verspreiden. En in andere jaren eisen die jaarlijks hun tol onder mensen met zwakke afweer en zieke longen.

In die details zijn ook cijfers te zien die misschien meevallen, omdat er erger werd verwacht. De eenzaamheid door de lockdowns leidde in 2020 niet tot meer zelfdoding. De suïcidecijfers voor 2020 en 2021 liggen binnen de getallen die vanaf 2015 gebruikelijk zijn. En wat toch nog een domper is: het thuiswerken hield vanaf maart 2020 mensen van de straat en ook ging toen de maximumsnelheid op de snelweg terug naar 100 km/u. Je verwacht een daling van het aantal verkeersdoden. Maar met 590 in 2020 en 560 in 2021 zijn dat aantallen die goed in de reeks van de laatste jaren passen, als we 2018 en 2019 (628 en 617 doden) als uitschieters beschouwen. Vrijetijdsongelukken gaven in 2020 nieuwe ellende: er verongelukten in 2020 35 fietsers meer dan een jaar eerder.