Zelf niets van auto’s weten doet weinig af aan het kijkgenot

Zap Aan moderne auto’s valt door alle nieuwe snufjes nauwelijks nog te klussen, maar de liefde tussen man en machine is zeker nog niet bekoeld, zie je ook in De Rijdende Rechter.

Rijdende Rechter John Reid op locatiebezoek bij een Groningse autogarage.
Rijdende Rechter John Reid op locatiebezoek bij een Groningse autogarage.

Welke man durft nog zomaar onder de motorkap te duiken? Aan auto’s valt nauwelijks nog te klussen, al het binnenwerk is gedigitaliseerd en alleen een computer weet nog wat zich precies afspeelt tussen de wielen. Je zou vermoeden dat de band tussen de man en de machine daarmee bekoeld is, maar niets is minder waar. Bij mij thuis wordt gesmuld van Wheeler Dealer, een Brits televisieprogramma (uitgezonden op Discovery Channel) waarin een handelaar/presentator en een monteur in een soort onhandig toneelstukje een auto opkopen, opknappen en weer verkopen. Niet per se altijd een oldtimer, maar wel een auto waar nog aan gesleuteld kan worden. Niemand op mijn bank begrijpt welke onderdelen waarom vervangen worden, niemand wist ook dat die onderdelen bestónden en een naam hadden, niemand heeft de ambitie ooit zelf iets te repareren aan een auto, en toch doet dat niets af aan het kijkgenot. Hier wordt door tussenkomst van een handige man een barrel omgetoverd tot een blinkende bolide.

Zo werkt het dus niet meer met de moderne auto en dat heeft de relatie mens-machine verstoord. Iets van die schroomvalligheid jegens de moderne techniek zie je terug bij Rijdende Rechter John Reid. Dinsdagavond zag je hem arriveren op ‘locatiebezoek’ in zijn donkergroene Land Rover Defender, maar de motorkap van de auto die deze uitzending onderwerp is van discussie maakt hij mooi niet open. Hij deinst, letterlijk, terug. Zul je net zien, hoor je hem zeggen tegen de omstanders, dat die klep niet opengaat. Zo diep is het vertrouwen tussen mensen en machine gezonken.

Maikel kocht de auto tweedehands, 187 kilometer verderop, van Luca, autohandelaar in Groningen. Vier maanden en een week na de aankoop, bij de eerste warme dag, bleek de airconditioning het niet te doen. Vloeistof op. Kosten voor bijvullen: 125 euro. Daarna: roetfilter vol. Kosten voor schoonmaken: 400 euro. Vervolgens begon de auto te „bokken bij het optrekken”. Injector stuk. Ja, zegt de geraadpleegde garagist: vervang ze dan alle vier. Alles bij elkaar heeft de auto Maikel drieduizend euro extra gekost en dat geld wil hij terug van de autoverkoper.

De rechter, zijn deskundige én een garagist duiken gedrieën onder de motorkap en vinden daar iets terug van het sleutelplezier van ooit (toen auto nog werd uitgesproken als oo-to). Bij de injector zat een tie wrap, zegt klager. Een eenvoudig plastic bandje. De garagist: „Prima middel om iets vast te zetten.” De rechter, man van het woord, maakt zich vrolijk over ‘alles wat in de olie loopt’ en ‘loslopende moeren’, informeert of injector en verstuiver inwisselbare termen zijn en of zo’n plastic bandje wel onder de motorkap thuishoort. Het antwoord van zijn deskundige schittert van eenvoud: „Zolang het gaat, gaat het.”

Was alles maar zo simpel. In het NOS-journaal horen we dat Nederland pantserhouwitsers naar Oekraïne stuurt. Nieuwsuur meldt dat Duitsland er luchtafweer en pantserwagens achteraan zendt. Monsterachtige machines, bedoeld om bovenmenselijke schade te berokkenen. Johnny de Mol had toen al, aan het einde van zijn talkshow HLF8, gemeld dat hij als presentator voorlopig het veld ruimt wegens „weer een valse aangifte” tegen hem, ditmaal van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Tja. Het „lelijke” woord leen ik even van presentator Jeroen Wollaars van Nieuwsuur. Elke oorlog z’n eigen „escalatieladder”.