Necrologie

Gert Hekma creëerde een plek waar alles kon en alles mocht

Gert Hekma (1951-2022) Hij begon in 1984 de vakgroep ‘homostudies’ aan de UvA. Zijn kantoor aan huis van de Rooie Flikkers was „een intellectuele duiventil”.

Gert Hekma in ‘zijn’ Adidas-jack, een dag voor zijn dood voor het laatst gefotografeerd.
Gert Hekma in ‘zijn’ Adidas-jack, een dag voor zijn dood voor het laatst gefotografeerd. Foto Zvi Landsman

In zijn huis midden op de Wallen vist Mattias Duyves (68) een schilderijtje op, dat hem doet denken aan zijn plots overleden man, de vooraanstaand homoseks-onderzoeker Gert Hekma (70). Te zien is een naakt ‘demoontje’ met een kaars in de hand door de duisternis. „Seks kent vele vormen en bronnen”, zegt Duyves. „En Gert joeg ze uit alle donkere en stoffige hoeken.”

Hekma’s zoekgedrag resulteerde in een indrukwekkende (seks)boekenverzameling, die op thema is gerangschikt in kasten in elke kamer, tot in de wc. „Gert verzamelde perversies”, zegt Duyves, zelf ‘homosocioloog’. Hekma, die in 1984 de vakgroep ‘homostudies’ aan de UvA begon en vele boeken en artikelen schreef over de historie, antropologie en sociologie van (homo)seksualiteit, gebruikte ‘perversie’ liever dan ‘fetisj’.

Zijn eigen perversie ontstond toen hem, als jongste van acht uit een gereformeerd gezin in het Groningse Bedum, de satijnen voetbalbroekjes van zijn dorpsgenoten opvielen. „Tegenover de soberheid van de gereformeerden en hun afkeer van alles wat glimt en glanst, symboliseerde satijn voor mij vrijheid, lichamelijkheid en erotiek”, vertelde hij universiteitsblad Folia. Later zou hij zich ‘satinist’ noemen.

Adidas-fetisj

Specifieker ontwikkelde hij een Adidas-fetisj, nadat zijn neefje opschepte met de grap dat Adidas stond voor All Day I Dream About Sex. Dat sprak Hekma wel aan, al maakte hij van ‘Sex’ ‘Sade’, naar zijn inspiratiebron Markies de Sade (1740-1814) – de naamgever van het sadisme, de eerste seksuelevrijheidsschrijver en „gemaltraiteerd als perverseling”, zegt Duyves, gekleed in Adidas-satijn.

Mattias Duyves en Gert Hekma in hun huisbibliotheek. Paul Koeleman

Duyves en Hekma ontmoetten elkaar in de jaren 70 bij homo-actiegroep de Rooie Flikkers, die, anders dan het COC, méér wilden dan de ‘integratie’ van de homoseksueel. „We wilden het niet op een akkoordje gooien met de heterowereld, die zelf in puin lag door scheidingen en sociale ongelijkheid”, zegt Duyves. Vóór het (homo)huwelijk waren ze ook niet, ze trouwden in 2007 om opportunistische reden: erfrecht.

‘Hoofdkantoor’ van de Rooie Flikkers werd zijn pand aan de Amsterdamse Voetboogsteeg. „Een intellectuele duiventil”, zegt schrijver en NRC-columnist Stephan Sanders, die er in de jaren 80 als student vaak kwam. „Gert was duidelijk de academicus van de beweging.” Onder het huis kwam homo-boekhandel Vrolijk, terwijl Hekma zijn eigen bibliotheek op zolder begon.

Michel Foucault

Sanders ging ook op vakantie met zijn docenten. „Dat zou men nu raar vinden.” Hij mocht mee naar Parijs, waar hem voorstelden aan Franse filosofen en schrijvers, onder wie Michel Foucault, grootheid in het denken over seksualiteit, en een oude minnaar van Duyves.

Het past bij de „pedagogische intimiteit” die de mannen voorstonden, zegt Duyves. Een logeerkamer in hun huis was een ‘student-in-residence’. Studenten konden boeken komen lenen of aanschuiven bij etentjes. De woonkamer werd een „veilige plek waar mensen zich konden ontdekken”, zegt Martin de Wolf (63), die zojuist is binnengelopen in zwarte rok. Hij leerde Gert dertig jaar geleden kennen tijdens de vorming van het Nederlands homo-elftal.

