Reportage

Rotterdamse scholieren over Joodse leeftijdgenootjes: ‘Sara was te jong om vermoord te worden’

Kinderen op de Kaap Scholieren op Katendrecht verdiepen zich in Joodse leeftijdsgenootjes die in de oorlog werden gedeporteerd van het schiereiland. „Ik wist niet dat iemand zo voor je neus kon worden weggehaald.”

Foto Sanne Donders

Met zestien kinderen woonde de Joodse familie Bierschenk aan de Brede Hilledijk 161, op Katendrecht. Acht zoons, acht dochters. „Toen de oudste zestien was, moest de jongste dus nog geboren worden”, vertelt Lodewijk Ouwens, een oud-docent die het schoolproject ‘Joodse kinderen van de Kaap’ begeleidt. Scholieren van groep acht van de Globetrotter luisteren aandachtig, deze woensdagochtend half april. Een jongen maakt fanatiek aantekeningen. Zoals over de jongste zoon van het gezin, die op zijn vijfde overleed na het eten van bedorven soep.

Bierschenk was een bekende Joodse familie, door de vele kinderen en omdat de vader als handelaar langs huizen ging. Hij verkocht spullen voor het maken van kleding – garen, naalden, scharen, vingerhoedjes. „Op een slechte dag haalden de Duitsers ze op en ze werden naar concentratiekampen gebracht en daar vermoord”, vertelt Ouwens.

Voor de woning liggen Stolpersteine – struikelstenen – met namen van de gezinsleden. Een leerling vraagt of ze hieronder begraven liggen. Een meisje steekt een kaarsje aan en leest de namen voor. „Laten we even een minuut stilte houden en aan deze mensen denken”, zegt Ouwens. De kinderen kijken strak, blijven stil.

Dodenherdenking

In aanloop naar Dodenherdenking op 4 mei verdiepen scholieren van twee Katendrechtse basisscholen – de Globetrotter en de Schalm – zich in de geschiedenis van de wijk, de Joodse gemeenschap, de Tweede Wereldoorlog en jodendeportaties. Centraal staat de moord op 57 Katendrechtse Joden, onder wie meer dan twintig kinderen. De scholieren richten zich met name op hun lot.

Ze lezen verhalen, praten erover in de klas, gaan de wijk in, bezoeken de woningen van hun oude buurtgenootjes, doen opdrachten, schrijven teksten, maken een krant. En leerlingen mogen straks de namen van de getroffen kinderen voorlezen tijdens Dodenherdenking bij de Rijnhavenbrug.

„Het idee is dat jullie een band krijgen met de kinderen die hier leefden”, zegt Marianne Ketting tegen groep acht van de Globetrotter. Ketting is de initiatiefnemer van het project, als voorzitter van Kaapse Kringen, een stichting die zich inzet voor het behoud van het cultureel erfgoed van Katendrecht – dat altijd een smeltkroes van nationaliteiten is geweest. Ze vindt het belangrijk dat de kinderen de gebeurtenissen van toen kunnen plaatsen in het heden – op thema’s als uitsluiting en discriminatie.

Globetrotter-leerling

Het plan ontstond toen Globetrotter-leerling Kenan Albayrak, zoon van een bestuurslid van Kaapse Kringen, een spreekbeurt hield over de familie Bierschenk. Die woonde in dezelfde straat als hij. Ketting: „We dachten: zou het niet goed zijn om te kijken wat er met de Joden op Katendrecht is gebeurd?”

