Het 10 kilometer lange Dijkpark op Rotterdam-Zuid loopt vanaf het Eiland van Brienenoord tot de Waalhaven.

Foto: Walter Herfst

Interview

Op Zuid is iedereen gek op de parken

Wenda Doff, stadssocioloog Betrek de bewoners van Zuid bij de inrichting van hun wijk, zegt onderzoeker Wenda Doff. Dan voelen ze zich sneller thuis in een omgeving die naar hun zin is.

„Dit is echt niet zo’n super erge wijk, ik voel me altijd veilig. Ja, je kent al die mensen hier heel goed.”

„Dat vind ik soms wel vervelend als je gewoon naar huis wilt en dan moet je elke keer langs al die mannen lopen die voor de deur staan.”

„Ik woon hier veertig jaar, ik ben nooit beroofd. Alle jongens kennen me. Als ik op straat loop, is het ‘dag mevrouw’, ‘alles goed mevrouw?’ Met respect.”

Dit zeggen drie bewoners van Rotterdam-Zuid over het gevoel van veiligheid in hun wijk. Zij worden geciteerd in het onderzoeksrapport de Gedeelde ruimte op Zuid, gemaakt in opdracht van de gemeente en Kenniswerkplaats Leefbare Wijken door de Erasmus Universiteit. Onderzocht is het gebruik van de openbare ruimte (routes, plekken en voorzieningen) op Zuid. En hoe de indeling van de wijk ervoor kan zorgen dat bewoners zich er (nog meer) thuis voelen.

Papier en stiften

Een team van onderzoekers trok met grote vellen papier en stiften de wijk in. Zij vroegen vijftig bewoners uit de Afrikaanderwijk, Carnisse, Hillesluis en Tarwewijk om de plekken in de wijk die voor hen belangrijk zijn, te tekenen. Evenals de gebruikte routes. „Het is inderdaad een atypische manier van interviewen”, zegt hoofdonderzoeker Wenda Doff. „Soms moesten mensen overgehaald worden. Ze zeiden: ‘Ik kan helemaal niet tekenen’. Maar als ze aan de slag gingen, werkte het goed. En tijdens het tekenen is het ook makkelijk tot een gesprek te komen.”

Het zou goed zijn als de gemeente niet te veel vasthoudt aan de eigen plannen

Rotterdam Zuid is diverser geworden, doordat er meer mensen uit middengroepen zijn komen wonen, onder meer door het beleid van de gemeente en woningcorporaties. De bovenlaag, in sociaal-economisch en cultureel opzicht, is ook iets gegroeid, want er werd flink voor hen gebouwd. De onderlaag (weinig geld) was traditioneel al groot op Zuid. Hoe zorg je ervoor dat al die groepen het naar hun zin hebben en zich thuisvoelen in hun wijk?

„De verschillende groepen gebruiken hun buurt anders”, zegt Doff. Mensen met geld en culturele belangstelling zijn erg op de noordkant gericht, daar zitten klassieke (en duurdere) restaurants en concertzalen. Zij vinden op Zuid het winkelaanbod te eenzijdig en doen óók boodschappen in het centrum van de stad.

De groep aan de onderkant gebruikt de wijk intensief. „Ze tekenen de kerk, moskee, het buurthuis, de winkels.” Zij zijn vaak zeer tevreden over het winkelaanbod. Voor een deel is de actieradius klein: zij leven vooral in en om het huis, vaak door een fysieke beperking en weinig geld.

Zwembad

De middengroepen zitten daar tussen: zij gebruiken de buurt veelal functioneel: nemen de kortste route naar winkels, scholen, zwembad en Zuiderpark. En zijn óók gericht op de noordkant van de stad.

Opvallend is dat álle groepen graag gebruik maken van bepaalde faciliteiten van een wijk, zoals parken, speeltuinen en pleinen. Rijkere bewoners zouden meer gebruik maken van de wijk, als er meer van hun gading was. Zo missen zij, naast het koffiehuis en het bruine café, horeca die aansluit bij hun wensen.

Een bevinding is dat veel bewoners wel de wens hebben zich meer te verbinden met de wijk maar zich ertoe niet voelen uitgenodigd. Het is belangrijk, stelt Doff, de wijken op Zuid te verfraaien en vergroenen én te zorgen dat rommel zo snel mogelijk wordt opgeruimd. Nu voelen veel bewoners zich er niet écht thuis. Ze vinden het er te vies en ongezellig en de openbare ruimte te ‘masculien’ – lees: te veel rondhangende (jonge) mannen.

Groenstrook

Verder, zegt Doff, moet de gemeente niet te veel vasthouden aan de eigen plannen, maar alle groepen betrekken bij de wijkinrichting. Er zijn genoeg bewoners die dat kunnen en willen. „Dan hoor je hoe belangrijk een buurthuis is, dat bewoners graag de groenstrook willen gebruiken en onderhouden. En dat de winkel die de gemeente wil sluiten om te voorkomen dat er ’s avonds mannen voor hangen, juist veel bewoners een veilig gevoel geeft.”