Reportage

Een rechtszaak in je eigen wijk, vlak naast de moestuintjes

Rechtbank Venserpolder In de Amsterdamse Venserpolder kunnen verdachten naar een rechtbank in hun eigen leefomgeving.

In de buurtrechtbank in de Amsterdamse Venserpolder wordt op een informelere manier recht gesproken.
In de buurtrechtbank in de Amsterdamse Venserpolder wordt op een informelere manier recht gesproken. Foto Simon Lenskens

Mishandeling, dat vindt hij echt een te groot woord. „Als ik zo’n grote boeman ben, waarom heeft de politie me dan meteen na afloop weer laten gaan?”

E. is 27 jaar oud. Hij wordt ervan verdacht zijn vriendin te hebben geslagen en geduwd, rond Kerst vorig jaar. Hij stond onder de douche, zij draaide de warme kraan open in de keuken, de douche werd koud. Dat werd ruzie, waarbij hij „fysiek reageerde” op zijn vriendin, zo verklaarde E. tegenover de politie.

„Wat is er precies gebeurd?” vraagt rechter Samir Djebali.

„Het was actie-reactie”, zegt E. „Zíj was begonnen, maar ik word aangekeken voor alle acties. Als ik ga schreeuwen, ben ík de boeman.”

„Uit het dossier”, zegt rechter Djebali vriendelijk, „rijst helemaal geen beeld van een boeman, hoor. Bij u is ook letsel gezien.”

Bewoners uit de kwetsbare multiculturele wijk Venserpolder in Amsterdam Zuidoost die in aanraking komen met justitie, hebben meestal meer dan één probleem. Ook E., zo blijkt tijdens deze zitting van de buurtrechtbank, waar het er informeler aan toegaat dan in de reguliere rechtbank. E. zit niet in een beklaagdenbankje maar aan een ovale tafel, samen met de rechter, de griffier, de officier van justitie en zijn advocaat. Hij kan uitgebreid zijn verhaal doen.

Zijn rijbewijs is enkele jaren geleden ingetrokken, vertelt E., omdat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) denkt dat hij verslaafd is aan cannabis. Werken doet hij slechts sporadisch – mede vanwege dat ontbrekende rijbewijs. En de relatie met zijn vriendin, met wie hij een 2-jarig zoontje heeft, is moeizaam.

Ondanks een mediation-traject dat resulteerde in een brief met fraaie voornemens, beklaagt hij zich tijdens de zitting herhaaldelijk over haar onmogelijke gedrag. Zijn vriendin was uitgenodigd, maar is niet gekomen.

„Uw zoontje heeft te maken met twee ouders die tegenover elkaar staan”, zegt Djebali. „We zouden ook kunnen zeggen: we staken nu deze zaak, en we kijken of er hulp kan komen?”

E.: „Ik ben gekomen om dit achter me te laten. Ik wil dóór, ik wil werken en een vader zijn voor mijn zoontje.”

De officier van justitie: „Wij willen voorkomen dat zoiets als dit nog een keer gebeurt”.

E.’s advocaat Manon Aalmoes: „Je wil het afsluiten, maar het is nog niet afgesloten. Je kunt deze zitting ook zien als een kans om betere afspraken te maken, bijvoorbeeld gezamenlijk gezag over je zoontje.”

De buurtrechtbank in Venserpolder, sinds begin dit jaar in bedrijf, is niet de eerste in het land. In Eindhoven is er ook eentje, net als in Rotterdam. Maar anders dan in Eindhoven vinden de zittingen ook echt plaats in de wijk, in een buurtgebouwtje naast een moestuin. Hier worden kleine strafzaken behandeld: winkeldiefstal, mishandeling, huiselijk geweld – kwesties die normaal gesproken bij de politierechter zouden belanden. Voorwaarde: het vergrijp moet zijn gepleegd in Venserpolder. Of de verdachte moet er wonen.

Lees ook over de buurtrechtbank in Eindhoven: Een tweede kans voor daders, maar de wijk profiteert amper

Leefwereld

Projectleider en rechter Maria Leijten nam anderhalf jaar de tijd om de buurt te leren kennen. De bedoeling, zegt ze in de raadkamer, is dat de informele setting van de buurtrechtbank „beter aansluit bij de leefwereld van de mensen, zodat ze weer aanhaken bij recht en rechtvaardigheid.” Hier draait het niet om straffen, zegt Leijten, maar vooral om „oplossingen”,

Naast de openbare zittingen, iedere maandagmiddag, houdt Leijten besloten ‘preventieve gesprekken’ over schoolverzuim. In plaats van een gang naar de kantonrechter probeert de rechter samen met de spijbelende leerling, de ouders, de leerplichtambtenaar en andere instanties een oplossing te vinden. De eerste resultaten zijn bemoedigend, zegt Leijten.

De buurtrechtbank behandelt ook schuldenzaken. Iedere twee weken worden inwoners van Venserpolder opgeroepen die een betalingsachterstand hebben van meer dan drie maanden bij zorgverzekeraar Achmea. Het idee: een schuld bij de zorgverzekeraar wijst meestal op andere financiële problemen – en hoe eerder je wanbetalers in het vizier hebt, hoe beter je ze kunt helpen. „Mensen met schulden wachten gemiddeld vijf jaar met hulp zoeken”, zegt Leijten. De aanpak keek ze af van Amsterdamse kantonrechters, die al een aantal jaar zo werken.

