Slachtoffers zedendelict vinden weinig steun bij justitie en politie

Seksuele misdrijven Slachtoffers van verkrachting die naar de politie gaan zien dader zelden veroordeeld.

Illustratief beeld.
Illustratief beeld. Foto Annabel Oosteweeghel

Slachtoffers van zedenmisdrijven kunnen nauwelijks hun recht halen via het strafrecht. Nog niet één op de tien slachtoffers die naar de politie stapt met een melding van verkrachting, ziet een dader veroordeeld, zo blijkt uit gegevens van het Openbaar Ministerie en de politie.

Slachtofferadvocaten, politici, wetenschappelijk onderzoekers en officieren die NRC heeft gesproken zeggen allemaal in min of meer gelijke bewoordingen: het strafrecht is niet de plek om je recht te halen als je bent aangerand of verkracht.

Na #MeToo-affaires in de sportwereld, bij de televisie, in de politiek, op de universiteit en in de kunstwereld deed NRC afgelopen maanden onderzoek naar wat er gebeurt vanaf het moment van aangifte van een zedendelict tot een eventuele veroordeling van een dader. Centraal stond de vraag waarom zoveel zedenzaken de eindstreep niet halen. In 2021 registreerde de politie een recordaantal van 2.168 verkrachtingen en 2.144 aanrandingen. In hetzelfde jaar zijn 195 daders veroordeeld voor verkrachting en 234 voor aanranding.

‘Voorwaardelijk strafje’

Niet alleen is de kans op een veroordeling van een dader klein, ook moeten slachtoffers gemiddeld twee jaar wachten tot hun zaak is afgerond en worden ze nauwelijks op de hoogte gehouden van de voortgang van hun dossier. Die lange wachttijd is psychisch zeer belastend voor slachtoffers, zeggen deskundigen. „Als het lukt om een verdachte voor de rechter te krijgen”, zegt slachtofferadvocaat Nelleke Stolk, „dan komt deze er vaak met een voorwaardelijk strafje vanaf, omdat het zwaard van Damocles zo lang boven zijn hoofd heeft gehangen. Dat is niet te verteren voor de slachtoffers. Dáárom vraag ik de slachtoffers: kun je dit aan?”

Meerdere slachtoffers die NRC sprak, zeiden „nooit” meer aangifte te zullen doen als ze weer verkracht of aangerand zouden worden. Eén vrouw deed al in 2020 aangifte van verkrachting, haar zaak loopt nog. „Mijn dader loopt gewoon los rond. Dat voelt als een reëel gevaar. Ik ben gestalkt, met de dood bedreigd, aangerand en verkracht. Straks in de rechtbank is de kans dat hij er mee wegkomt, reusachtig. En wat dan?”

De strafrechtketen kampt met veel problemen. De zedenrecherche en het OM hebben grote tekorten, de opleiding om zedenzaken te mogen doen als rechter of rechercheur is volgens experts te kort, en de positie van zedenslachtoffers in het strafproces is traditioneel zwak.

Slachtofferadvocaten vinden dat de politie en het OM regelmatig te weinig of te slordig onderzoek doen, te lang wachten met het verzamelen van bewijs en onzorgvuldig zijn richting het slachtoffer, bijvoorbeeld met het opsturen van stukken of het informeren over beslissingen. De lat in het strafrecht ligt volgens hen bovendien onhaalbaar hoog. De bewijslast voor delicten die vaak binnenskamers plaatsvinden, ligt bij het slachtoffer, en het is, meestal, zijn woord tegen het hare.

Zelden, zo blijkt uit het onderzoek, zijn aangedragen getuigen en bewijzen genoeg om tot vervolging over te gaan.

Lees ook hoe een slachtoffer van seksueel misbruik verging: Na jaren deed ze aangifte, maar haar zaak belandde op de plank

Honderdduizend slachtoffers

Seksueel geweld is een veel voorkomend misdrijf in Nederland. Uit een enquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat jaarlijks ongeveer honderdduizend mensen slachtoffer worden van aanranding, verkrachting of seksueel misbruik. Negen van de tien van hen zijn vrouw.

Wie alle vormen van fysieke seksuele intimidatie – knijpen in billen, ongewenst aanraken – meetelt, komt op 470.000 slachtoffers per jaar. Dat is 3 procent van de bevolking van 16 jaar en ouder. Bij minstens 185.000 personen komt het seksuele geweld structureel voor, soms op wekelijkse basis. Slechts een fractie van die mensen stapt naar de politie.