Rotterdam 13-04-2022 - Op Rotterdam Katendrecht krijgen leerlingen van twee basisscholen (groep 8) lessen over de Tweede Wereldoorlog en wat er met hun Joodse buurt- en leeftijdsgenootjes van toen gebeurde. Dit om begrippen als discriminatie en uitsluiting tastbaar te maken. Centraal staat de deportatie van 57 joodse mensen/kinderen. Alle informatie staat duidelijk beschreven in het pdf-documentje dat ik heb meegestuurd (PP Joodse kk van de Kaap). Ook is er een leerlingenkrant gemaakt, waar veel achtergrondinfo en opdrachten in staan die de kinderen krijgen.
De leerlingen gaan Katendrecht in en krijgen daar de opdracht mee om de huizen waar de Joodse kinderen van toen hebben gewoond te vinden (excursie in de wijk). Een gids bij de huizen houdt ter plekke het verhaal. fotografie@ Sanne Donders
Rotterdam 13-04-2022 - Op Rotterdam Katendrecht krijgen leerlingen van twee basisscholen (groep 8) lessen over de Tweede Wereldoorlog en wat er met hun Joodse buurt- en leeftijdsgenootjes van toen gebeurde. Dit om begrippen als discriminatie en uitsluiting tastbaar te maken. Centraal staat de deportatie van 57 joodse mensen/kinderen. Alle informatie staat duidelijk beschreven in het pdf-documentje dat ik heb meegestuurd (PP Joodse kk van de Kaap). Ook is er een leerlingenkrant gemaakt, waar veel achtergrondinfo en opdrachten in staan die de kinderen krijgen.
De leerlingen gaan Katendrecht in en krijgen daar de opdracht mee om de huizen waar de Joodse kinderen van toen hebben gewoond te vinden (excursie in de wijk). Een gids bij de huizen houdt ter plekke het verhaal. fotografie@ Sanne Donders
Rotterdam 13-04-2022 - Op Rotterdam Katendrecht krijgen leerlingen van twee basisscholen (groep 8) lessen over de Tweede Wereldoorlog en wat er met hun Joodse buurt- en leeftijdsgenootjes van toen gebeurde. Dit om begrippen als discriminatie en uitsluiting tastbaar te maken. Centraal staat de deportatie van 57 joodse mensen/kinderen. Alle informatie staat duidelijk beschreven in het pdf-documentje dat ik heb meegestuurd (PP Joodse kk van de Kaap). Ook is er een leerlingenkrant gemaakt, waar veel achtergrondinfo en opdrachten in staan die de kinderen krijgen.
De leerlingen gaan Katendrecht in en krijgen daar de opdracht mee om de huizen waar de Joodse kinderen van toen hebben gewoond te vinden (excursie in de wijk). Een gids bij de huizen houdt ter plekke het verhaal. fotografie@ Sanne Donders
Sanne Donders
Rotterdam 13-04-2022 - Op Rotterdam Katendrecht krijgen leerlingen van twee basisscholen (groep 8) lessen over de Tweede Wereldoorlog en wat er met hun Joodse buurt- en leeftijdsgenootjes van toen gebeurde. Dit om begrippen als discriminatie en uitsluiting tastbaar te maken. Centraal staat de deportatie van 57 joodse mensen/kinderen. Alle informatie staat duidelijk beschreven in het pdf-documentje dat ik heb meegestuurd (PP Joodse kk van de Kaap). Ook is er een leerlingenkrant gemaakt, waar veel achtergrondinfo en opdrachten in staan die de kinderen krijgen.
De leerlingen gaan Katendrecht in en krijgen daar de opdracht mee om de huizen waar de Joodse kinderen van toen hebben gewoond te vinden (excursie in de wijk). Een gids bij de huizen houdt ter plekke het verhaal. fotografie@ Sanne Donders
In de Rotterdamse wijk Katendrecht krijgen leerlingen uit groep 8 van twee basisscholen lessen over de Tweede Wereldoorlog en wat er met hun joodse leeftijdsgenootjes uit dezelfde buurt gebeurde.
Sanne Donders

De stichting ging grondig te werk bij het opzetten van de lessen en het lespakket. Eerst brachten twee archiefonderzoekers in kaart welke Joden op de Kaap woonden. Dat waren er niet veel, want er was geen synagoge op het schiereiland. Daarop werd historicus en oud-onderwijzer Rob Snijders van de site Joods Erfgoed Rotterdam ingeschakeld om verhalen over de families te maken. Wie waren ze? In welke straat woonden ze? Naar welke concentratiekampen gingen ze?

