Hoe halve waarheden de Haagse politiek konden gaan domineren

Deze week: een tijd van ‘unieke domheid’ in de politiek, onmatigheid als wapen, PvdA-smetvrees voor GL, en: een anoniem twitterende BBB-medewerker die verslaggevers aanvalt. Ofwel: als halve waarheden de politiek domineren.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Een verslaggever van Zembla postte woensdag op sociale media een fragment van een uitzending over stankoverlast door varkensstallen in Brabant. We zagen hoe de reporter wandelend met een collega een woning passeerde, waar een man in werkkleding vroeg van wie ze waren.

„Van Zembla.”

„Loop maar vlug door [voor]dat ik mijn auto pak en je omver rijd”, zei de man.

Het bericht trok aandacht, ook van een vrouw met de Twitter-handle @dukkie6 (‘Duk’), die zich presenteert als „trots lid van de twijfelbrigade”. „Ik tweet als mezelf”, vermeldt ze ook.

Toch noemt ze haar werkelijke naam niet - en ook niet dat ze in de Tweede Kamer senior medewerker is van de BoerBurgerBeweging (BBB).

„Eenzijdige berichtgeving heeft er vast niets mee te maken”, smaalde ze over de post van de Zembla-verslaggever. Ze noemde de „vrije pers (-) volkomen activistisch”. En later: „Ik weet hoe mensen door een programma als Zembla met de rug tegen de muur worden gezet.”

Een woord van afkeuring over de bedreiging van de verslaggever hield ze die dag achterwege.

Nu kon je dit bekritiseren, of juist niet, maar interessanter is misschien dat het geval haarscherp illustreert hoe de politiek zich ontwikkelt. Met de neergang van middenpartijen ontstaan nieuwe partijen die zich vaak met één of enkele doelgroepen vereenzelvigen. Zij wijzen kritiek op zo’n doelgroep meestal fel af, en het wangedrag in zo’n groep, zoals de bedreiging van een journalist, verklaren ze door te wijzen naar anderen.

Het is politiek die sociale media imiteert, waarin evenwichtige feitenanalyse het aflegt tegen eenzijdigheid en onmatigheid. Het parlement als producent van halve waarheden.

Je ziet het bij bijna alle partijen. Het VVD-Kamerlid Daniël Koerhuis hoorde vorig weekeinde „vreselijke verhalen” van reizigers in wachtrijen op Schiphol, en pleitte op sociale media voor de opening van Vliegveld Lelystad – maar negeerde de onderbetaling en flexcontracten van bagagemedewerkers.

Geert Wilders (PVV) beschuldigde de NCTV op sociale media van „smerige vuilspuiterij” nadat NRC dinsdag interne stukken citeerde waarin de dienst vaststelde dat zijn partij zou „bijdragen aan een voedingsbodem voor radicalisering”.

Of de NCTV dit mag is een legitieme zorg. Maar dat zijn partij hierdoor „in het geniep in de extreemrechtse hoek [was] geduwd”, zoals hij klaagde, was ook weer een halve waarheid: daarover uiten mensen, ook politici, al járen hun zeer openbare zorgen.

De voorbeelden deden me denken aan een formidabel recent stuk in The Atlantic van de psycholoog Jonathan Haidt: Why the past 10 years in American life have been uniquely stupid. Hij citeert John Stuart Mill: wie alleen zijn eigen kant van een kwestie kent, weet weinig van de kwestie zelf.

Volgens Haidt hebben politieke en bestuurlijke instituties in de VS zich overgegeven aan „het Wilde Westen” van sociale media, vooral Twitter, waar een kleine onhandigheid al kan leiden tot de schandpaal, zodat mensen die een fout maken algauw worden vervormd tot foute mensen.

In die onzekerheid besloten politieke instituties de digitale schandpaal te ontlopen: overheidsdiensten gingen ogenblikkelijk overstag bij online aanvallen, meestal met zelfcensuur. In de politiek ontstond vergelijkbaar risicomijdend gedrag. Partijen tolereren amper nog afwijkende opvattingen, debat valt stil – doelgroepen mogen niet ontriefd worden.

