Bezoek cultuursector nog (lang) niet op het niveau van voor corona

Corona-nasleep Sinds anderhalve maand zijn de meeste cultuurinstellingen weer open. Maar het publiek aarzelt en is behoorlijk selectief. Alleen bij poppodia en bioscopen zijn de blockbusters binnen de kortste keren uitverkocht.

Rapper Snelle (Lars Bos) tijdens een concert van zijn tour ‘ff tussen ons’ in Carré op 5 april dit jaar.
Rapper Snelle (Lars Bos) tijdens een concert van zijn tour ‘ff tussen ons’ in Carré op 5 april dit jaar. Foto Paul Bergen/ ANP

De antwoorden lopen uiteen van ‘best goed’, ‘voorzichtig optimistisch’ tot ‘instellingen gaan nu echt in de problemen komen’, als je in de cultuursector rondvraagt hoe het gaat sinds alles weer open mocht.

Achter die verschillende antwoorden gaan twee waarheden schuil. Allereerst, en zoals voorspeld door de taskforce toen eind februari vrijwel alle beperkingen werden opgeheven én daarmee de steunmaatregelen vervielen: in de hele sector is het bezoek nog (lang) niet terug op het niveau van voor corona. Musea krijgen maar de helft van het bezoek, veel theatervoorstellingen spelen ten overstaan van karig gevulde zalen. Tweede constatering: de verschillen binnen de cultuur zijn groot. Bij de poppodia zijn de grotere acts binnen de kortste keren uitverkocht, blockbusters in het theater lopen wel, en de losse kaartverkoop van bijvoorbeeld Het Nationale Theater is beter dan voor de pandemie.

Het achterblijven van bezoek is reden tot grote zorg, zegt Jeroen Bartelse van de taskforce culturele en creatieve sector. Vooral omdat theaters, klassieke concertzalen en musea verwachten dat het publiek ook in de loop van het jaar nog terughoudend zal zijn, bleek uit eerder onderzoek door adviesbureau Berenschot. De taskforce zal, vermoedelijk volgende week, nogmaals bij de staatssecretaris van cultuur pleiten voor een suppletieregeling om te voorkomen dat na corona alsnog forse verschraling van het aanbod plaatsvindt. Ook vraagt de taskforce aandacht voor de 440 miljoen coronasteun voor cultuur die via gemeenten naar lokale instellingen had moeten gaan, maar in veel gevallen nog niet is uitgekeerd.

Testen voor toegang treft vooral specifiek deel van de culturele sector

Buitenlands bezoek

Het moeilijkste lijkt het te lopen bij de musea. Die trekken sinds de volledige opening nog maar de helft van de bezoekersaantallen van 2019, zegt Vera Carasso, directeur van de Museumvereniging. Slechts 65 procent van de museumkaarthouders gebruikt zijn kaart nu volop, zoals vóór de pandemie, en het buitenlands bezoek is vrijwel weggevallen. „Het bezoek is ook erg ongelijk verdeeld; musea in de randstad die van toerisme afhankelijk zijn, zitten nu maar op 30-35 procent.” Uit onderzoek blijkt dat musea dit hele jaar nog met lage bezoekersaantallen zullen kampen.

„Bij de poppodia gaat het best goed”, zegt Berend Schans van koepel VNPF. „Alle programma’s die normaal gesproken goed zouden lopen, voor de pandemie, lopen nu ook goed. Het probleem zit waar de belangrijkste taak ligt van popzalen; aanstormend en onbekend talent.” Precieze cijfers heeft hij niet, zijn leden zijn het voortdurend informatie aanleveren beu, zegt hij.

Leeftijd van de bezoekers speelt volgens hem een rol. „Een relatief onbekende band die postpunk speelt met jaren 80-verwijzingen, waar meer mensen van mijn leeftijd heen zouden gaan, heeft het moeilijker dan een hippe nieuwe band waar mijn dochter heen gaat.”

Bij poppodia zijn er wel grote problemen met ‘no-shows’. „Dat verschijnsel speelde ook voor corona, bij sommige shows kwam 10 procent niet opdagen. Maar nu, na corona, blijft soms veertig procent van de verkochte kaarten weg.” Dat is volgens Schans moeilijker voor de zalen dan voor de artiesten; die krijgen doorgaans de volledige opbrengst van de kaarten. „Maar de popzalen moeten hun geld verdienen met de gemiddeld 12 euro die mensen tijdens een concert uitgeven. En dat geld hebben ze ook nodig om nieuwe programma’s in te kopen.”

Het huishoudboekje van de culturele zzp’er

Overvolle sociale agenda’s

Ook in theaters valt het bezoek erg tegen. „Theaters en klassieke muziek zit sinds de heropening gemiddeld op 60 procent van de normale aantallen”, zegt Jeroen Bartelse, die naast lid van de taskforce ook directeur is van TivoliVredenburg. Hij ziet dat er in het algemeen een grote drang is bij mensen om eropuit te gaan, en vooral jongeren hebben minder alternatief, dus die duiken op in clubs en popzalen. Maar oudere mensen blijken toch wat huiverig om eropuit te gaan, en misschien belangrijker: het ritme is eruit. „Normaal leggen abonnementen een bodem onder je seizoen. En dat is weg.” Voeg daar nog overvolle sociale agenda’s bij met uitgestelde feesten, huwelijken en diners, en theater- en concertbezoek schiet er vaker bij in – en hoe dan ook valt de keuze vaker op de grote namen.

Bij het Concertgebouw in Amsterdam bijvoorbeeld is de zaalbezetting sinds de heropening 65 procent, tegen 85 procent in dezelfde periode in 2019. Maar, en dat is opmerkelijk, het is een jonger publiek. De gemiddelde leeftijd is ruim 7 jaar lager: er wordt 13 procent meer kaarten verkocht aan mensen onder de 45 jaar dan in 2019, zegt woordvoerder Jacob van der Vlugt. Ook hij wijst het nauwelijks verkocht hebben van abonnementen afgelopen najaar aan als belangrijke oorzaak van de achterblijvende bezoekersaantallen. Wel ziet ook het Concertgebouw een uitvergroting van de verschillen; populaire concerten zijn snel uitverkocht, andere avonden hebben het moeilijk.

Het herstel is het snelst gegaan bij de bioscopen. Zij verwachten nu, in tweede kwartaal 2022 weer op 90 procent te zitten van 2019, en het tweede half jaar weer naar 100 procent. Bartelse: „Maar bij filmhuizen, met artistiek avontuurlijker vertoningen, ligt dat cijfer horen wij uit onze rondegang, wel aanzienlijk lager.”