Waarom de Oekraïner direct mag werken terwijl de Syriër wacht

Tijdelijke bescherming Oekraïense vluchtelingen mogen direct in Nederland aan het werk. Hoe kan het dat andere vluchtelingen daar soms jaren op moeten wachten?

Oekraïense vluchtelingen registreren zich op de centrale instroomlocatie op Amsterdam CS waar veel vluchtelingen met de trein vanuit Berlijn aankomen.
Oekraïense vluchtelingen registreren zich op de centrale instroomlocatie op Amsterdam CS waar veel vluchtelingen met de trein vanuit Berlijn aankomen. Foto Ramon van Flymen/ANP

Wie OTTO Work Force belt, krijgt eerst te horen: „Voor Nederlands, toets één.” Daarna volgt eenzelfde bericht in het Oekraïens. Het is een van de manieren waarop het uitzendbureau toegankelijk wil zijn voor Oekraïense vluchtelingen. „De beste manier van integreren is aan het werk gaan”, zegt directeur Frank van Gool. Daarom is hij blij dat voor Oekraïense vluchtelingen vanaf deze maand geen tewerkstellingsvergunning nodig is. Zo kunnen zij makkelijker aan werk komen.

Maar in de arbeidsregels voor asielzoekers en die voor deze Oekraïense vluchtelingen zit nu ook „een bepaalde ongelijkheid”, zegt belangenorganisatie VluchtelingenWerk Nederland. Voor asielzoekers uit bijvoorbeeld oorlogsgebieden als Syrië, Afghanistan en Jemen staat de toekomst al lange tijd stil. Terwijl ook zij graag aan het werk willen, en de kans groot is dat ze in Nederland mogen blijven.

Een woordvoerder van VluchtelingenWerk noemt als voorbeeld een stel uit Iran dat al drie jaar in een asielzoekerscentrum zit. „Zij zijn politieke vluchtelingen. Het enige wat ze doen is af en toe een kunstwerkje maken, Nederlands leren via YouTube en wandelen. Werk zou hen helpen hun gedachten te verzetten.”

Het onderscheid tussen Oekraïense vluchtelingen en andere vluchtelingen uit oorlogsgebied stoelt op afspraken binnen de EU. De Richtlijn Tijdelijke Bescherming maakt een uitzondering op de normale asielprocedure mogelijk. Op basis daarvan hebben Oekraïense vluchtelingen recht op tijdelijk verblijf in Nederland, voor ten minste een jaar, en hoeven ze geen asielaanvraag in te dienen. Daardoor kunnen ze ook snel aan het werk. Een werkgever hoeft voor hen zelfs niet de gangbare tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Normaal gesproken krijgt de werkgever die vergunning alleen als hij kan aantonen dat hij binnen de Europese Economische Ruimte geen geschikt personeel kan vinden.

Asielprocedure

Deze uitzonderingsregeling ontlast de asielprocedure, zeggen VluchtelingenWerk en Justitie en Veiligheid. De wachttijden waren al voor de oorlog in Oekraïne sterk opgelopen. Officieel moeten asielzoekers binnen een half jaar horen of Nederland hen als vluchteling erkent, maar dat duurt nu al vaak meer dan een jaar. Inmiddels herbergen EU-landen zo’n vier miljoen Oekraïense vluchtelingen, van wie Nederland er bijna 19.000 opvangt. Met hun komst zouden de wachttijden nog verder zijn gestegen.

Asielzoekers uit oorlogsgebieden zoals die in Afghanistan, Jemen en Syrië moeten bij aankomst formeel asiel aanvragen, zodat hun achtergrond gecontroleerd kan worden. Verdachten van oorlogsmisdaden worden bijvoorbeeld niet toegelaten.

„Begrijpelijk”, vindt een woordvoerder van Amnesty International. „Maar het blijft heel wrang dat andere vluchtelingen dan Oekraïners het aan onze grenzen veel moeilijker hebben.”