Gert bracht zijn seksuele fantasieën niet veel in de praktijk. „Gert was een huismus”, zegt Duyves. Hij noemt hun verstandhouding een amor intellectualis, ze gingen niet voor de seks samenwonen, maar voor de ideeën. Bij hun seksfeesten in de jaren 90 zat Gert achter de kassa. „Hij was razendsnel met wisselgeld.”

Het kind wordt eindeloos gedwongen maar bij seks mag het opeens niet meer

In de donkere hoeken waar Hekma zijn licht liet schijnen vond hij ook bestialiteit, BDSM en pedoseksualiteit. Die moesten bespreekbaar zijn. „Het kind wordt eindeloos gedwongen maar bij seks mag het opeens niet meer”, zei hij in 2004 tegen het blad van pedofielenclub Martijn. Als voorstander van een kinderboot op de Gay Pride kreeg hij doodsbedreigingen, en ‘pedojagers’ voor de deur.

Duyves: „Hij vond de minderjarigheidsgrens net zo min thuishoren in het Wetboek van Strafrecht als ras. Op z’n minst een discussie waardig.” Je kunt niet vroeg genoeg in aanraking komen met seks, vond hij. „Hekma dacht vrij van maatschappelijke normen”, zegt publicist en vriendin Linda Duits.

Marie-Louise Janssen noemt haar UvA-tijd met Hekma „de gouden jaren”. „Elke les kwam hij met nieuwe inzichten en verrassingen.” Hij kwam binnen in satijnen broek, spoorde zijn studenten aan op zoek te gaan naar hun eigen fetisj en besprak wat voor seks ze hadden.

Oud-student Laurens Buijs herinnert zich de opdracht een ‘seksuele plek’ te bezoeken, en te registreren wat te zien en te horen was. Hij zag zijn kans schoon naar een darkroom te gaan. „Hij was zelf zo comfortabel met zijn seksuele wezen, dat heeft me echt bevrijd.” Te persoonlijk vond hij het nooit worden. Buijs geeft toe dat Hekma „niet de grootste sensitiviteit” had in het bespreken van gevoelige onderwerpen. „Hij creëerde een plek waar alles kon en mocht.”

Shockeren

Sinds 2010 heeft Buijs, die er nu docent is, de „politieke correctheid” zien toenemen aan de UvA. „Als Gert dat rook, dan nam hij een tegenpositie in om het debat open te trekken.” Hij is er wel in „onderuit gegaan”, zegt Buijs. „Hij is soms gaan shockeren.” De controverses zouden hem een hoogleraarschap gekost hebben.

„In het MeToo-tijdperk ligt de nadruk op gelijkwaardigheid en vrijwilligheid”, zegt Buijs. „Heel belangrijk, maar Gert was vooral bezig met de rol van ongelijkheid in seksualiteit. Als aanjager van lust en plezier.” Dat seks niet meer focust op voortplanting maar op consent, vond Hekma een vooruitgang. Maar hij zag daarin ook een nieuwe strop die hij de „terreur van de goede bedoelingen” noemde.

Bij het pensioen van Hekma in 2017 was de term ‘homostudies’ inmiddels vervangen door ‘gender & sexuality studies’. „Een van de laatste dingen waar wij ons als grumpy old gays over beklaagden was: het gaat alleen maar over gender”, zegt Duyves. „Waar is de seks?” Hekma vond dat het niet ging om wie je bent, maar om wat je doet.

„Inmiddels zijn bijna alle seksvakken verdwenen”, zegt Marie-Louise Janssen, die nog lesgeeft aan de UvA. „We hebben het alleen nog over seks in termen van geweld, MeToo, consent. Over masturbatie wordt niet gesproken.”

Hekma’s ongetemde nieuwsgierigheid nam af, zegt Duyves. „Uit onvrede over zijn lichaam” – nadat Hekma drie jaar geleden zijn tweede lichte hersenbloeding kreeg, ging hij fysiek achteruit – „maar ook over wat er van de seksuele revolutie gekomen was.”

Een hartstilstand werd hem vorige week dinsdag fataal. Hij werd een half uurtje later gevonden achter zijn voordeur, op weg voor een boodschap. Zijn boek ABC van perversies lag bij de uitvaart op zijn hart. Twee satijnen sportbroekjes deden dienst als kussensloop.