Recensie

Recensie Boeken

Haar grootmoeder was een steenrijke communiste die Tito bewonderde

Zora del Buono In een originele roman vertelt deze schrijfster over haar grootmoeder, die een avontuurlijk leven leidde als welgestelde communiste in het Italië van Mussolini.

Maarschalk Tito spreekt een menigte toe over de toekomst van het toen door Joegoslavië bezette deel van Triëst.
Maarschalk Tito spreekt een menigte toe over de toekomst van het toen door Joegoslavië bezette deel van Triëst. Foto Bettmann

Zora del Buono (1962) woont in Berlijn en Zürich, heeft Italiaanse en Sloveense wortels en draagt de naam van haar uiterst markante grootmoeder, op wier leven ze haar derde roman baseerde: De maarschalk. Het waanzinnige verhaal van Zora senior, gecombineerd met de ongelooflijke vaardigheid van de auteur, zorgt voor niets minder dan een kunststuk. Vorm, stijl en inhoud geven de indruk van een klassieker.

Zora’s verhaal is lastig samen te vatten. De uitgeverij doet op de binnenflap vreemd genoeg wel een poging door in plaats van een indruk een soort waarderende samenvatting van zowel verhaal als structuur (‘in een magnifieke slotmonoloog besluit Zora del Buono senior haar verhaal’) te geven. Vergeef mij dus ook eventuele spoilers – ze doen niets af aan de leeservaring, en die slotmonoloog is inderdaad magnifiek.

In het leven van Zora del Buono (1897-1980) tolt Europa om haar as in twee oorlogen, in revolutie, in het verdelen en verschuiven van landsnamen en -grenzen. Een van Zora’s zoons vat het samen als hij zijn moeder op straat de meute toe hoort spreken: ‘Mijn vader is een Siciliaan. Mijn moeder is een Sloveense, uit de contreien van het vroegere Oostenrijk-Hongarije, het zelfstandige kroonland Görz en Gradisca om precies te zijn, dat ooit bij het Oostenrijkse Küstenland hoorde en na de Eerste Wereldoorlog bij Italië kwam. In de laatste oorlog werd het bezet door de Duitsers en daarna bestuurd door de Engelsen. En door de Amerikanen natuurlijk. […] Mijn moeder heeft in haar leven vijf verschillende paspoorten gehad, stel je eens voor! Sinds vorig jaar heeft ze een Joegoslavische […].’

Het is, als Manfredi zijn moeder beschrijft, 1948. Het welgestelde gezin woont in het Italiaanse Bari en vormt een soort communistisch knooppunt: vader Pietro, radioloog, behandelt op een goed moment zelfs de communistische partizanenleider en persoonlijke held van Zora: Tito. In de opmaat naar 1948 volgen we Zora en de haren in etappes. Beginnend in Bovec, 1919 (de oorlog smeult nog na in het dal), via onder meer Ustica, 1927 (de vader van Pietro is burgemeester van een eiland vol bannelingen), ‘In de trein’, 1939 (Zora zit tegenover een fascist in de trein, nadat ze in eigen persoon de minnaar van haar broer op weer een ander bannelingen-eiland heeft opgezocht), El Shatt, 1946 (iemand uit Zora’s kringen is in het communistische vluchtlingenkamp te Egypte beland).

Lange en swingende zinnen

Een veelheid aan plaatsen, tijden, personages, in zinnen die niet zelden lang en swingend zijn. Vorm ondersteunt bij Del Buono inhoud, bijvoorbeeld als Pietro in zijn jonge jaren de activistische Emmi Bloch volgt naar een vergadering in het Proletarische Theater te Berlijn. Het gejaagde, de verwondering, de indrukken, hoe het daar moet voelen en ruiken (rook, natte jassen), alles in één zin, zoals het ook in één keer bij Pietro moet binnenkomen: ‘De mensen zaten dicht opeengedrongen rond de houten bistrotafeltjes, dronken en rookten, sommigen hadden hun natte jas en sjaal over de rugleuning gehangen, hij zocht juffrouw Bloch, wrong zich tussen stoelleuningen door, tot hij haar ontdekte, ze zwaaide naar hem, ze zat bij mensen die hij niet kende, vrienden klaarblijkelijk, pacifisten waarschijnlijk, want dat was de reden dat de USPD zich had afgescheiden van de SPD, hun oorlogsenthousiasme.’