Misschien, peinst de zegsman, had de mensenrechtenorganisatie al in 2015, toen tienduizenden Syriërs naar Nederland vluchtten, voor uitzonderingen moeten pleiten. „We hebben wel altijd gezegd dat álle Syriërs een verblijfsstatus moeten krijgen.”

De vergelijking met Syriërs is relevant, vindt hij. Hoewel hun land straks theoretisch weer veilig verklaard kan worden, krijgen de meeste Syriërs een verblijfsvergunning. Er wordt dus, net als met Oekraïners, van uitgegaan dat ze zullen blijven.

Solidariteit als kernwaarde

Peter Rodrigues, hoogleraar immigratierecht aan de Universiteit Leiden, doet onder meer onderzoek naar discriminatie en gelijke behandeling. Dat tussen Oekraïners en vluchtelingen uit andere oorlogsgebieden sprake is van ongelijke behandeling, noemt hij „evident”. Maar hij zou het niet kwalificeren als ongeoorloofd of discriminatoir. „Voor ongelijke behandelingen kunnen rechtvaardigingen bestaan.”

In dit geval komt die rechtvaardiging voort uit Europese solidariteit, zegt Rodrigues. „De oorlog in Oekraïne treft lidstaten van de Europese Unie. Er zijn bijvoorbeeld ruim twee miljoen mensen naar Polen gevlucht. Solidariteit is een kernwaarde van de EU, andere lidstaten zijn genoodzaakt gezamenlijk hulp te bieden.”

Naast praktische zijn er dus ook politieke argumenten voor de uitzonderingspositie van Oekraïners. Justitie en Veiligheid bevestigt: dit soort afspraken is alleen op Europees niveau te maken, er moet voldoende draagvlak zijn.

Voorwaarde voor inzet van de nu toegepaste Richtlijn Tijdelijke Bescherming is een ‘massale toestroom’ van vluchtelingen. Wat dan ‘massaal’ is, is niet precies gedefinieerd. De EU-lidstaten moeten het aantal vluchtelingen zelf als zodanig bestempelen. In 2015 overwoog de EU de richtlijn toe te passen op Syrische vluchtelingen, maar de lidstaten werden het niet eens.

Europees draagvlak

Rodrigues: „Sommige landen wilden überhaupt geen vluchtelingen met een islamitische geloofsovertuiging opvangen. De afwegingen zijn niet altijd puur humanitair of mensenrechtelijk.”

Dat beaamt de woordvoerder van Amnesty. Het was in 2015 „veel moeilijker om Europees draagvlak te vinden voor opvang van Syrische vluchtelingen dan het nu is voor Oekraïense vluchtelingen”.

Lees ook: 'De Syriërs op Lesbos bevinden zich toch ook in onze regio?'

Rodrigues pleit ervoor de Nederlandse arbeidsmarkt toegankelijker te maken voor álle vluchtelingen. De complexiteit daarvan mag niet onderschat worden, zegt hij, maar het belang voor de samenleving evenmin. „Arbeidskrachten houden de economie draaiende, en zijn hard nodig op de huidige krappe arbeidsmarkt. Bovendien is werken een adequate manier van integreren.”

Frank van Gool van OTTO Work Force vindt het eveneens „jammer” dat het voor andere asielzoekers zo lang duurt. „Maar soms zijn het economische vluchtelingen, dat vind ik een verschil. Statushouders moeten zo snel mogelijk aan het werk kunnen.”

OTTO Work Force heeft intussen alle arbeidscontracten en werkinstructies naar het Oekraïens laten vertalen en onboarding managers aangesteld om Oekraïense vluchtelingen te begeleiden. Voor andere vluchtelingen deed het uitzendbureau dat eerder niet. Van Gool: „Wij voelen ons verbonden met Oekraïners. We hebben zeven kantoren in Oekraïne en er werken in Polen drieduizend Oekraïners via ons uitzendbureau. Ik heb veel gevluchte families gesproken en wil niets liever dan dat zij zich hier welkom voelen.”