Recensie

Recensie Auto

De Honda e is de snoepigste elektrische stadsauto ooit

Autotest Grootste pluspunt van de Honda e is zijn maatvoering, schrijft . Bijzonder: front en kont zijn identiek.
Foto Merlijn Doomernik

Smoorverliefd was ik toen ik twee jaar terug de eerste beelden van de Honda e zag. Daar stond de snoepigste elektrische stadsauto ooit, en dat wil wat zeggen met concurrenten als de BMW i3, Fiat 500 E of Mini Electric. Bijzonder: front en kont zijn identiek. Als een echo van de ronde oogjes koekeloeren dito achterlichtjes in een zwart glanspaneel dat zich ook onder de kofferklep als grille voordoet. De achterkant had zo het neusje van een lief personenbusje kunnen zijn. De portee van deze twee gezichtjes is dat de Honda altijd naar je kijkt met de genegenheid die de mens nooit verdiende. Roerend.

Binnen spiegelt de versmelting van twee tijden filosofisch consequent de eenwording der twee gezichten. Over de volle breedte van het dashboard loopt een geavanceerd, na de gewenningsfase redelijk behapbaar touchscreen, omlijst door nephout in een bruin dat rechtstreeks terugvoert naar de jaren zeventig. Twee stijlen, frontaal botsend, toch harmonieus. Precies de bedoeling, want de inspiratiebron voor deze e was de klassieker waarmee Honda tijdens de wereldwijde energiecrisis de Amerikanen aan de kleine auto’s kreeg: de eerste Civic. Zelfs de interieurarchitectuur vindt daar zijn oorsprong. Bij de oer-Civic van 1972 stond het meterhuis als een tafelklok op een plateau met een achterwand van fineer. Hier ligt het kleurrijke megascherm als een digitale totempaal op de imitatiehouten plank die Duitsers treffend Armaturenbrett noemen. En daar komt wonderwel geen domme retro van maar slimme posthistorische synthese. Wordt de info-overkill je te machtig, dan creëer je rust met zoetgevooisde screensavers van bijvoorbeeld een aquarium vol vissen, vintage seventies. Dit wil je.

Helaas kreeg ik hem niet te pakken. Honda’s pr werd vanuit België bestierd door een communicatiegenie dat mails nooit beantwoordde. Sinds kort kun je gelukkig weer iemand in Nederland bellen die wel meewerkt. Zo rijd ik hem, twee jaar te laat, in het land dat de e niet massaal omarmde. Voor zo’n mini was hij duur en de actieradius is mager. Met zijn 35,5kWh-batterij komt hij op zijn best 200 kilometer ver. Japanners geloven in kleine auto’s met compacte batterijen, en Honda ziet de e specifiek als stadsauto. Dan wil je alleen graag driefase kunnen laden, en langs de snelwegen een hoger snellaadtempo dan 50 kW. Die stad ligt weleens een stad verder.

Elegante soberheid

Maar wat een kunststuk op het snijvlak van techniek en esthetica. In plaats van buitenspiegels zenden camera’s beelden van achteropkomend verkeer naar goed afleesbare monitors links en rechts van de totempaal. De stoeltjes zijn wat iel, maar daardoor kan een volwassene ook achterin nog net aanvaardbaar zitten. De elegante soberheid van het interieur is betoverend, het spartaanse achterbankje om te stelen. En hij rijdt superieur, want Honda blijft het Japanse BMW.

Mijn verbruik van 15,6 kWh op 100 kilometer, hoewel niet slecht, had beter kunnen zijn als Honda zoals BMW met de i3 voor lichte materialen als carbon en aluminium had gekozen. Anderzijds was hij dan helemaal onbetaalbaar geworden. Hoewel VW de elektrische Up met een conventioneel stalen carrosserie tot iets boven de 1.100 kilo wist te weightwatchen, en die komt zeker 50 kilometer verder voor ruim tien mille minder. Maar hij is geen hebbeding en hij zou niet hebben voldaan aan Honda’s kwaliteitsmaatstaven.

Grootste pluspunt is zijn maatvoering. De e is net geen drie meter negentig lang en één meter vijfenzeventig breed. De draaicirkel is hilarisch minimaal. Een stadsrit met de e is een verlossende ervaring. Dit type stekkerauto’s is in een verstedelijkte wereld keihard nodig. En iedereen maar stekkerreuzen bouwen.

Daarom zou je misschien toch minstens 36 mille uitgeven aan een elektrische designmini, briljante bonsai-chic voor wie geen hinder ondervindt van zijn gebreken. Iedereen die ik laat meerijden vindt hem geweldig. Alleen een auto die volstrekt zijn eigen koers vaart krijgt zo eensgezind de handen op elkaar. Tegelijkertijd toont hij het prisoner’s dilemma voor fabrikanten van de kleinste stekkerauto’s. Of je maakt iets moois dat een sloot geld kost en nog duurder was geweest zonder pragmatische concessies aan de bruikbaarheid. Of je brengt iets goedkopers zonder kraak of smaak dat de gemiddelde gegadigde nog steeds te kostbaar is. De e-Up is op de weg óók speld in de hooiberg, en een driefasenlader heeft hij evenmin. Had de Honda e die wel, en kwam hij vijftig kilometer verder, dan zou ik hem onverbiddelijk aanbevelen.