Grootmoeder Zora Del Buono met Pietro del Buono, op een receptie voor medici in hun palazzo in Bari. Foto: Familiearchief Zora del Buono

De auteur moet bijzonder veel onderzoek gedaan hebben, kennis in pacht hebben ook. De maarschalk staat bol van geopolitieke bewegingen, sociale tendensen, trivia (een schrijfpapierautomaat op straat! Het ‘Manifest voor een futuristische keuken’! De Russische manier van het gipsen van een etterend been!) en bekende (Tito) en minder bekende (Bloch) historische figuren. Sowieso is de hoeveelheid personages licht intimiderend. Toch weet Del Buono het geheel op zo’n manier te presenteren dat je er niet in verdwaalt. Dat komt doordat ze geen verslag heeft geschreven, maar een rijke roman. De oorlogen zijn niet alleen een de historische ramp die we kennen, maar beleven zeer concrete nagalmen in het leven van individuen: hoe verhoud je je tot een vriendin die alles is verloren, terwijl jij alles nog hebt? Wat moet je met het ‘mannenoorlogszwijgen’? Waarom breit een grootmoeder hoezen voor de bloemenvazen sinds de zwaarste gevechten?

Communisten en anarchisten

Ook de personages zijn stuk voor stuk meer dan plotduwers of politieke pionnetjes. Ze komen aan het woord in eigen hoofdstukken, verwonderen zich over elkaar en anderen. Zora’s schoonvader, die op zijn eiland ineens niet alleen maar ordinaire boeven, maar ook verbannen communisten en anarchisten moet herbergen, vindt Gramsci ‘een mooie man, gevangen in het lichaam van een gnoom’. Over een wonderlijke tante die onderdak krijgt in huize Del Buono peinst echtgenoot Pietro: ‘Pietro kende geen enkel wezen dat niet aan tering leed en dunner was, een etherisch iemand, die niet alleen lichamelijk afwezig leek maar ook psychisch, alsof ze wenste niet te bestaan maar het niet aandurfde zich van het leven te beroven, temeer omdat ze ook niet depressief was, maar gewoon nauwelijks meer dan lucht.’

En vooral: Zora. Een vrouw die, in ieder geval in deze roman, larger than life is. Een vrouw met een duidelijke voorkeur voor een van haar kinderen. Iemand met zo’n enorme controledrang dat ze niet alleen haar eigen huis, maar ook het leven van de mensen om zich heen ontwerpt met geodriehoek en liniaal. Een steenrijke communiste, een eerzuchtige partizane, een schoonmoeder uit de hoogste regionen van de hel. Een vrouw die vermoedt dat ze vervloekt is door ‘de gebeurtenis’ – een vreselijk voorval waar ze schuld aan draagt – en vermoedt dat ze daarom al haar dierbaren maar blijft verliezen, allemaal aan auto-ongelukken. Het klapstuk is die ‘magnifieke slotmonoloog’. Het is 1980 en Zora is bitter, zuur, hilarisch, strijdvaardig, maar uitgeblust. Ze wendt zich tot haar verondersteld dove verzorgster. Ze zuigt, ettert, foetert, paait. En dan klap je het boek dicht en is Zora weg. Haast onverteerbaar! Maar een klassieker zou geen klassieker zijn als je ’m niet nog eens ging lezen. Opdat het verhaal nog rijker wordt en de personages je nader gaan staan.