Recensie

Recensie Film

Hoe China Hollywood uitkneep als een citroen

Boek Journalist Erich Schwartzel beschrijft in zijn boek ‘Red Carpet’ hoe China de kunst van Hollywood afkeek en nu gaat voor culturele expansie.

Een reclame voor de Disney-film ‘Mulan’ in 2020 in Hollywood.
Een reclame voor de Disney-film ‘Mulan’ in 2020 in Hollywood. Foto Rich Fury/ Getty Images

Is er een mondiale strijd om de culturele hegemonie gaande tussen de Verenigde Staten en China? En zo ja, wie wint? Tot zover China, is de onontkoombare conclusie van Wall Street Journal-journalist Erich Schwartzel in Red Carpet, dat de relatie tussen Hollywood en China onder de loep legt.

De teneur: China lokte de grote Amerikaanse filmstudio’s naar binnen en kneep ze uit als een citroen. Inmiddels mag Hollywood hooguit hopen op de kruimeltjes die partijleider Xi Jinping van tafel laat vallen. China’s twintig jaar geleden nog non-existente filmmarkt overtrof na een bouwgolf van hypermoderne bioscopen in 2020 voor het eerst de VS. En sinds een harde botsing in 1997 over de Tibet-films Seven Years in Tibet en Kundun legt China Hollywood zijn wil op. Disney, dat indertijd lobbyde voor een Disneyland Shanghai, smoorde Scorsese’s Dalai Lama-biopic Kundun listig in de Amerikaanse bioscopen en putte zich uit in excuses. Dat werd het patroon: een veeleisend, snel op zijn tenen getrapt China tegenover een serviel buigend Hollywood, dat nu scenario’s vooraf aan de Chinese censor voorlegt en zelfcensuur bedrijft. Zo vreesde Marvel in 2015 dat China bezwaar ging maken tegen de Tibetaanse ‘Ancient One’, die superheld Doctor Strange zijn magie leert. Dus koos men in Dr. Strange voor een Ierse wijze, Tilda Swinton, wat Disney in de VS op het verwijt van ‘witwassen’ van een Aziatisch personage kwam te staan. Maar dat woog niet op tegen 109 miljoen dollar recette in China.

Het boek Red Carpet pikt de draad op in 1976, als Mao’s Culturele Revolutie ten einde loopt, de deur naar de wereld op een kier gaat en de overheid bij Beijing de filmschool heropent. Hollywood ziet in de jaren tachtig een groeimarkt, maar moderne bioscopen ontbreken en tot ver in de jaren negentig neemt alleen videopiraterij een vlucht. Warner Bros bedenkt dan een opzetje dat ook in andere ‘ontwikkelingslanden’ slaagde: richt lokaal een concern op om moderne bioscopen te bouwen en verkoop die door als de tijd rijp is. Zo creëer je zelf een filmmarkt.

Technologie-overdracht

In China slaat Warner in 2003 de handen ineen met de Dalian Wanda-groep: multiplex bioscopen worden onderdeel van Wanda’s mega-winkelcentra. De deal lijkt bezegeld, Warner deelt zijn blauwdrukken met de partner – tot de overheid ingrijpt. Warner mag niet zeven jaar lang 51 procent van deze joint venture in handen hebben. Een minderheidsbelang is te riskant, waarna Wanda met Warners gratis blauwdrukken China’s grootste bioscoopketen bouwt.

Warner kan zich troosten met de gedachte dat het strategische doel – een volwassen filmmarkt – zo ook werd gerealiseerd. Maar het past in een algemeen patroon: toegang tot de Chinese markt in ruil voor technologie-overdracht, waarna je diensten al snel overbodig blijken te zijn.

Hollywood leert China in de 21ste eeuw volgens Schwartzel niet alleen bioscopen bouwen en exploiteren, maar ook blockbusterfilms maken. Aanvankelijk overspoelt Hollywood de Chinese bioscopen en blijven de zalen bij oubollige Chinese propagandafilms leeg. Alleen via kunstgrepen – quota, het programmeren van twee Amerikaanse kaskrakers in hetzelfde weekeind – toomt men dat in. Met name animatiehit Kung Fu Panda zit de partij dwars: zelfs Chinese personages doet Hollywood beter!

Vertrouwde nestgeur

Na 2010 kijken Chinese filmmakers de kunst steeds handiger af en herwinnen ze terrein, aangemoedigd door de staat. En beginnen films naar Hollywoodrecept, maar met vertrouwde nestgeur, te scoren. Zoals een bron in Red Carpet opmerkt: China lust op zijn tijd Amerikaanse hamburgers en gastronomie uit Europa, maar kiest vaker voor een kom noedels.

In de wilde jaren tien gaan nieuwe Chinese miljardairs overmoedig uit shoppen in Hollywood. ‘Dom geld’ zoals dat heet: zo bouwt Wang Jianlin van Wanda een enorm studiocomplex bij bierstad Qingdao en betaalt hij veel te veel voor de zieltogende bioscoopketen AMC en studio Legendary Pictures. Een zinloze expansie: Hollywood gehoorzaamt China zo ook. Xi Jinping beveelt zijn op hol geslagen, globetrottende miljardairs hun geld in Chinese film te steken en disciplineert de filmwereld met een ronde morele herbewapening, waarbij de frauderende mondiale superster Fan Bingbing als voorbeeld dient: ze verdwijnt wekenlang spoorloos.

Monkey King wint

China herovert in diezelfde tijd zijn bioscopen met spektakel van eigen bodem. De partijtop spint in 2018 van genoegen over het immense succes – 813 miljoen euro – van Wolf Warrior 2: Chinese kungfu-superheld gaat westerse uitbuiters te lijf in Afrika. Het publiek loopt wel warm voor Chinese propaganda volgens Hollywoodrecept, dus met helden die zichzelf niet louter wegcijferen voor de partij maar individuele obstakels overwinnen. Hollywoods pogingen Chinees te gaan, worden zuinig ontvangen, zoals Disney in 2020 ontdekt met Mulan. Na het absorberen van Hongkongs filmindustrie maakt China historisch kungfu-spektakel zelf een stuk beter.

En nu? Volgens Red Carpet heeft China Hollywood uitgeknepen, en is Hollywood ook wel even klaar met China. Het blijft een grote markt, maar de focus verlegt zich van de productie van wereldwijde blockbusters naar streaming, die een breed, divers en lokaal filmaanbod eist. Netflix, de nieuwe gigant van Hollywood, kreeg nooit voet aan de grond in China en schopt daarom onbekommerd tegen Chinese schenen.

China zelf gaat na de consolidatie van zijn filmmarkt voor expansie. In de finale van Red Carpet reist Schwartzel naar Kenia, waar China sinds 2015 via StarTimes satelliet-tv aanbiedt aan 10.000 geïsoleerde dorpen. Hij ziet Keniaanse kinderen weifelen wie het meest cool is: China’s Monkey King of Hollywoods ‘The Rock’ Dwayne Johnson? Monkey King wint.