Minimumleeftijd voor fastfood? ‘Mensen weten niet wat goed voor hen is’

Ongezond eten Het voorstel van een CDA-denktank om een minimumleeftijd in te voeren voor fastfood, deed deze week flink stof opwaaien. „Zie het als een aanmoediging om gezonder te leven”, zegt auteur van het rapport Gerard Adelaar.

Foto Patricia Rehe/ANP

Een minimumleeftijd voor het kopen van fastfood? Dit voorstel uit een rapport van het Wetenschappelijk Instituut (WI) voor het CDA zorgde afgelopen week voor veel discussie. Verschillende politieke partijen vonden het „betuttelend”. FVD, BBB en JA21 lieten weten dat mensen zelf moeten kunnen bepalen welk voedsel ze kopen, en dat de overheid zich daar niet mee moet bemoeien. CDA-Kamerlid Anne Kuik liet dezelfde dag weten dat de Tweede Kamerfractie niets ziet in een dergelijk voorstel. Gerard Adelaar, schrijver van het rapport Gezond Leven, vindt dat moeilijk te begrijpen, zegt hij in een interview met NRC. „Als je als overheid een correctie aanbrengt is het geen betutteling, maar juist een aanmoediging om een gezonder leven te leiden.”

Wat vindt u van de ontstane ophef over het idee van een minimumleeftijd voor fastfood?

„Het is niet terecht dat dit uit het rapport wordt gepakt. Er wordt een breed pakket aan maatregelen voorgesteld. Waaronder gezonde schoollunches, een beter preventieakkoord en prijsreguleringen voor voedsel. Mede door de ophef kreeg het rapport veel aandacht. Dat is waardevol, want de verbetering die nodig is gaat te langzaam.”

Staat u nog steeds achter het voorstel van een minimumleeftijd voor fastfood?

„Ja. Bij deze maatregel staat in het rapport: ‘overweeg’ het instellen van een minimumleeftijd voor fastfood, vergelijkbaar met die voor de aanschaf van alcohol en tabak. Bij alle andere voorgestelde maatregelen staat ‘maak’, of ‘verbied’. Als partijen in het veld zelf niet tot actie komen, is deze maatregel bedoeld als stok achter de deur.”

Een aantal politici noemt het voorstel ‘betuttelend’. Kunt u zich daar iets bij voorstellen?

„Ik snap het argument van een ‘betuttelende’ overheid ergens wel, maar de huidige situatie betuttelt juist. Mensen weten niet wat goed voor hen is. De prijzen voor ongezond voedsel zijn laag en de reclames zijn stiekem. Er is geen ontkomen aan. Als je als overheid een correctie aanbrengt, is het geen betutteling, maar juist een aanmoediging om een gezonder leven te leiden. Er moet echt een omslag komen. Wij gunnen het mensen om gezond te leven.”

Lees ook: Woon je in een vinex-wijk? Dan leef je acht jaar langer

Wat vindt u er van dat Anne Kuik liet weten dat de Tweede Kamerfractie van het CDA tegen dit voorstel is?

„Dat is enerzijds jammer. Anderzijds ben ik blij dat ze het rapport verder een terecht samenspel van maatregelen vindt. Als de Kamerfractie over dit voorstel zegt het niet te willen, en over de rest wel, dan zijn wij al blij.”

Wat is de bredere boodschap van het rapport?

„In de praktijk is te zien dat onze levensstijl, het bewegen en het voedsel, ver af staat van wat ons lichaam aan kan. De kunstmatige stoffen in bewerkt voedsel en de suikers brengen onnodige gezondheidsschade toe. Wij willen met deze maatregelen naar een nieuwe voedselcultuur. Eten is meer dan alleen iets naar binnen gooien als je energie nodig hebt. Het is onderdeel van goed leven.”

Het CDA was tot op heden tegen inmenging van de overheid. In 2017 werd de suikertaks uit het programma gehaald. In het rapport komt nu een idee voor een suikertaks terug. Vanwaar deze omslag?

„Ik zie veel welwillendheid bij de Tweede Kamerfractie om iets te doen met dit thema. Daar heb ik vertrouwen in. We willen dat het hele idee van gezond leven vanuit de marktpartijen en de samenleving zelf komt. Maar omdat bewerkt voedsel zo verleidelijk is, en marktpartijen weinig interesse tonen om te verbeteren, zal de overheid af en toe een duwtje moeten geven.”

Uit onderzoek van de Leeuwarder Courant blijkt dat zorgverzekeraars voor miljoenen investeren in fastfoodketens. Wat toont dit aan?

„Het laat zien dat de lijn die we in het rapport hebben geschreven klopt. Er is gewoon enorm veel krom in onze samenleving. We maken mensen eerst ziek door een ongezonde levensstijl, en dat vinden we doodnormaal. Vervolgens gaan we die mensen medisch behandelen. Dat zijn we ook normaal gaan vinden. Het deugt echt niet, maar het vindt toch plaats. Dat soort scheefstanden moeten uit de samenleving worden gehaald.”