Lang haar en ‘weigeryuppen’

Uit het archief In het NRC Archief ziet hoe de laatste dienstplichtigen afzwaaiden.
Minister Voorhoeve met de laatste dienstplichtigen.
Minister Voorhoeve met de laatste dienstplichtigen. Foto ANP

Sergeant Klungel. Met zo’n naam kun je natuurlijk niet ontbreken op een tentoonstelling over de dienstplicht – en dus ook niet in een krantenstuk over de expositie. „Nadat Klungel bij het zich melden zijn achternaam had geroepen, had zijn commandant gezegd: ‘Voortaan heet je Clangé.’”

Op 24 augustus 1996 deed NRC-redacteur Max Paumen verslag van de tentoonstelling ‘De dienstplicht zwaait af’, in het Legermuseum in Delft. Hij zag hoe toenmalig minister Joris Voorhoeve (Defensie, VVD) twee afzwaaiende dienstplichtigen „een in legergroen gespoten walkman met een bandje waarop de exercitiecommando’s waren opgenomen” overhandigde. „Opdat jullie ze niet zullen vergeten.”

De stemming rondom het afzwaaien van de laatste dienstplichtigen, meer dan een kwart eeuw geleden, was frivool en op het melige af. Afgezien van deze reportage stond NRC niet stil bij het einde van een instituut dat sinds 1810 had bestaan. Het leek allemaal volstrekt vanzelfsprekend. Koude Oorlog voorbij, Rusland een schim van zijn vroegere zelf, overal in Europa democratie en rechtsstaat. Jaarlijks vijftienduizend achttienjarigen naar de kazerne dirigeren was niet meer van deze tijd.

Voor de goede orde: de dienstplicht werd in Nederland niet afgeschaft, alleen opgeschort. De dienstplichtigen zouden in steeds kleineren getale worden opgeroepen, besloot de Tweede Kamer in 1993 – net zo lang tot de nul werd bereikt. De beoogde einddatum: 1 januari 1998.

Wie het NRC-archief in die jaren bekijkt, proeft brede maatschappelijke en politieke consensus over het besluit. De discussie ging vooral over de vraag: kan die afschaffing niet wat sneller? De jongens die nog wél werden opgeroepen, verveelden zich op de kazerne te pletter, klaagde de Vereniging van Dienstplichtige Militairen (VVDM) in de zomer van 1995 in NRC. De vakbond pleitte voor een ‘pineutpremie’: financiële compensatie voor het door de dienst geleden nadeel. Uiteindelijk zwaaiden de laatste dienstplichtigen anderhalf jaar eerder af dan voorzien.

‘Lang haar en oorbellen’

Twee andere afgeleide zaken waren ook voer voor discussie. Wat te doen met de circa achthonderd ‘weigeryuppen’, jongemannen die om economische redenen hadden geprobeerd onder hun dienstplicht uit te komen en nog steeds een gevangenisstraf boven het hoofd hadden hangen? En met het lange haar van soldaten, een „unieke verworvenheid” in het Nederlandse leger sinds begin jaren zeventig? Toen de luchtmacht in 1996 besloot dat lange manen niet meer thuishoorden in een beroepsleger, zwaaide VVD-Kamerlid Theo van den Doel dat besluit lof toe in een opiniestuk. De krijgsmacht hoort „gezag uit te stralen”, aldus de liberale volksvertegenwoordiger, en „lang haar en oorbellen passen niet bij dat beeld.”

Lang haar en ‘weigeryuppen’ – het voelt allemaal heerlijk onbezorgd, nu de Russen dood en verderf zaaien in de achtertuin van Europa. Er duiken weer pleidooien op voor de heractivering van de dienstplicht – in dat geval voor mannen en vrouwen, want dat is enkele jaren geleden per wet geregeld. Zou de kleinzoon of kleindochter van sergeant Klungel binnenkort achttien worden?