Een verdrietig bedrijfsongeval

Boekenweek Grasduinend in het NRC-archief ziet hoe een Boekenweekcadeau in moeilijkheden kwam.

In de 90-jarige geschiedenis van de Boekenweek ontstond nogal eens opschudding over het boekenweekgeschenk. In 2001 waren uitgevers boos over de keuze voor Salman Rushdie. Een buitenlandse auteur die „multiculturele schrijvers” in Nederland zou verdringen. En dat in 2019 twee mannen het boekenweekgeschenk en -essay schreven, terwijl het thema ‘De moeder de vrouw’ was, nam een stoet aan literaire stemmen de stichting CPNB niet in dank af. In een open brief in NRC werd de organisator van de Boekenweek verweten „genderongelijkheid in het literaire veld te bestendigen”.

Gekuist

In 2007 ontstond ophef toen Geert Mak met De brugeen reisverhaal van 500 meter” schreef over de Galatabrug in Istanbul. Dit keer gebeurde het voor de verandering ná de Boekenweek. Het ging over de Turkse vertaling van Maks Boekenweekgeschenk (Köprü), die met een oplage van twintigduizend exemplaren op initiatief van de CPNB werd gedrukt. „Voor hen die voor het genieten van literatuur de voorkeur geven aan hun moedertaal”, zei toenmalig directeur Paul Mosterd tegen NRC.

In dit geval bleek die moedertaal gekuist. Een lezer van het Boekenweekgeschenk attendeerde de CPNB op de gebrekkige vertaling van Köprü: politiek gevoelige passages waren afgezwakt of geschrapt. In het vertaalde boek werd gesproken over „migratie” in plaats van „massale deportaties” van Armeniërs in 1915, zoals Geert Mak in het Nederlands schreef. Een zin over de „legendarische wreedheid” van sultan Mehmet II ontbrak in de Turkse vertaling.

De gekuiste versie zou in Turkije worden uitgegeven en aan de Turkse wet moeten voldoen, maar in Turkije werd de publicatie uitgesteld

Mak sprak van een „verdrietig bedrijfsongeval”, de CPNB noemde het „een haastklus”. Hoe de verkeerde vertaling precies in omloop is gekomen wordt uit artikelen in het NRC-archief niet helemaal duidelijk. De gekuiste versie zou in Turkije worden uitgegeven en aan de Turkse wet moeten voldoen, maar in Turkije werd de publicatie uitgesteld. Navraag bij auteur en vertaler leert dat er vanwege het politieke klimaat in Turkije – de Armeens-Turkse journalist Hrant Dink was enkele maanden eerder vermoord – sprake was van zelfcensuur.

Onwelgevallige passages

NRC wijdde een hoofdredactioneel commentaar aan de kwestie en betrok bij de conclusies affaires die de Boekenweek te buiten gingen. De Turkse overheid had zich kort voor de Boekenweek ook bemoeid met een tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam over de geschiedenis van Istanbul. Onwelgevallige passages over onder meer de Armeense genocide verdwenen onder Turkse druk uit de catalogus. Samen met de gecensureerde versie van Köprü was dat reden voor NRC om Turkije als „voorlopig ongeschikt voor EU-toetreding” te bestempelen.

Toen bleek dat de vertaling niet klopte, liet de CPNB in allerijl een nieuwe vertaling maken.

Uiteindelijk werden 2.750 exemplaren met deze nieuwe vertaling van Köprü gedrukt. Slechts 280 mensen maakten gebruik van de mogelijkheid om de ‘gekuiste’ versie voor de herziene in te ruilen. In antiquariaten gaat die gecorrigeerde vertaling tegenwoordig voor enkele tientjes over de toonbank.

Het complete NRC-archief is openbaar.