Trudie Favié (1964-2022) was een leven lang bezig met woorden

De Laatste Bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Armando-kenner Trudie Favié was altijd bezig met literatuur, tot Alzheimer dat steeds lastiger maakte.

Trudie Favié promoveerde op de poëzie van Armando, leidde leesclubs aan huis en vertaalde Franse teksten.
Trudie Favié promoveerde op de poëzie van Armando, leidde leesclubs aan huis en vertaalde Franse teksten. Foto privécollectie

De liefde voor literatuur kreeg Trudie Favié mee van haar vader, de Amsterdamse boekhandelaar Nico Favié. Als scholier hielp ze hem in zijn met hoge stapels boeken volgestouwde winkel in de Rijnstraat. Ze leerde er zijn klanten kennen. Onder hen bejaarde Duitse Joden, die in de jaren dertig voor Hitler waren gevlucht en haar interesse voor die periode wekten. „De oorlog was begin jaren tachtig nog volop aanwezig in die buurt”, zegt Dick Schram, emeritus-hoogleraar aan de Vrije Universiteit en in de jaren zeventig klant bij boekhandel Favié.

Bij Schram zou Trudie in 2006 promoveren op de poëzie van Armando, wiens oeuvre nauw met die oorlog verbonden is. „Het was een fenomenale dissertatie, waarmee de poëzie van Armando werd ontsloten. Trudie had een groot vermogen om zich in een literaire tekst te verdiepen en die te analyseren. Armando was bij haar promotie aanwezig en toonde zich zeer tevreden.”

Trudie Favié groeide op met een vader die boekhandelaar was. Foto privecollectie

In 1999 en 2003 had Trudie zijn verzamelde poëzie en verzameld proza al bezorgd en van een nawoord voorzien. Na haar promotie werd haar gevraagd een bloemlezing van Armando’s Berlijn-boeken te maken. „Trudie was dé kenner van Armando’s literaire werk”, zegt uitgever Tilly Hermans. „Toen ze de wens uitte om zijn biografie te schrijven hebben we daarover gesprekken gevoerd met Armando. Hij vertrouwde haar en zou haar niet in de weg staan. Ze heeft veel materiaal verzameld uit archieven en privé-collecties, en interviews afgenomen met mensen die Armando goed hebben gekend. Maar toen sloeg de ziekte toe en werd ze gaandeweg steeds verwarder, waardoor het schrijven moeilijk werd. Dat viel haar zwaar.”

Inmiddels waren Trudie en haar man Jan Brugge bevriend geraakt met Armando. „Regelmatig kwam hij bij ons eten”, zegt Jan. „Na afloop keken we samen voetbal.”

Leesclubs

Trudie Favié werd in 1964 geboren in een katholiek gezin in Amsterdam. Algauw verhuisden de Faviés naar Amstelveen, waar nog een zoon en een dochter werden geboren. Op het Sint Nicolaaslyceum in Amsterdam kreeg Trudie de ziekte van Pfeiffer. Haar gezondheid bleef daarna zwak, maar ze profiteerde van haar ziekbed door te lezen. Rond haar twintigste, ze studeerde inmiddels Frans aan de Vrije Universiteit, werd MS geconstateerd. Op een keer stond Dick Schram met haar in de lift toen ze ineens niet meer kon lopen. „Ze had haar krukken niet bij zich en wist even niet meer wat ze moest doen.”

Na haar afstuderen in de literatuurwetenschap leidde ze aan huis leesclubs. Ook vertaalde ze de brieven van de Franse anarchist Alexander Cohen en, samen met haar vriendin Marya de Haas, Testament van de Franse priester-filosoof Abbé Pierre.

Tijdens de uitvaartdienst van Trudie op 13 april in Hilversum haalde Marya herinneringen aan die samenwerking op. Ze noemde Testament een tekst over „een wereld waarin mensen beschadigd zijn, waar mensen de boot missen, waar het leven niet perfect is.” Het waren woorden die op Trudie zelf van toepassing konden zijn. „Er hing altijd een doem over haar leven”, zegt Dick Schram. „Ze was beschadigd.”

Lezing over Armando

In 1990 leerde Trudie de ingenieur Jan Brugge kennen, die toezicht hield op het onderhoud van haar benedenhuis. Ze raakten aan de praat en algauw bleken ze hun gevoel voor droge humor te delen. Het volgende jaar trouwden ze. Ze kregen twee dochters, Charlotte (1996) en Maria (1999).

Het gezin woonde in een mooi huis, het proefschrift vorderde. Jaarlijks gingen ze op kampeervakantie naar Frankrijk. Met voldoende rust leek de MS beheersbaar. Maar ongemerkt gingen ook Trudies geestelijke vermogens achteruit, naar later bleek door bijkomende Alzheimer. Jan: „Begin 2006 moest ze in Vorden een lezing over Armando houden. Toen we in de auto stapten, bleek ze nog geen letter op papier te hebben. Aangezien ik inmiddels ook goed ingevoerd was in zijn leven en werk, heb ik haar tijdens die rit de structuur gedicteerd waarbinnen ze haar verhaal moest vertellen. Die lezing is door het publiek toen positief ontvangen.”

Het ging mis in 2013, toen Trudie viel en in het ziekenhuis belandde. Ze lag acht maanden in een revalidatiecentrum in Amsterdam. Daarna zat ze permanent in een rolstoel. Jan: „Haar geheugen liet haar steeds meer in de steek en daardoor nam ook haar zelfredzaamheid af. Zo dacht ze dat ze kon lopen en dan viel ze weer, waardoor ik extra op haar moest letten.”

In september 2018 werd ze opgenomen in verpleeghuis de Zonnehoeve in Hilversum. Voor zover ze kon, bleef ze actief met woorden. Ze schreef zelfs een tekst op het lied ‘Laat me’ van Ramses Shaffy. Begin dit jaar zong de locatiemanager van de Zonnehoeve het. Op een filmpje is Trudie te zien terwijl ze ernaar luistert: ‘Ik ben Trudie en ik wil vrij zijn/ Een goed gesprek is wat ik mis./ Je kunt nog zoveel willen wensen./ Maar het blijft zoals het is.’

Op 5 april werd Trudie in het ziekenhuis opgenomen met onder meer een geperforeerde blinde darm. Jan haastte zich naar haar toe. Toen hij ’s avonds laat naar huis ging, zei ze: ‘Rol me naar de uitgang.’ De volgende ochtend om zes uur overleed ze.