Hij verwerkte de verhalen in de leerlingenkrant Joods Katendrecht, leidraad voor het project. Via QR-codes in de krant kunnen leerlingen op zijn site meer achtergronden vinden over de twintig Joodse gezinnen die in de wijk woonden. „Wat je kinderen moet gunnen”, zegt Snijders, „is dat ze een aha-erlebnis krijgen: dat ze het zelf beginnen te zien, zelf ontdekken.”

Abraham, Aaltje en Trijntje

Bij de Sumatraweg 14 gaat het over het gezin De Wolff, met drie jonge kinderen: Abraham, Aaltje en Trijntje. Zij verhuisden eerst vanuit de binnenstad naar Katendrecht, nadat bij het bombardement van mei 1940 hun woning werd vernietigd. Op de dag van hun deportatie, 6 augustus 1942, overleden ze in Auschwitz. Abraham, Aaltje en Trijntje werden acht, elf en dertien jaar oud.

„Maar wacht, zijn ze in het kamp vermoord of zijn ze doodgegaan?”, vraagt een jongen.

De begeleidster: „Nee, ze zijn vermoord.”

„Werden ze vergast?”, vraagt de jongen.

De begeleidster, bewust terughoudend: „Dat weet ik niet, dat staat er niet bij.”

Aan welke regels moesten Joden zich houden tijdens de oorlog, vraagt ze de groep.

Een meisje: „Ze moesten een ster dragen.”

Een jongen: „Ze mochten niks kopen.”

Bordjes

De begeleidster vertelt dat bij restaurants, musea en zwembaden bordjes stond dat die plekken verboden waren voor Joden. „Dat hebben deze kinderen dus allemaal meegemaakt.”

Ook hier branden ze een kaarsje. Waarom doen ze dat niet voor Palestina, vroeg een van de leerlingen met een Marokkaanse achtergrond zich even daarvoor bij de wandeling af. Later maakt hij zijn punt opnieuw, centraal in de groep, en noemt hij behalve Palestina ook Oekraïne. De begeleidster zegt dat zich daar ook „hele erge dingen” afspelen.

Ze vraagt wat het met hem doet dat zulke jonge kinderen naar concentratiekampen moesten. „Best wel erg”, reageert de jongen. Een klasgenootje zegt dat de oorlog voor hem nu meer een gezicht krijgt.

„Het is ook veel, wat er binnenkomt”, zegt Ketting, als zij met docent Rick van Leeuwen verder loopt.

„Het hangt er ook vanaf hoeveel aandacht er thuis aan wordt besteed, voor sommigen is dat referentiekader en wereldbeeld heel anders”, zegt Van Leeuwen. „Als je het thuis vaak hebt over het conflict tussen Israël en Palestina, snap ik dat je je afvraagt waarom we het dáár niet over hebben.”

Oorlogsheld

Bij de Schalm, de andere basisschool, was er een jongen met Marokkaanse achtergrond die zei dat Geert Wilders eigenlijk hetzelfde met hun wil als wat met de Joden is gebeurd, vertelt Ketting. Hij doelde op diens ‘minder Marokkanen’-uitspraak. „Die jongen zei: als hij bij ons op bezoek komt, krijgt hij geen baklava. Ik was geschokt dat een kind van elf weet dat één van onze parlementariërs dat soort dingen zegt. Het komt dus binnen. Dat is ook waarom we het project doen: om dit soort dingen duidelijk te maken.”

Jullie hebben veel nare dingen gehoord, zegt Ketting, ze wil nu aandacht voor een oorlogsheld, de Katendrechtse postbode. Die kreeg een kaart in handen die was geadresseerd aan de Duitse politie, met informatie over een adres op Katendrecht waar vier Joden ondergedoken zaten. Dit verraad leverde 7,50 gulden per Jood op, zegt Ketting. „Die postbode scheurde de kaart in stukken en gooide hem weg, waarmee hij in die tijd een misdaad beging, hij werkte een verrader tegen.”

