Er wordt steeds minder literatuur vertaald. Hoe erg is dat?

Boekenweek Dit weekend is de aftrap van de Boekenweek, het jaarlijks literaire schrijversfeestje. Maar is er reden voor feest nu (vertaalde) literaire romans steeds minder worden gelezen?

Bewerking NRC

‘Dit is wat we zijn, wat we met onze beschaving bedekken, het angstaanjagende beestmens in ons; de uitzinnige, transcendente, zelfvernietigende, ongeremde meester van de schepping. We brengen elkaar tot grote hoogten van genot. We scheuren elkaar verdomme in stukken.’ Zo luiden enkele zinnen uit het Boekenweekgeschenk Woede van Salman Rushdie uit 2001, vertaald door Karina van Santen, Jan Pieter van der Sterre en Martine Vosmaer. Het zou de eerste en vooralsnog laatste keer zijn, dat een buitenlandse auteur het Boekenweekgeschenk schreef. Elk jaar is die week een feest van de literatuur, waarin het een week lang draait om de ‘echte schrijver’ in plaats van de kookboekenauteur of de mindfulnesscoach. Anno 2022 kun je je echter afvragen of er nog veel reden is tot feest: Nederlandse romans worden steeds minder verkocht, romans die puur vanuit de verbeelding zijn geschreven of om humor draaien, maken weinig kans bij de lezer. En met literaire vertalingen is het al helemaal treurig gesteld.

Waar een decennium geleden meer dan tien van de honderd best verkochte boeken literaire vertalingen waren, waren dat er de afgelopen twee jaar nog maar twee: Booker Prize-winnaar Shuggie Bain van Douglas Stuart en de familiekroniek Kruispunt van Jonathan Franzen. De literaire vertaling staat onder druk. En de vraag is dan ook waar de vertaalde literaire roman over pakweg tien jaar zal staan.

Steeds minder vertalingen

Eerst wat kale feiten: in 2021 werden in Nederland 43 miljoen boeken verkocht, vijf procent meer dan het jaar daarvoor en meer dan in de afgelopen tien jaren. Los van extra coronasteun verdeelde het Letterenfonds ruim 1,64 miljoen euro aan projectsubsidies van literaire vertalingen en ging er ruim 71.000 euro naar vertalingen van literaire klassiekers van dode schrijvers. Tel daar de ontwikkelbeurzen en andere programma’s bij op en je komt op zo’n 2 miljoen euro, van de 13 miljoen die het Letterenfonds jaarlijks te besteden heeft.

Hoewel nog steeds veel vertalers subsidie aanvragen, zijn er zorgen. ‘De financiële situatie is een van de bedreigingen voor de bloeiende Nederlandse en Vlaamse vertaalcultuur, naast het afnemende aanbod talenopleidingen aan universiteiten en het afnemend aantal taalstudenten,’ schreef het Letterenfonds in het laatste jaarverslag. Filter, het tijdschrift over vertalen, bracht het onlangs nog stelliger: ‘Elke twintig minuten sterft er een soort uit.’ Vier vertalers schrijven er dat we beseffen dat een literaire kruisbestuiving noodzakelijk is voor een gezond ‘literair ecosysteem’, maar dat er te weinig wordt gedaan om de ‘bijen’ in het literaire systeem in leven te houden. Van de vier vertalers – Emilia Menkveld, Heleen Oomen, Elies Smeyers en Eva Wissenburg – is er nog maar één die stug doorvertaalt, de rest koos een andere carrière.

Deze week kwamen vertalers Annemart Pilon en Martin de Haan met een petitie om de vertaler voortaan te vermelden op de cover van het werk, want „vertalers zijn de boodschappers van de wereldliteratuur”. Het vermelden op de cover zou de vicieuze cirkel van onderwaardering voor de vertaler verbreken. „Bij een vertaling zijn de schrijver en de vertaler samen auteur. Niet de schrijver of het boek, maar de vertaler bepaalt hoe de Nederlandse tekst gaat klinken.” Tot extra inkomsten zal het niet leiden, maar het gaat hier om waardering voor het vak.

Het weinig optimistische rapport Vertalen voor de toekomst van Expertisecentrum Literair Vertalen weet dat er sinds tien jaar minder vertalers zijn, er uit minder talen wordt vertaald, waardoor een kaal landschap ontstaat, „een landschap waarin slechts de meest populaire en best verkoopbare literaire producten, vertaald uit een beperkt aantal talen, in onze taal verkrijgbaar zijn”.

