In Rusland komt elke maand ten minste één oorlogsfilm uit. Maakte Poetin de geesten zo rijp voor oorlog in Oekraïne?

Achtergrond | Oorlogsfilms Rusland wordt bestookt met heroïsche films over de Tweede Wereldoorlog. Maakte Poetin de geesten zo rijp voor oorlog in Oekraïne?

‘Saving Leningrad’ van Aleksej Kozlov (2019).
‘Saving Leningrad’ van Aleksej Kozlov (2019). Foto Kinovista

Op 9 mei herdenken de Russen de overwinning op Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog, oftewel ‘de grote vaderlandse oorlog’. De feestdag is van enorm belang voor het prestige van de staat. Maar in de Russische film lijkt het wel elke dag 9 mei te zijn, zo dominant is de Tweede Wereldoorlog nog altijd aanwezig in Russische cinema.

De Russische overheid doet er ook alles aan om een gestage stroom van inspirerende en vaderlandslievende series en films over de Tweede Wereldoorlog op gang te brengen en te houden. Het begrip ‘patriottisme’ is leidend bij het cultuurbeleid. De Amerikaanse Rusland-expert Stephen Norris becijferde dat er in de afgelopen acht jaar ten minste één oorlogsfilm per maand uitkwam in Rusland; daarvan ging liefst 75 procent over de Tweede Wereldoorlog. Van de 10 films die Rusland inzond voor de Oscars tussen 2010 en 2020 hadden er zeven te maken met WOII.

Maakte de Russische staat met al die oorlogsfilms de publieke opinie rijp voor agressie in Oekraïne? Dat is vermoedelijk te simpel gezegd. Maar er bestaat natuurlijk wel een verband. De Tweede Wereldoorlog is de goede oorlog, waarbij de Russen eerst het slachtoffer waren van de laffe en onverwachte aanval van Hitler, vervolgens heroïsch stand wisten te houden en aan het einde een glorieuze zege vierden. Pacifist zal iemand niet snel worden na het zien van de meeste Russische oorlogsfilms.

Het lijden van de bevolking tijdens de oorlog wordt in de populaire beeldvorming geminimaliseerd; verdeeldheid onder de Russen bestond niet. De ruime Amerikaanse steun die Stalin tijdens de oorlogsjaren ontving middels het ‘lend-lease’-programma verdwijnt uit beeld. De Russen deden alles alleen.

Ideologische agenda

Poetin is zeker niet de eerste Russische leider die de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog gebruikt om zijn politieke en ideologische legitimiteit te vergroten. De officiële herdenkingscultus rond de Tweede Wereldoorlog begon in de Sovjet-Unie onder Nikita Chroesjtsjov. Onder Leonid Brezjnev was die cultus al zo dominant dat herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog die van de Oktober-revolutie overtroffen.

Toch is er in de loop der jaren ook wel wat veranderd. De ideologische boodschap stond in het verleden in dienst van de verheerlijking van de communistische partij en de broederlijke solidariteit van de Sovjet-volkeren. Tegenwoordig staat de propaganda exclusief in dienst van de eer en glorie van Russen en hun liefde voor het vaderland. Een personage dat afkomstig is uit een andere voormalige Sovjet-republiek krijgt hoogstens nog een bescheiden bijrol.

In Poetins eerste periode als president was kritiek en vrij debat in Rusland tot op zekere hoogte mogelijk. De populaire televisie-serie Shtrafbat (Nikolay Dostal, 2004) sneed een gevoelig onderwerp aan: de strafbataljons van politieke gevangenen in het Rode Leger, die met meedogenloze discipline de oorlog in werden gestuurd. Die relatieve vrijheid verdampte stap voor stap na Poetins terugkeer als president in 2012 – na een intermezzo als premier. De voormalige minister van Cultuur, Vladimir Medinsky, chef-ideoloog en vertrouweling van Poetin, speelde een belangrijke rol bij het aanzwengelen van het zogeheten ‘cinepatriottisme’. Op het ‘belasteren’ van de Russische heldenrol in de Tweede Wereldoorlog staat inmiddels zelfs gevangenisstraf.

Battle for Sevastopol van Sergej Mokritski (2015). Foto Sarafan PR Agency/TASS

Zo kregen de Russen in het afgelopen decennium een eindeloze reeks aan de oorlog gerelateerde blockbusters voorgeschoteld – of in ieder geval poging daartoe, want niet elke film was daadwerkelijk een succes. Allereerst zijn er films over beroemde veldslagen, zoals het succesvolle Panfilov’s 28 (Kim Droezjinin en Andrej Sjalopa, 2016). Een kleine groep heldhaftige Sovjet-soldaten is eind 1941 bereid om tot de laatste man te vechten om de Duitsers tegen te houden voor Moskou.

Toen de historicus en archivaris Sergej Mironenko met documenten aantoonde dat het hele verhaal berust op mythevorming, kreeg hij van Medinsky de wind van voren. Wie zo’n „heilige legende” aantast, was volgens Medinsky een „gore smeerlap”.

Zo’n correctie als van Mironenko is pijnlijk voor Medinsky, omdat hij er graag op wijst dat Russische oorlogsfilms altijd op waarheid zijn gebaseerd. Hollywoodfilms zoals Saving Private Ryan (Steven Spielberg, 1998) gaan over fictieve soldaten; Russische oorlogsfilms hebben dat niet nodig, aangezien de Russen in werkelijkheid enorm heldhaftig waren.

Meer geluk had Medinsky bij de door zijn ministerie stevig gesteunde film Battle for Sevastopol (Sergej Mokritski, 2015): een grotendeels feitelijk correcte biopic over de beroemde vrouwelijke sluipschutter Ljoedmila Pavlitsjenko. Zij wist volgens officiële telling liefst 309 vijandelijke militairen een kopje kleiner te maken. „Elk beeld is waar, elk personage is echt”, liet Medinsky weten.

‘Tank-fluisteraar’

Pure mythologie en mystificatie is daarentegen White Tiger (Karen Sjachnazarov, 2012). Die film gaat over een geheimzinnige, onoverwinnelijke witte tank van de Wehrmacht. De mysterieuze tank moet uiteindelijk toch het onderspit delven dankzij paranormale gaven van een aan geheugenverlies lijdende Russische soldaat; een soort ‘tankfluisteraar’. Klassieker van aanpak zijn recente films over belegeringen van Russische steden tijdens WOII, zoals Stalingrad (Fjodor Bondartsjoek, 2013) en Saving Leningrad (Aleksej Kozlov, 2019).

T-34 (Aleksej Sidorov, 2019), een film over Russische krijgsgevangenen die er per Russische tank in slagen uit een Duits gevangenenkamp te breken, was een grote hit in de bioscopen. Naast de films over tankslagen, zijn er ook nog films over het wapentuig zelf. Tanks for Stalin (Kim Droezjinin, 2018) gaat over de ontwikkeling van de iconische sovjet-tank T-34. AK-47 (Konstantin Boeslov, 2020) richt zich op de uitvinding van het roemruchte machinegeweer door Michail Kalasjnikov tijdens WOII.

Gezien het film-menu dat Russen al jaren voorgeschoteld krijgen, wordt het vooralsnog ontbreken van grootschalig verzet tegen de oorlog in Oekraïne iets minder raadselachtig. Poetin laat ook geen kans voorbij gaan om de huidige oorlog in verband te brengen met WOII. Heroïsche bioscoopfilms over de ‘speciale militaire operaties’ in Oekraïne zullen vermoedelijk niet lang op zich laten wachten.