ECB-president Lagarde: renteverhoging kan al vanaf juli

Rentebesluit De Europese Centrale Bank houdt de optie open om deze zomer voor het eerst de rente te verhogen. Overal in de eurozone is de inflatie hoog, maar de verschillen tussen landen zijn groot.

ECB-president Christine Lagarde gaf vanuit huis een persconferentie.
ECB-president Christine Lagarde gaf vanuit huis een persconferentie. Foto Daniel Roland/Reuters

De eerste renteverhoging van de Europese Centrale Bank om de snel oplopende inflatie tegen te gaan, kan al in de eerste weken van juli plaatsvinden. Dat bleek donderdag uit de persconferentie die ECB-president Christine Lagarde gaf na de bestuursvergadering van de centrale bank. Lagarde, die via een videoverbinding sprak omdat ze positief is getest op het coronavirus, zei dat de ECB in het derde kwartaal van dit jaar zal stoppen met haar maandelijkse aankopen van staatsleningen en andere leningen.

Nieuw is de nadruk die Lagarde legde op de mogelijkheid dat dit ook aan het begin van dat kwartaal kan gebeuren – dus in de eerste week van juli. In het ECB-bestuur is afgesproken dat alleen nadat de aankopen zijn gestaakt, er ‘na enige tijd’ met het verhogen van de rente kan worden begonnen. Lagarde zei dat dit enkele maanden kan betekenen, maar ook een week.

Dat laat de mogelijkheid open dat in juli de eerste renteverhoging al een feit kan zijn. Het hoofdtarief is nu 0 procent, en -0,5 procent voor overtollige deposito’s die banken kortlopend bij de ECB stallen. Op de financiële markten is de gemiddelde verwachting dat de depositorente eind 2023 zal zijn opgelopen naar 1,5 procent.

Alle opties open

Lagarde liet nog wel alle opties open: in theorie kan de eerste renteverhoging net zo goed pas plaatsvinden tegen het einde van dit jaar. Dat onderstreept een verandering in het beleid van de centrale bank. In de huidige omstandigheden – torenhoge inflatie én grote geopolitieke onzekerheid – is het jongste modewoord voor Lagarde en haar collega’s optionality: het beleid van tevoren niet helemaal vastleggen. Dat is een kleine mentale revolutie. Na de eeuwwisseling zijn centrale banken juist het tegenovergestelde gaan doen: burgers, bedrijven en vooral beleggers zoveel mogelijk richting geven over het beleid van de komende jaren (forward guidance). Lagarde hamert nu juist op flexibiliteit.

Lees ook deze column: U zult een machtig rijk verwoesten

Het vertrouwen dat de ECB de snel opgelopen inflatie onder controle kan houden, is op de financiële markten inmiddels afgenomen. Uit de koersen op de markt voor staatsleningen kan worden afgeleid dat beleggers voor de komende tien jaar een gemiddelde Duitse inflatie verwachten van 2,7 procent. Dat is het dubbele van wat vorig najaar nog werd verwacht, en flink hoger dan het doel van vlak bij 2 procent waar de ECB officieel naar streeft.

Bovendien zijn de inflatieverschillen binnen de eurozone groot. De inflatie is het hoogst in de Baltische landen (Litouwen spant de kroon met 15,6 procent) en het laagst in Malta (4,6 procent). Nederland scoort met 11,9 procent behoorlijk hoog. De verschillen tussen de landen vallen niet te verklaren vanuit een Noord-Zuid-tegenstelling, zoals vaak in de eurozone het geval is. Finland (5,6 procent) heeft een – relatief – geringe inflatie, Spanje juist een hoge (9,8 procent). De verschillen tussen de landen gaan vooral over hoeveel de energierekening per land oploopt.

Italiaanse staatsleningen

Op de markt voor staatsobligaties lopen niet alleen de rentes op, maar ook de onderlinge renteverschillen tussen eurolanden. Het renteverschil tussen Italië en Duitsland bedroeg eind vorig jaar nog 1 procent in Italiaans nadeel, nu is dat opgelopen tot 1,6 procent. Om een fragmentatie tussen eurolanden tegen te gaan, waarbij landen als Italië veel duurder uit zouden zijn, suggereerde Lagarde dat de ECB instrumenten heeft, of kan maken, om de renteverschillen tegen te gaan. Tijdens de eurocrisis van 2011-2012 zorgden de renteverschillen voor veel instabiliteit.

Mogelijk zal de ECB staatsleningen van eurolanden die tijdens de pandemie zijn opgekocht en die aflopen, gericht vervangen door Italiaanse of andere Zuid-Europese staatsleningen. Normaliter worden van elk land proportioneel evenveel leningen gekocht, maar de ECB kan ook ‘extra’ schuld uit Italië inkopen. Dit drijft de koersen op en verlaagt de effectieve rente op die leningen. Zo loopt het renteverschil tussen Italië en Duitsland dan weer wat dicht. Lagarde benadrukte dat dit ‘prompt’ kan gebeuren. Dat kan als een waarschuwing worden beschouwd aan beleggers die Italië en Duitsland uit elkaar zouden willen speculeren.