Uitzonderlijke kleurenfoto van Amerikaanse voedseldropping boven Rotterdam ontdekt

Tweede Wereldoorlog Museum Rotterdam vond onlangs een onbekende kleurenfoto van Amerikaanse bommenwerpers die voedsel dropten in mei 1945. De foto was tot voor kort niet aan Rotterdam gelieerd, maar conservator Rob Noordhoek zag het direct.

Het bijschrift in het beeldarchief van het Imperial War Museum bij deze foto was: ‘B-17 Flying Fortresses of the 385th Bomb Group fly low over a Dutch town during a food mission.’
Het bijschrift in het beeldarchief van het Imperial War Museum bij deze foto was: ‘B-17 Flying Fortresses of the 385th Bomb Group fly low over a Dutch town during a food mission. Foto IWM FRE 6450 via Museum Rotterdam

Er was angst onder de jonge Amerikaanse piloten, bij het opstijgen vanuit Engeland op 1 mei 1945. Via de Noordzee en Goeree-Overflakkee vlogen ze schuin naar boven richting Rotterdam, over de Kralingse Plas naar Terbregge. Hun bommenwerpers volgeladen met voedselpakketten – met melkpoeder, chocolade, margarine, gedroogd vlees. Boven Terbregge, even ten noorden van Rotterdam op een hoogte van zo’n 120 meter, moesten ze alles lossen op een droppingsterrein. 284 ton voedsel die dag, door 155 Amerikaanse bommenwerpers.

Er kleefden risico’s aan operatie ‘Chowhound’ – dat voor ‘vreetzak’ of ‘gulzigaard’ staat. Het was maar de vraag of de Duitsers, die Rotterdam nog altijd bezet hielden, de geallieerden hun werk lieten doen. „Ze vlogen onverdedigbaar: heel laag en langzaam”, zegt Rob Noordhoek, conservator bij Museum Rotterdam. „Normaal vliegen ze op grote hoogte, met jachtvliegtuigen erbij. Als de Duitsers nu zouden schieten, hadden ze geen schijn van kans. Dan waren ze sitting ducks.”

Bomluiken open

Noordhoek ontdekte onlangs deze „opzienbarende kleurenfoto”, hierboven geplaatst, van een formatie Amerikaanse B-17 bommenwerpers boven Kralingen. Kleurenfoto’s uit die tijd zijn uitzonderlijk, vertelt hij. Hij vond ze in het digitale beeldarchief van de Imperial War Museums, het is een van de ongeveer 15.000 afdrukken en dia’s uit de oorspronkelijke verzameling van auteur en historicus Roger Freeman die nu wordt beheerd door het Britse museum. Te zien is dat de vliegtuigen het landingsgestel naar beneden hebben en de bomluiken open, op koers naar het afwerpterrein bij Terbregge.

De foto was tot voor kort niet aan Rotterdam gelieerd. In de informatie bij de foto in het archief stond dat het om ‘a Dutch town’ ging – Noordhoek herkende direct Rotterdam. Hij ziet het aan de vier rijtjes woningen met platte daken onderaan de foto. „Dat was voor de oorlog een vrij moderne manier van bouwen. Open stroken, voor goede bezonning. Vrij ongebruikelijk, in die tijd.” Jaffa in Kralingen – op de foto te zien – was een van de buurten waar voor het eerst op die manier werd gebouwd, wist hij.

Voedseldroppings waren misschien nog emotioneler dan de bevrijding zelf

Rob Noordhoek Museum Rotterdam

Noordhoek kent de omgeving goed, hij fietste hier vaak, en zag meer bekende punten. Het oude slachthuisterrein met witte gebouwen en een opslagplek, iets links van het midden – nu staan hier vooral woningen. De sintelbaan, nu atletiekvereniging PAC. Het water van de Boezem, en de Boezemlaan.

De huizen die verderop in de zon liggen, dat is Crooswijk. Het grote stuk groen, recht onder de vliegtuigen, is de Algemene Begraafplaats Crooswijk. En rechtsonder is het begin van de Kralingse Plas zichtbaar. „Wat je net niet ziet, onderin beeld, is de nieuwe flat langs de Kralingse Plaslaan, een van de eerste galerijflats in Nederland.”

Op de grond staan veel Rotterdammers te kijken, blijkt uit een andere kleurenfoto die bijna op dezelfde locatie is genomen – deze komt uit de collectie van Hans Onderwater, autoriteit op het gebied van de voedselhulp van de geallieerden in 1945.

Voedseldropping door een Brits toestel, met zwaaiende Rotterdammers op het dak van de flat langs de Kralingse Plaslaan. Dit is bijna hetzelfde punt waar de foto van Amerikaanse bommenwerpers is genomen. Collectie Hans Onderwater

Hongerwinter

„Toen het afwerpterrein naderde zag ik duizenden mensen”, zo wordt een Amerikaanse piloot geciteerd in het boek Target Rotterdam (2018). „Op straat, hangend uit de ramen en op balkons en platte daken. Ik zag een zee van witte kleuren. De Nederlanders zwaaiden met al het witte textiel dat zij snel hadden kunnen vinden. Bedlakens, zakdoeken, sjaals, handdoeken, ik zag zelfs een Amerikaanse vlag.” Misschien waren de voedseldroppings nog wel emotioneler dan de bevrijding zelf, zegt Noordhoek.

Door de Hongerwinter, van 1944 tot 1945, kwamen veel mensen om door ondervoeding, ook in Rotterdam. Een „zuur detail”, zegt Noordhoek, is dat het lang duurde voor het voedsel daadwerkelijk bij de bevolking terecht kwam. „Het werd eerst verzameld op centrale plekken om diefstal en misbruik te voorkomen en pas na de bevrijding verdeeld, rond 13 mei. Een goedbedoelde maatregel, maar het zal vast slachtoffers hebben geëist omdat het zo lang duurde.”

Bij de experience in Museum Rotterdam ‘40-’45 NU, aan de Coolhaven, zijn diverse objecten en verhalen rond de voedseldroppings te zien.