In de Haagse politiek zijn deze verschijnselen minder heftig – maar ook daar groeit het risicomijdende gedrag. Veel nieuwe partijen kiezen bijna standaard voor de halve waarheid boven de mogelijke woede in een eigen doelgroep. Politici van klassieke partijen prezen elkaar tien jaar terug als ze ‘over de eigen schaduw heen sprongen’. Je hoort er niemand meer over.

Zelfs in de spannendste periode van de formatie vorig jaar besloot Sigrid Kaag (D66) in de HJ Schoolezing eigen doelgroepen te conveniëren, zoals speechschrijver voor D66 Bob de Ruiter laatst vertelde. En de coalitiepartners van Rutte IV zijn zozeer met het eigen profiel bezig dat sommige bewindslieden zich afvragen „waarom niemand eigenaar van het kabinet wil zijn”.

Ook de PvdA-discussie over verdergaande samenwerking met GroenLinks staat onder druk van halve waarheden en risicomijding. Op partijcongressen in 2020 en 2021 werd na intern debat al over vergaande vormen van samengaan gestemd (één landelijke lijst, één Haagse fractie). Nu wil een ledengroep in juni op het PvdA-congres vastleggen dat er bij de Eerste Kamerverkiezingen volgend jaar een gezamenlijke lijst komt.

Maar vorig weekeinde laste partijvoorzitter Esther-Miriam Sent een nieuwe ledendiscussie van een half jaar over werken met GroenLinks in. Voor fusievoorstanders een opzichtige poging een snel besluit in juni te voorkomen. Discussieverlangen als halve waarheid.

Institutioneel Nederland weet zich ook geregeld geen raad met golven van openbare kritiek. Schiphol-directeur Dick Benschop probeerde het deze week met machteloze excuses. En nadat de Belastingdienst de Toeslagenaffaire jaren wegpraatte, zien gefrustreerde (oud-)medewerkers nu dat de dienst amper nog probeert de aanhoudende kritiek te pareren.

Of deze frustratie terecht is valt niet altijd te zeggen, maar het reactiepatroon van de dienst komt frappant overeen met die van Amerikaanse overheden: zelfcensuur uit angst voor de publieke opinie.

Volgende week bespreekt het kabinet met de oppositie de Voorjaarsnota, en je kunt er niet omheen dat de groeiende onmatigheid voor de coalitie een complicatie is om voldoende steun in de Eerste Kamer te vinden.

Sinds het aantreden van de nieuwe Tweede Kamer, vorig voorjaar, monden grote beleidsdebatten bovendien vaak uit in de klacht dat bijna alles beter moet: sneller, eerlijker, opener, transparanter, goedkoper, etc. Onmatigheid die de democratie zo niet overbelast dan toch overschat.

En het gevaar is de negatieve spiraal: kabinetten die volgens de Kamer te weinig presteren en daardoor steeds meer risico’s mijden, verzwakte middenpartijen, en een Kamer die daardoor nog verder versplintert.

Ook dan zou je nog politicologen vinden, vermoed ik, die menen dat dit goed is voor het vertrouwen in de democratie, omdat bijna alle Nederlanders in dat geval kunnen stemmen op een partij die hun opvattingen uitstekend vertegenwoordigt.

Het nadeel is alleen dat het politici alleen maar verder zou aanzetten tot eenzijdigheid en onmatigheid: tot de verfijning van de dictatuur van het eigenbelang.

En bekijk even de omstandigheden: oorlog in Oekraïne, verlies van vrouwenrechten in de VS, verdwijnend tech-optimisme, krimpende wereldhandel, het ontstaan van een geslotener wereld en geslotener wereldbeelden.

Het is één lange roep om matigheid. Om het vermogen eigen opvattingen af te zwakken voor ruimte aan anderen. Om politiek groter te maken dan alleen het eigen gelijk. Om te blijven praten met mensen die anders denken.

Niet dat dit laatste eenvoudig is. Indachtig de pleidooien voor transparantie van BBB-leider Caroline van der Plas vroeg ik vrijdag de anoniem twitterende BBB-medewerker waarom zij op haar profiel onvermeld laat voor wie ze werkt. Omdat zij „als privépersoon twittert, niet namens mijn werkgever”, schreef ze.

Ze concludeerde dat ik me daaraan zou „storen” – quod non – en bedacht daarvoor ook de oplossing: „Ik zal u blokkeren.”