Opinie

Nog maar even genieten

Marcel van Roosmalen

Ik zat in de stoel bij een van de kappers in het dorp. Ik wilde ‘een stukje eraf’, maar ook bij ‘een stukje eraf’ moest het haar verplicht mee gewassen. Ik moest het maar vergelijken met de horeca. Daar hadden ze na corona de aardappels of frietjes en het garnituur ook apart op de menukaart gezet. Of was me dat niet opgevallen? Nou haar wel, ze was een week eerder wezen eten in Zaandam: stukje vlees 18 euro, frietjes vijf euro en groenten ook vijf.

Corona was voorbij, gelukkig maar. Er waren dagen geweest dat ze dacht dat ze zou stikken in haar mondkap. Dan moest ze echt even naar buiten om het ding naar beneden te trekken. En dan die verplichte sluitingen en die piekbelasting toen ze weer opengingen. Heel vermoeiend, de mensen hadden er geen weet van. Veel uitgroei, je gaf mensen echt een metamorfose. Daarna ging alles weer z’n dooie gangetje, dat wil zeggen er komt natuurlijk wel een crisis aan. En crisis is slecht voor kappers.

„Wij merken het als eersten. Dan gaan ze zelf aan de slag.”

Ze keek naar Leah van Roosmalen, die een stoel verderop braaf achter een bord dropjes zat.

„Zo’n klein meisje, ze zal waarschijnlijk later geen huis meer vinden, het kan wel oorlog wezen… Nu nog maar even genieten, hè lieverd?”

De lieverd ging gewoon door met drop eten.

Ik keek naar mijn eigen hoofd, nooit een feest bij de kapper. „Liever grijs dan kaal, zeg ik altijd maar”, zei ze terwijl ze aan mijn slapen begon. „Aan de andere kant: wat maakt het nog uit? Ik zeg altijd maar zo: als het oorlog wordt maakt het echt niet uit hoe je haar zit.”

Het was voor het eerst dat ik in het dorp iemand trof met een nog zwartere kijk op het leven.

„Wat denkt u”, hoorde ik mezelf vragen, „zijn we er volgend jaar nog?”

Ze keek me over haar bril aan via de spiegel.

„U wilt een eerlijk antwoord? Ik denk het wel.”

Daarna rondde ze zwijgend af, ze blies met een föhn de haren van mijn colbert. Toen ik zei dat ik dat een goede service vond zei ze dat er toch weleens mensen waren die klaagden dat er nog haren op hun kleding zat. Tegen hen placht ze te zeggen: „wees blij dat je nog haar hebt.”

Hand in hand met Leah van Roosmalen liep ik de zaak uit. De zon brak door, de lente kwam eraan. We waren er klaar voor.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.