Reportage

Met troffels, zeven en meetlinten zoeken de bewoners van het Brabantse Schijndel naar de oorsprong van hun eigen dorp

Archeologie In Schijndel graven inwoners samen met archeologen naar de oorsprong van het dorp.

In de proefputjes die mensen graven worden diverse vondsten gedaan, zoals fundamenten van een oude boerderij en aardewerkfragmenten.
In de proefputjes die mensen graven worden diverse vondsten gedaan, zoals fundamenten van een oude boerderij en aardewerkfragmenten. Foto CARE

Voor het Gasthuis in Schijndel staat een oude Landrover. Het logo op de voordeuren vertelt dat de eigenaar zich bezighoudt met Community Archaeology in Rural Environments. Binnen in de voormalige Lidwinakapel legt archeoloog Johan Verspay van de Universiteit van Amsterdam een volle zaal uit waar project CARE voor staat: „Jullie gaan dit weekeinde onder begeleiding van echte archeologen op ontdekkingsreis in jullie eigen dorp, sommigen zelfs in hun eigen achtertuin.” Dat zal gebeuren door het zelf graven van proefputjes van een vierkante meter.

De archeoloog, gekleed in een jungleoutfit met leren hoed, benadrukt dat het om werk kan helpen bij het beantwoorden van wetenschappelijke vragen. Hier in Schijndel, aan de route tussen Den Bosch en Maastricht, gaat het bijvoorbeeld om de vraag of het dorp is ontstaan als gevolg van de stadsontwikkeling van Den Bosch in 1180. En dus moeten de deelnemers hun werk en eventuele vondsten goed documenteren. Na een korte uitleg krijgen de groepjes een houten kist mee met daarin formulieren, een meetlint en een troffel. Ook krijgen ze een schop, kunststoffen zeven en een groen hesje. Daarna vertrekt iedereen naar een aangewezen en gemarkeerd proefputje.

Mensen zijn gezellig samen bezig

Johan Verspay archeoloog

Het project, naar een Engels concept, is bedoeld om archeologie dichterbij de mensen te brengen en om de gemeenschapszin te bevorderen. Verspay: „Mensen zijn gezellig samen bezig, leren nieuwe bewoners kennen en vertellen elkaar verhalen.”

De Universiteit van Amsterdam is sinds 2019 bij het met Europees geld betaalde project betrokken, vertelt Verspay. Acht dorpen in het Groene Woud (het gebied tussen Eindhoven, Den Bosch en Tilburg) zijn uitgekozen als terrein voor onderzoek naar dorpsvorming en behoud van cultureel erfgoed. Met hulp van heemkunde- en erfgoedverenigingen worden in de dorpen mensen opgeroepen zich als deelnemer aan te melden.

In Schijndel heeft een bont gezelschap van ruim vijftig mensen – onder wie een Chinese en een Russische student archeologie uit Amsterdam – zich gemeld om twee dagen te graven, zeven, meten en documenteren.

Bij het gepensioneerde echtpaar Van de Broek aan de Boschweg graven ze twee proefputjes, een onder een afdakje op het achtererf en een in de moestuin. „Ons huis is in 1933 gebouwd. Volgens historische kaarten zou waar nu de moestuin is eerder een boerderij hebben gestaan. We willen weten of dat klopt”, vertellen ze. Ze hebben hulp van vier kleinkinderen. De tienjarige Lucas zegt dat hij van geschiedenis houdt. „Ja, dinosaurussen, maar ook de Tweede Wereldoorlog.” „Ik ook”, reageert zijn nichtje Evi van veertien, terwijl ze verder gaat met het zeven van opgegraven grond. In de bovenste lagen van het putje op het achtererf zit veel puin. Op de zeef blijft onder meer een fragment van een pijpenkop achter. Verspay, die toevallig net aankomt, kijkt ernaar met een kennersblik. „Die dateert van rond 1850.” Evi is blij.

Oude waterput

Ook bij een vroegere boerderij aan de Hopstraat staat een banier van CARE. Het gebouw is meer dan driehonderd jaar oud, vertelt de eigenaresse. Vroeger woonden zij en haar ouders er met meerdere familieleden. Het woondeel was toen verbonden met de koeienstal. „Ik zie ze nog zo staan.” Zij en haar man hebben later alles verbouwd. Maar de oude waterput in huis doet het in principe nog wel. In de grote tuin zijn haar twee dochters en haar schoonzoon druk grond aan het zeven. Het graafwerk wordt gedaan door Engelsman Robert Allingham uit Eindhoven. Als vrijwilliger doet hij wel vaker mee aan opgravingen. Ook Lia van Roozendaal van de Heemkundevereniging Schijndel heeft ervaring. Toch heeft ze in het begin een beetje moeite met hoe alles te documenteren. Verspay en collega’s gaan daarom regelmatig bij de proefputjes langs voor uitleg.

De tweede dag ligt naast alle putjes een flinke berg grond. Op het terras van het Gasthuis wassen leden van de heemkundevereniging de vondsten. Het zijn vooral kleine fragmenten aardewerk. Maar er is ook een verroeste guts die herinnert aan de bloeiende klompenmakerij rond 1900. En een geglazuurde laat-zestiende-eeuwse scherf toont een bijbels motief: Mozes en het brandende braambos.

Tegen drie uur heeft iedereen op zo’n 1,20 meter diepte maagdelijke zandgrond bereikt. Tijd om de profielen van de putjes te tekenen en te beschrijven. Een werkje voor de professionele archeologen. In de Dr. Ariënsstraat hebben ze echter al enthousiast de put weer dichtgegooid. Gelukkig hebben ze tevoren wel een foto van het grondprofiel gemaakt.

Bij de afsluitende bijeenkomst vraagt Verspay elke groep te vertellen wat ze hebben gevonden. Bij de familie Van de Broek hebben ze in de moestuin inderdaad intacte fundamenten van de oude boerderij gevonden. De gravers aan de Hopstraat zijn blij met twee fragmenten middeleeuws aardewerk. En rond de Dr. Ariënsstraat en de Groeneweg, waar in de buurt al eerder vondsten uit de Karolingische tijd zijn gedaan, wijzen aardewerkfragmenten op een groter verspreidingsgebied dan tot nu toe gedacht.