Op een maandagmiddag in april komen er zeven buurtbewoners langs. De jongste is 18, de oudste begin 50. Hun schulden lopen uiteen van 750 tot 3.500 euro. Ze zijn onlangs gescheiden, raakten hun baan kwijt of hadden gedoe met de ziektewet. Sommigen zijn open over hun persoonlijke situatie, anderen generen zich: „Ik vind het een schande dat ik hier zit”, zegt een man van in de 40, die na tien jaar scheidde van de moeder van zijn twee dochters. „Na een scheiding hebben veel mensen schulden, dat is heel normaal”, zegt Leijten, die deze zittingen zelf doet.

Behalve de rechter, de griffier en de schuldenaar zitten aan de ovale tafel ook Klaske de Haan van Achmea en Fannie Janssen van de schuldhulpverlening. „Heeft u nog andere schulden?” vraagt rechter Leijten aan iedereen die verschijnt. En daarna nog eens: „Weet u het zeker?”

Staat de schuldenaar bij meer instanties in het krijt, dan houdt rechter Leijten de zaak aan en wordt de mogelijkheid bekeken van een schuldsaneringstraject. Is dit de enige schuld, dan wordt ter plekke een betalingsregeling afgesproken. Soms gaan Janssen en de schuldenaar even samen naar de raadkamer om te rekenen en te overleggen: wat is een verstandig maandbedrag? Een te hoog bedrag kun je niet betalen, aan een te laag bedrag zit je eindeloos vast.

Lees ook: De rechtbank die zoekt naar oplossingen

Collegegeld

De 18-jarige H. – bril, strak achterovergekamd haar, zachte stem – heeft een openstaande rekening van 1.119,12 euro: premies, plus het eigen risico dat is opgegaan aan een operatie. Haar financiële krapte begon met het collegegeld voor een hbo-opleiding. „Ik durfde mijn vader niet te vragen of hij dat wilde betalen.” Inmiddels is ze gestopt met studeren en werkt ze bij een cateraar. In september wil ze beginnen met een andere studie.

„De financiële positie die je nu hebt, ga je niet meer krijgen als je straks weer studeert”, zegt De Haan van Achmea. „Dus ik zou een hoger maandbedrag doen. Je hebt nu de mogelijkheid om er in vijf maanden vanaf te zijn.” Ze komen uit op een bedrag van 150,59 euro per maand.

„Als het toch niet lukt, bel Achmea!” zegt rechter Leijten tegen H. als de regeling is ondertekend. „Dat je niet denkt: het loopt wel los. Je krijgt er écht gedoe mee.”

Lang niet alle schuldenaren komen deze middag opdagen. De opkomst bij schuldenzaken in de buurtrechtbank is zo’n 50 procent, zegt rechter Leijten. Dat lijkt laag, maar is veel hoger dan de opkomst van schuldenaars bij de ‘gewone’ rechter: 4 procent.

Als de wanbetaler verschijnt, is dat winst voor iedereen. Voor de rechter, die de ernst van de situatie kan beoordelen. Voor de schuldenaar zelf, wiens schuld niet wordt overgedragen aan het incassobureau – wat al gauw honderden euro’s extra kost. En voor Achmea, dat minder tijd en administratieve last kwijt is aan wanbetalers achter de broek aan zitten.

Maar het geduld bij de buurtrechtbank is niet eindeloos. Als mensen niet ter zitting komen, is rechter Leijten weinig sentimenteel: hup, gewoon naar het incassobureau. „Ik zie geen reden om hem opnieuw uit te nodigen”, zeg Leijten over een meneer die voor de tweede keer op rij niet is komen opdagen – en niets van zich heeft laten horen. „Als hij weer eens belt, kunnen we verder kijken.”

Ook C. verschijnt niet op het afgesproken tijdstip. De griffier vertelt dat ze zes keer heeft geprobeerd contact te zoeken – zonder resultaat. „Wel jammer”, zegt De Haan van Achmea, „want het is dramatisch aan het worden wat ik hier zie staan.”

De griffier belt ter plekke met de bewindvoerder van C. Ze schrikt zichtbaar van wat ze hoort. „Bewind opgeheven wegens onwerkbaarheid... huis ontruimd... vermissing... politieonderzoek... oh... dan weet ik even genoeg.”

„Het heeft geen zin om haar nog een brief te sturen, lijkt me”, zegt Leijten als de griffier heeft opgehangen.

De Haan: „Nee, als we niet eens weten waar ze is...”

Leijten, droogjes: „Ik hoop dat ze ergens is waar ze haar niet kunnen vinden”.

Lees ook hoe burgemeester Halsema in New York zag hoe kleinschalige rechtbanken werkte

Meer dan een klap

Terug naar de strafzaak van E., die terecht staat voor mishandeling van zijn vriendin. Het is tijd voor het vonnis. De officier van justitie vindt dat voldoende bewezen is dat E. zijn vriendin in het gezicht heeft geslagen en gestompt. „Er was meer aan de hand dan alleen een klap, maar nog steeds geldt: geweld is niet oké, al helemaal niet in een relatie.” Ze eist 40 uur werkstraf, geheel voorwaardelijk.

Rechter Djebali toont begrip voor de frustratie van E. Hij acht bewezen dat hij zijn vriendin heeft geslagen, maar spreekt hem vrij van het stompen. E. krijgt twintig uur werkstraf. Ook voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. „Dat u weet: als ik dit nog een keer doe, dan krijg ik straf.” Hij kijkt E. aan: „En ik hoop vooral dat het rustig blijft tussen u en uw vriendin.”

„Ik ben het hier zeker niet mee eens”, zegt E., voordat hij teleurgesteld wegbeent.

Een lastige zaak, beaamt Djebali na afloop. „Het was beter geweest als zijn vriendin was gekomen. Nu heeft hij het idee dat hij van alles de schuld krijgt.”