Opinie

McKinsey-boy in de politiek: ziende blind

Hubert Smeets

Is minister Wopke Hoekstra (Buitenlandse Zaken, CDA) een waardige opvolger van Chris van der Klaauw (1977-1981), zij het zonder diens onafscheidelijke glas whisky? Het vermoeden rees toen Hoekstra vorige week de regering van het koninkrijk voor schut zette in een parlementair debat over sancties tegen het Kremlin. „Daar wil ik echt even op gaan studeren”, zei Hoekstra op de dag dat Ruslands oorlog tegen Oekraïne al vijf weken gaande was. Want het gaat om „eigenstandige verantwoordelijkheden die bij de specifieke bewindslieden liggen. Dat is hoe we het georganiseerd hebben”, aldus Hoekstra.

Dat laatste klopt. In Nederland worden verantwoordelijkheden al jaar en dag zo georganiseerd dat schuld naar onderen in de piramide wegzakt en aan de top niemand nog verantwoordelijk is. Dat is op de 24ste februari 2022, het ‘9/11 van Europa’, niet minder maar erger geworden. In een brief, die Hoekstra namens zegge en schrijve acht (8) ministers aan de Tweede Kamer stuurde, schetst deze ex-partner van McKinsey een hele nieuwe kerstboom: met een nieuwe „interdepartementale sanctiewerkgroep”, talrijke „subgroepen”, een „Rijksbrede stuurgroep”, een „taakgroep”, de afspraak dat de Belastingdienst-staatssecretaris nu echt „in gesprek” gaat met de [vele] toezichthouders, en als piek een „coördinator”: de ervaren oud-minister Stef Blok.

Als deze spreiding ergens toe zou leiden. Alla. Maar nee. Eind vorige week was iets meer dan 1 procent van de Russische tegoeden in Nederland bevroren: een half miljard (516 miljoen euro) op de 45 miljard dat volgens Het Financieele Dagblad zou moeten worden platgelegd.

In een tweede brief van maar liefst tien (10) bewindslieden, waarin triomfantelijk melding wordt gemaakt van veertien aan de ketting gelegde luxe-jachten, beklaagt Hoekstra zich dat de meeste andere EU-landen geen cijfers verstrekken. Dit staaltje whataboutism laat zich raden als je zelfs te kijk wordt gezet door Zwitserland, qua witwas- en verbergoord toch een geducht concurrent van Nederland, dat na vier weken oorlog beslag had gelegd op 3 procent (6,2 miljard op een totaal van 213 miljard) van de Russische vermogens.

Hoekstra ziet het niettemin anders. De „sancties zijn in zeer korte tijd tot stand gekomen en ongeëvenaard in omvang en implementatie”, schrijft hij.

Zeer korte tijd? Grotesk. Ruslands oorlog tegen Oekraïne is al acht jaar geleden begonnen. Zijn ministerie kon al sinds de NAVO-top van 2008 weten dat Oekraïne in de ogen van het Kremlin geen bestaansrecht heeft, en moest dat weten vanaf het moment dat Poetin zijn vernietigingsideologie afgelopen zomer in een essay optekende.

Er dringt zich een andere conclusie op. Zakenleven én openbaar bestuur zijn al die tijd ziende blind gebleven. Ze hadden nooit trek in sancties. In 2016 was ik bij een privé-etentje waar twee gelouterde commissarissen van Shell en Akzo Nobel onbekommerd klaagden dat ze zich voegden naar de EU, maar dat wat hen betreft de sancties zo snel mogelijk werden gestaakt. De regering heeft zich geschikt naar deze moraal. Ze heeft zich, een paar hervormingen daargelaten, onderworpen aan de principiële normloosheid van de Zuidas, waar alles op z’n Angelsaksisch rule based is en bijna niets principle based.

Ook Hoekstra is verdwaald in dit doolhof van stiekeme fiscale rulings en beroepsgeheim. Dat is hem te verwijten. Als minister van Financiën heeft hij vanaf 2017 de tijd gehad om een begin te maken met de sanering van de Zuidas. Al die jaren ontbrak het hem aan „vastberaden” en „ongeëvenaarde inzet”, zoals hij zijn kakelverse beleid nu typeert.

Bij McKinsey kennen ze daarvoor de Amerikaanse boutade: „If you can’t dazzle them with brilliance, baffle them with bullshit.”

Hubert Smeets is journalist en historicus. Hij schrijft om de week op deze plaats een column.