De doodsreutel is gereanimeerd

Kunstproject Kunstenaar Vibeke Mascini voerde actie om het woord ‘doodsreutel’ terug in de Dikke Van Dale te krijgen. En slaagde, zag .
Foto Vibeke Mascini

Het is het laatste geluid uit de mond van een stervend lichaam, als de longen het slijm in de keel niet langer opgehoest krijgen: de ‘doodsreutel’. Toen beeldend kunstenaar Vibeke Mascini in 2017 ontdekte dat het woord zelf op sterven na dood was en niet eens was opgenomen in De Dikke Van Dale, begon ze een campagne om de doodsreutel te doen herleven.

„Van Dale baseert zich op de woorden die gebruikt worden in de openbare ruimte. Dat bleken vooral geschreven media te zijn, kranten en tijdschriften. Dus ben ik mensen gaan benaderen met toegang daartoe: schrijvers en journalisten.” Ze verspreidde een ‘Verzoek tot manipuleren van het woordenboek’, een oproep om het woord doodsreutel vaker te gebruiken. Onder meer auteurs Jamal Ouariachi, Maartje Wortel, Jan Postma en Dean Bowen gebruikten de doodsreutel vervolgens in hun werk.

De dood speelt een centrale rol in Mascini’s kunst. Op dit moment is in de Sint-Catharinakathedraal in Utrecht haar werk Ray te zien, een lichtsculptuur dat stroom gebruikt uit een accu die deels is opgeladen met restwarmte uit een crematorium. Mascini (1989) vindt niet dat álle woorden behouden moeten worden, maar doodsreutel wel. „Bij zo’n moeilijk onderwerp als de dood hebben we alle woorden nodig om er goed over te praten. En dat geldt juist ook voor een fysiek en ongemakkelijk woord als doodsreutel.”

Erotische scène

De afgelopen jaren ging Mascini door schrijvers te benaderen met het verzoek of ze de doodsreutel in hun teksten een plek konden geven. „Een aantal keer kwam het voor in verhalen over mijn project, maar eleganter vond ik het als de schrijvers erin slaagden het woord op een andere manier te bezigen. Floor van Luijk schreef in tijdschrift Tubelight bijvoorbeeld, in een stuk over een volledig intacte holenbeer die uit smeltend poolijs ontdekt was, over een ‘doodsreutel avant la lettre’.”

Babs Bakels, die voor de VPRO de zesdelige podcast Kassiewijle maakte, was ook „een fakkeldrager van de doodsreutelcampagne”. Zij schreef onder meer een stuk over de medische kant van de doodsreutel – in toenemende mate krijgen mensen tijdens het sterven medicijnen die een onplezierig geluid onderdrukken.

In het NRC-archief komt het woord doodsreutel sinds 2013 niet meer voor, tot het na 2017 opeens weer opduikt in de artikelen van onder anderen Roos van Rijswijk, Thomas de Veen en Marc Hijink. „Ik weet niet meer of ik hen actief benaderd heb”, zegt Mascini. „Het kan ook heel goed dat zij het woord onbewust opgepikt hebben.”

Lees ook: Een confrontatie met je eigen dood

Schrijver A.F.Th. van der Heijden nam het woord op in zijn roman Stemvorken (2021), „in een erotische scène”. Hij schreef Mascini een brief over hoe aansprekend hij het woord vond: „Bijna een onomatopee... er klinkt de ratelende ketting van het voor ’t laatst neergelaten anker in door.”

Mascini’s campagne had succes: in de onlangs gepubliceerde zestiende editie van De Dikke Van Dale is het woord opgenomen. Maar in de gratis digitale editie van Van Dale, die minder woorden bevat dan De Dikke, ontbreekt de doodsreutel nog. „De papieren editie was het oorspronkelijke uitgangspunt. Die beschouw ik nu dus als het geboortekaartje.”

Correctie (6 april 2022): In een eerdere versie van dit artikel stond dat het woord ‘doodsreutel’ opnieuw is opgenomen in ‘De Dikke Van Dale’. Dat klopt niet. Het is de eerste keer dat het woord is opgenomen in de papieren editie.