Zo erg dat discriminatie zo ver kan gaan. Dit mag nooit meer gebeuren

Tishanti scholier

Jeremy (11) uit groep acht vertelt feilloos na wat hij allemaal heeft gehoord tijdens het onderzoek door de wijk. Hij maakte volop aantekeningen, met steekwoorden. Hij wist nog niet zoveel van de Tweede Wereldoorlog en wil er graag meer over te weten komen. Hij vindt het „zielig” dat zoveel kinderen werden gedeporteerd.

„Ik wist niet dat iemand zo voor je neus kon worden weggehaald”, zegt klasgenoot Niels (11). „Dan denk je: dat kan mij ook overkomen.” De postbode vindt hij dapper – „dat hij dat risico nam”. Het leukste vond hij het branden van de kaarsjes – hij stak er vier aan.

Katendrecht nam een bijzondere positie in tijdens de oorlog, vertelt historicus Snijders van Joods Erfgoed Rotterdam. „Het was de wijk van de jazz en prostitutie, daarom mocht de Wehrmacht er officieel niet komen, omdat veel leidinggevende Duitsers toen hysterisch waren als het om besmettelijke ziektes ging.”

Het was een soort vrijstaat in een bezette stad. „Al kon niet alles, mensen werden hier ook afgevoerd. Maar de patrouilles die door heel de stad plaatsvonden, waren iets minder vaak op Katen-drecht.”

Herdenkingstegel

‘Zomaar gedeporteerd. Dit moet nooit meer gebeuren’, staat op de keramische tegel, met eromheen een rood hart en bloemen getekend. Erboven de namen van Jacob en Izak Ensel, twee broers die respectievelijk op elf- en vierjarige leeftijd overleden, in Auschwitz en Sobibor. Kinderen uit groep acht van de Schalm kwamen zelf met het idee voor dit herdenkingsmonument voor de twee jongens, die woonden op de plek waar nu de speelplaats van hun school ligt.

Tishanti (12) en Abdirahman (12) maakten de tegel samen met twee andere klasgenoten, als slotstuk van het project. Zorgvuldig plaatsen ze het bij een lindeboom, tegen het hek van het schoolplein, ongeveer waar de woning van de broertjes stond. Een verslaggever van Rijnmond legt alles vast deze middag, glunderend kijken schooldirecteur Pamela Tjon Appian en begeleider Lodewijk Ouwens van Kaapse Kringen toe.

De ouders van de broertjes Ensel scheidden kort voor de oorlog, vertelt Tishanti, waarna ze beiden ergens anders naartoe ging – de jonge peuter Izak moest naar een weeshuis. Tishanti: „Daarna werden ze ook naar verschillende concentratiekampen gebracht”.

Sober karton

Veel leerlingen van de Schalm, een zeer diverse school, wisten tot dit project niet dat er Joden op Katendrecht woonden. Alle achttien scholieren uit deze klas ‘adopteerden’ ook één van de gedeporteerde Joodse kinderen uit de wijk. Ze onderzochten hun jeugd en maakten een persoonlijke tekst op sober karton – als ware het een kleine tegel.

Tishanti richtte zich op Kaatje Bierschenk, uit het gezin van zestien, die op veertienjarige leeftijd werd vermoord in Sobibor. ‘Verschrikkelijk. Dit mocht nooit gebeuren’, schrijft Tishanti. ‘Het is zo erg dat discriminatie zo ver kan gaan. Je hebt bijna geen jeugd gehad.’

Abdirahman deed onderzoek naar Sara Bon, die in oktober 1942 op driejarige leeftijd omkwam in Auschwitz. Hij schrijft: ‘Sara was te jong om vermoord te worden. Ze kon een lang leven leven, maar zomaar om haar geloof wou die man hun allemaal vermoorden. Niet normaal!’

Marianne Ketting vertelt over de Katendrechtse postbode – een held. Sanne Donders