Kijkend naar de vertalingen in de bestsellerlijsten is dat landschap de laatste twee jaar nog kaler geworden. „Er zijn minder hoge uitschieters wat de verkoop betreft en er lijkt een verdere verschuiving gaande van literair naar commercieel bij de consument”, stelt Peter van der Zwaag, hoofdredacteur vertaalde literatuur bij De Bezige Bij. Janneke Louman, uitgever bij Park Uitgevers, bevestigt: „En het geldt zowel voor vertaalde als Nederlandse boeken. Onder invloed van onder anderen Lucinda Riley is dat segment van de markt gegroeid, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat vertaalde literatuur niet meer verkocht wordt.” Volgens Mizzi van der Pluijm, uitgever van Pluim, staat alle fictie onder druk. „De bestsellerlijst is gedemocratiseerd en niet-literaire genres nemen een steeds prominentere positie in. Daardoor verdwijnt de literatuur een beetje uit het zicht, en dus ook de vertaalde.” Haar uitgeverij geeft tot nu toe niet veel vertalingen uit: „De reden daarvoor is dat we zoveel Nederlandse schrijvers uitgeven dat er tot nu toe weinig tijd is voor vertalingen.”

Engelstalig

Het idee dat literaire vertalingen onder druk staan, heerst bij de meeste uitgevers, literair agenten en boekhandelaren. Volgens Van der Pluijm hebben ze „dat altijd gestaan”, maar het grootste probleem ligt nu bij Engelse en niet-Europese vertalingen. Roel Salemink, winkelmanager van Athenaeum Boekhandel, bevestigt die observatie. „Bij veel mensen leeft het idee dat je het beste de oorspronkelijke tekst kunt lezen als dat mogelijk is, om de essentie van de auteur zoveel mogelijk mee te krijgen. Dit geldt ook voor de jongeren die op ‘TikTok-titels’ afkomen. Dit betekent niet dat er geen klanten meer zijn voor vertalingen in het Nederlands natuurlijk, maar we merken hier zeker een verschuiving”.

Lees ook: De romans moeten inschikken

Jessica Nash, uitgever vertaalde fictie van Atlas Contact, rekent voor dat er wat vertaalde fictie betreft bij haar uitgeverij „grofweg een derde minder aan literaire vertalingen dan ongeveer vijftien jaar geleden” wordt uitgebracht. Ook bij De Bezige Bij wordt er volgens Van der Zwaag minder aangekocht uit het Engels, de „concurrentie van importedities maakt het steeds lastiger om nieuwe auteurs te lanceren in het Nederlands, zeker wanneer die een jonger publiek aanspreken”, en dat zijn afwegingen die meewegen. Barend Wallet, uitgever van Spectrum/Unieboek is geneigd minder vertalingen uit te brengen als het gaat om Engelstalige literatuur. „Dat een Franzen wel goed verkocht, is omdat de roman voor een oudere doelgroep is. Daar stonden in Nederland tegenover elke vier verkochte vertalingen één verkocht Engelstalig exemplaar. Maar neem je iemand als Matt Haig: van die boeken worden er in Nederland drie keer zoveel boeken verkocht in de oorspronkelijke taal als in vertaling.” Alleen vorig jaar al groeide de afzet van Engelstalige boeken met 28 procent, vooral waar het young adult-titels betrof. Door tweetalig onderwijs wordt steeds makkelijker Engels gelezen. En de boeken zijn goedkoper in het Engels; er geldt geen vaste boekenprijs voor boeken die geïmporteerd worden.

Paul Sebes, literair agent bij Sebes & Bisseling: „Het maakt de boekhandels niet uit. Zo kocht ik laatst Sally Rooney voor 12,50 euro op het station van Alkmaar, bij de AKO. Je hoeft er echt niet meer voor naar de betere boekhandel in een universiteitsstad. Nederland is de grootste niet-Engelssprekende afzetmarkt voor Engelstalige boeken.” Bij zijn agentschap is de verkoop van Engelse en Amerikaanse fictie gehalveerd waar het de Nederlandse markt betreft. „Mensen kopen het gewoon niet”, is zijn korte conclusie. „Wat nog loont zijn commerciële boeken, zoals Riley of de romantische romans van Colleen Hoover. Dat zijn oudere lezers die de boeken om het verhaal lezen, niet om de stijl of manier van vertellen.”

