Een familiegeschiedenis op cd en in een boek: ‘De luisteraar moet iets van nabijheid voelen’

Voorvaderen Muzikant Chris Dols maakte een boek en een cd over vijf generaties Dols voor hem, arme inwoners van Zuid-Limburg. Sommigen maakten foute keuzes. „Dat ongemak moet je bij zo’n project in de bek durven kijken.” Door onze medewerker
Chris Dols met zijn gitaar aan de Maas.
Chris Dols met zijn gitaar aan de Maas. Foto Roy Soetekouw

De vriendin van Chris Dols vond een jaar of tien geleden dat hij zich wel erg onderdompelde in zijn activiteiten als historicus. Tijd voor een hobby, zei ze. Dols kocht een gitaar.

Het probleem is alleen dat hij niets half kan doen. Dus werd de muziek al snel ook meer dan zomaar vrijetijdsbesteding. Voor zijn nieuwste project, Veurvaajers (Voorvaderen), combineerde Dols (36) zijn twee liefhebberijen. Het resulteerde in een boek en een cd over zijn familiegeschiedenis: voetnoten en muzieknoten. Overwegend klein gehouden liedjes met een behoorlijk melancholische ondertoon.

Door die zoektocht naar zijn wortels begrijpt Dols nu ook waar zijn zo lastig te onderdrukken drive vandaan komt. „Kansen grijpen, niet verzaken, werd ons van jongs af aan meegegeven.”

Dols, in het dagelijks leven conservator van het erfgoed van de Radboud Universiteit Nijmegen en aan die universiteit docent cultuurgeschiedenis, dook in de geschiedenis van zijn familie na het plotselinge overlijden van zijn moeder in 2019. „Een operatie, waarbij ze een nieuwe hartklep kreeg, liep verkeerd af. Ze overleed op Valentijnsdag en werd 64 jaar. Vanaf dat moment reed ik elke maandagavond vanuit Nijmegen naar mijn vader in Susteren en op dinsdagochtend weer terug. Het ging vrijwel automatisch veel over waar we vandaan komen. Ik ben die gesprekken ook gaan opnemen. En steeds als ik in Susteren wegging was er weer die boodschap: ‘Doe je best’.”

Zwarte bladzijdes

Die gesprekken brachten Dols op het idee om zijn voorvaders, vijf generaties mannen, te eren met een cd. Voor elk van hen, van Pieter Antoon Dols (1779-1855) tot grootvader Toon Dols (1925-1998) een nummer. Maar het werden meer liedjes en er moesten toelichtende teksten bij. Dat liep een beetje uit de hand. Het werd een boek van 176 bladzijdes.

„Het is een historie die spectaculair is door het niet-spectaculaire”, zegt hij. „Ik kom uit een niet erg geprivilegieerde familie.” De oudste geschiedenis die hij heeft opgediept, is die van Pieter Antoon Dols, die met zijn familie leefde van landbouw in het dorp Munstergeleen. Lezen en schrijven konden ze niet. Het bestaan was onzeker. Nazaten van Pieter Antoon zochten noodgedwongen hun heil elders: ze gingen werken in Pruisen en in Maastricht, waar de aardewerkfabrieken van Petrus Regout zorgden voor een vroege industrialisatie. Mannen, vrouwen en kinderen uit de familie Dols maakten lange uren onder erbarmelijke omstandigheden en woonden beroerd. Door gebrek aan scholing konden ze daaruit ook niet ontsnappen. Dolsen lieten vooral hun sporen na in de registers van armenzorg. „Je staande houden was al heel wat.”

Merkwaardig genoeg deed nog diepere ellende de kansen keren. Dols’ opa Toon was nog een jongetje toen hij in 1935 zijn moeder verloor. Omdat de achtergebleven vader niet in staat bleek om voor al zijn kinderen te zorgen, ontfermde in eerste instantie een tante zich over Toon. Later kwam hij terecht in een weeshuis. „De opleiding op de ambachtsschool die hij van daaruit mocht volgen, werd zijn opstapje naar een andere maatschappelijke positie”, vertelt Dols. „Opa werd een goede meubelmaker, begon een eigen zaak, manifesteerde zich maatschappelijk in een wijkorganisatie en een carnavalsvereniging en schopte het uiteindelijk tot raadslid en wethouder in Maastricht.”

Voorafgaand aan zijn naoorlogse successen werd opa Toon in de oorlogsjaren door de Arbeitseinsatz gedwongen om in Duitsland te werken. Kort daarna moest hij tijdens zijn diensttijd naar Nederlands-Indië. Dols: „Een conflict waar flagrante oorlogsmisdaden zijn begaan.” Dat soort zwarte bladzijdes onbelicht laten was geen optie: „Op dat soort momenten moet ik ook de pet van de historicus kunnen opzetten en met kritische distantie kunnen kijken.”

Nog lastiger was het boven water krijgen van het verleden van een broer van Dols’ grootvader (omgekomen bij Tunis) en een ander familielid (veroordeeld na de bevrijding) die tijdens de oorlog dienstnamen bij de Waffen-SS. „Daar heerste altijd een groot stilzwijgen over. De armoe heeft bijgedragen aan hun keuze, maar ze waren fout. Dat ongemak moet je bij een project als dit in de bek durven kijken.”

Machinelawaai klinkt door

Voor de muzikale vertaling van al die geschiedenissen diende onder meer De Domela Passie, een conceptalbum van Meindert Talma over de socialistische voorman en dominee Ferdinand Domela Nieuwenhuis, als voorbeeld. Dols, die met tweelingbroer Stijn de groep Dols vormt: „Albums in het teken van familiegeschiedenis ken ik niet. Normaal maken we altijd al indiepop met de invloed van The Beatles, The Veils en britpop als die van Oasis. Melodieuze gitaarsongs. Dat is zo gebleven. Het Engels waarin we op onze voorgaande drie platen zongen, heb ik – na enige aarzeling – voor dit project ingeruild voor een mix van de dialecten waarmee ik ben opgegroeid, die van Susteren en Maastricht. Dat is de taal van het hart en dat past bij een cd als deze.”

De kunst was om de liedjes zoveel mogelijk „mee te laten ademen met de tijd en de opgediste verhalen. Een kleine akoestische basis is de bezetting. De luisteraar moet iets van nabijheid kunnen voelen.” Bij de opnames kreeg Dols hulp van zijn tweelingbroer en van andere muzikanten, onder wie Thijs Schrijnemakers (Orgel Vreten).

Als de geschiedenis zich verplaatst van Munstergeleen naar Duitse steden en naar Maastricht komt er in de liedjes meer plaats voor elektronica en soundscapes. „Het machinelawaai van de fabrieken klinkt door.”

Voor het nummer ‘Vroeg op eigen benen’, over zijn opa, maakte Dols gebruik van een boodschap die zijn latere oma Annie in 1947 voor haar vriendje in ‘de Oost’ insprak. De kwaliteit van het plaatje uitgevoerd in karton was erbarmelijk, maar de historicus vond technici in Hilversum die er toch nog iets van konden maken. Nu hoor je haar aan het einde van het lied in het Maastrichts zeggen dat ze veel aan haar „lieve schat” denkt. „Ik wacht wel op je. Ik hoop dat ik je terugkrijg zoals je me verlaten hebt.”

Wat Dols uiteindelijk zelf meeneemt van Veurvaajers? „Dat we sociale ongelijkheid en laaggeletterdheid niet als een gegeven moeten beschouwen, maar steeds moeten kijken of we daar iets aan kunnen doen en hoe.”