In de kloostertuin van Doornburgh is tijd niets anders dan zolang iets duurt

Maarssen De kloostertuin van Doornburgh is geen ruimte voor aardse verlokkingen; hier komt de binnenmens tot bezinnen, rust in plaats van lust, schrijft .

Foto Dieuwertje Bravenboer

Oh allergroenste twijg, gegroet. Jij komt met het waaien van de wind en het smeken van de heiligen. De tijd is gekomen dat uw takken in bloei staan, gegroet, gegroet, zij u, want de warmte van de zon heeft zich in u verspreid als de geur van balsem.

Het is de Duitse Benedictijner abt Hildegard von Bingen (1098-1179) die in haar mystieke gezangen hier de lof over het aanstaande moederschap van Maria zingt. Even geniaal als veelzijdig, van theologie en politiek tot poëzie en geneeskunde, was deze femina universalis tegelijk componist en botanicus en bovendien een zeer productief auteur. Ondanks al haar verdiensten werd Hildegard von Bingen pas eind vorige eeuw herontdekt en uiteindelijk in 2012 heilig verklaard.

In haar tijd was zij een buitenbeentje, ze schreef als eerste over vrouwelijke seksuele beleving en deelde haar visioenen met haar aanhang. De natuur beschouwde zij niet als een Bijbels maar veeleer als een eigenstandig fenomeen. Ook publiceerde Von Bingen over viriditas, de intrinsieke levenskracht die ieder voorjaar middels het lengen der dagen en het opwarmen door de zon, de natuur op wonderbaarlijke wijze tot leven wekt. Haar universum was een door God geschapen geheel waarin wonderen bestaan en de samenleving een overzichtelijk schaakbord is, met rangen en standen waarin de vorst voor eenheid in zijn rijk zorgde.

Hofdomeinen, kasteel- en kloostertuinen kenden sinds Karel de Grote een uniforme indeling zoals vastgelegd in de Capitulare de villis. Hierin deelt de heerser in het Latijn mee dat „Wij willen dat in een tuin …” waarna een opsomming volgt van de vastgestelde standaardlijst bloemen, bomen en gewassen. Aan allerlei kruiden werd een helende werking toegeschreven die ervoor zorgde dat de vier temperamenten van de middeleeuwse mens (cholerisch, flegmatisch, sanguinisch en melancholisch) weer met elkaar in balans kwamen. Hildegard von Bingen publiceerde hier veelvuldig over en haar bevindingen genieten hernieuwde belangstelling. In Tirol is zelfs een hele Von Bingen-kruidentuin naar middeleeuws voorbeeld gereconstrueerd.

In de kloostertuin van Doornburgh in Maarssen lijken de Middeleeuwen ver weg. Uit het voormalige klooster van de Reguliere Kanunnikessen van het Heilige Graf, gebouwd in 1966, zijn de laatste nonnen al een aantal jaren geleden vertrokken. Architect Jan de Jong, een leerling van Dom Hans van der Laan, gaf een moderne invulling aan het vaste stramien van het klooster waarin ritme, structuur, proporties en maatvoering weliswaar middeleeuws aanvoelen, maar het niet zijn. Een evenwichtig kleurenpalet versterkt de sobere architectuur. Bepaald geen ruimte voor aardse verlokkingen, hier komt de binnenmens tot bezinnen, rust in plaats van lust.

Nederland, Maarssen. 3 mei 2022. Kloostertuin van Doornburgh. Foto: Dieuwertje Bravenboer
Nederland, Maarssen. 3 mei 2022. Kloostertuin van Doornburgh. Foto: Dieuwertje Bravenboer
Dieuwertje Bravenboer

Vuurtdurend veranderende compositie

Na het vertrek van de nonnen kreeg dankzij de visie en durf van Maya en Ton Meijer-Bergmans deze priorij aan de Vecht een nieuw leven met tentoonstellingen, en een voortreffelijk restaurant (DeZusters). Tuinontwerper Karin Blom van Assendelft maakte een ontwerp voor de binnentuin. Hierin combineert zij grassen, éénjarigen en vaste planten. De vierkante kloostergang vormt een strenge omsluiting voor de veel vrijer ingerichte tuin.

In haar ontwerp wilde ze „de tuin haar eigen gang kunnen laten gaan”, zo vertelt de ontwerpster mij. Karin Blom van Assendelft hanteert het vocabulaire van een kunstenaar en noemt haar schepping een voortdurend veranderende compositie. En deze losheid past wonderwel precies in de ordelijke indeling van het kloosterleven waarin niet de klok maar gebeden en vaste gebruiken de dag bepalen. Sommige planten zaaien uit, andere zoeken met hun wortels een optimale plek. Hier is tijd niets anders dan zolang iets duurt. De tijd ordent mee.

Nederland telde in 1985 nog 23.000 kloosters, dat aantal is teruggelopen tot een paar duizend. Tegelijkertijd neemt in ons overspannen tijdsgewricht de belangstelling voor bezinning, tijd, stilte en rust toe. Naar immateriële zaken die niets kosten en toch steeds schaarser worden. Stilte-retraites leiden ons de weg naar binnen. Ik zwijg. Op mijn noise cancelling koptelefoon klinkt Hildegard von Bingen.