Bol.com, Amazon.com en supermarkten kunnen stunten met prijzen van importboeken en doen dat ook graag. Louman: „Uiteraard verdienen grote titels altijd een vertaling, maar voor onbekende namen is het wel een kwestie waar we rekening mee houden bij de acquisitie.” Ook Nash vreest voor het behoud van de nieuwe literaire stem uit het Angelsaksische taalgebied: „Wij zijn nu al veel selectiever met het aankopen van nieuwe, vernieuwende Engelstalige stemmen dan tien tot vijftien jaar geleden. En als ik naar de catalogi van mijn collega-uitgevers kijk, valt me een soortgelijke trend op. Over tien jaar liggen er nog steeds stapels van de vertalingen van onder anderen Knausgård, Murakami, Édouard Louis, Colson Whitehead, Paulo Cognetti, en Hanya Yanagihara in de boekhandel. De gevestigde namen die nu op de bestsellerlijst voorkomen (en die vaak ‘gevestigd’ zijn omdat hun Nederlandse uitgevers er jarenlang in geïnvesteerd hebben), zullen over tien jaar nog altijd hun weg naar de Nederlandse lezer in het Nederlands weten te vinden, zij het in kleinere, maar nog altijd rendabele oplages. Maar ik voorspel een verschraling van het aantal literaire debuten, met name vanuit het Engels, een afname van onbekende stemmen uit het buitenland. Over het vertaalde landschap in 2042 en daarna maak ik me echt zorgen. Want welke Nederlandse uitgever durft straks de nieuwe Whitehead of Yanagihara te ontdekken en van deze belofte twee of drie romans (of meer) uit te geven, totdat hij of zij echt doorbreekt bij een breed publiek?”

De toekomst

Dat het de laatste twee jaar extra slecht gaat met de literaire vertalingen komt ook omdat door de lockdown boekhandels deels gesloten waren. Volgens Caroline Damwijk, directeur van Libris en Blz., is dat überhaupt de reden dat er minder literaire fictie is verkocht. „Literatuur staat door de covid-periode in zijn algemeenheid onder druk. Dergelijke titels hebben de ondersteuning nodig van de ambassadeurs uit de boekhandel.” Ook Tiziano Perez, directeur van het Nederlands Letterenfonds, ziet een verband: de toekomst van de literaire vertaling hangt deels samen met het behoud van boekwinkels. „De fysieke boekhandel is voor fictie en zeker voor literaire vertalingen toch het belangrijkste afzetkanaal. Daar vind je boeken die niet, zoals succesauteurs, meteen door het algoritme van de online boekwinkels worden opgepikt.”

Vooral Engelse vertalingen

Een andere verklaring is dat er minder aandacht is voor literaire vertalingen in de media. Verschillende uitgevers spreken hun ergernis erover uit dat in bijvoorbeeld NRC recensies worden geplaatst waarbij het origineel alvast wordt gerecenseerd. Daarnaast: dagbladen plaatsen minder recensies, de meeste boekenbijlagen zijn verdwenen en ook het boekenpanel van De wereld draait door wordt gemist. Daar werden literaire vertalingen meer dan eens ‘Boek van de maand’. „In boekenprogramma’s op tv zit zelden nog een buitenlandse auteur en bij andere programma’s gaat om de BN’er die een boek heeft”, merkt uitgever Jurgen Maas op.

De vraag is waar de toekomst ligt. Damwijk en Salemink hopen dat uitgevers gestimuleerd worden verder te kijken dan alleen het Angelsaksische taalgebied. Damwijk: „Dat zou uiteindelijk zelfs wel een vorm van verbrede rijkdom kunnen worden.” Over tien jaar zou het volgens haar zomaar kunnen dat er meer romans worden vertaald uit het Spaans, Chinees, of uit Scandinavische en Oost-Europese talen. Er zijn genoeg landen die dat ook stimuleren: Italië, Scandinavische landen, Tsjechië en ook de Filippijnen bieden subsidies aan om een roman uit hun land te laten vertalen. Louman: „Hopelijk kunnen we de lezer verleiden om ook boeken te lezen uit kleinere taalgebieden en zijn blik iets te verruimen.”

Het zijn waarschijnlijk oplossingen in de marge. Om zeker te blijven van de literaire vertalingen – ook uit het Engels – zal de politiek moeten ingrijpen, vindt Paul Sebes: „Stel ook een vaste boekenprijs in voor de importedities.” En wellicht is het een optie om de opdracht het Boekenweekgeschenk te schrijven ook weer een keer aan een buitenlandse schrijver te geven, domweg vanuit de gedachte waarmee Rushdies novelle 21 jaar geleden aan het publiek werd gepresenteerd: ‘een hommage aan de fantastische vertaaltraditie die Nederland heeft’.