Een olieraffinaderij in Illinois, in de VS. Om het klimaatdoel van Parijs te halen, moeten de rijkste landen voor 2034 helemaal stoppen de productie van alle fossiele brandstoffen.

Foto EPA/Tannen Maury

Interview

‘We zullen wel falen: de wereld wordt 3 tot 4 graden warmer’

Kevin Anderson | Hoogleraar energie en klimaat Wereldleiders doen grote beloften in de strijd tegen klimaatverandering. Maar net als wetenschappers onderschatten ze vaak de harde consequenties, zegt de expert.

Wat zou de Amerikaanse president Joe Biden antwoorden als hem werd gevraagd de winning van olie en gas in zijn land vóór 2030 met driekwart te verminderen en vier jaar later definitief te staken? Het laat zich raden – ook zonder oorlog in Oekraïne.

Toch is dat wat Biden volgens het vorige week verschenen onderzoek Phaseout Pathways for Fossil Fuel Production van het Britse Tyndall Centre heeft beloofd toen hij direct na zijn aantreden de Verenigde Staten terugbracht in het Klimaatakkoord van Parijs (2015). Zijn voorganger Donald Trump had de internationale klimaatgemeenschap juist met veel bombarie de rug toegekeerd.

Het Tyndall Centre, waarin verschillende Britse universiteiten samenwerken voor klimaatonderzoek, vertaalde met grote precisie de klimaatbeloftes van wereldleiders in harde cijfers. De onderzoekers keken voor de verandering niet naar de uitstoot van broeikasgassen, maar naar de productie van fossiele brandstoffen. Die zijn voor het overgrote deel van die uitstoot verantwoordelijk.

Hoelang, vroegen zij zich af, zouden landen nog kolen, olie en gas mogen winnen als ze de opwarming tot maximaal 1,5 graad Celsius willen beperken – althans met een fiftyfifty kans van slagen? Wat zou het betekenen als de kans op succes groter moet zijn dan 50 procent? En wat is er nodig om ruim onder de 2 graden te blijven, het minimale doel van Parijs?

De bevindingen van de onderzoekers lijken ver verwijderd van de realiteit. Want wie gelooft nu serieus dat landen als de VS en Noorwegen – om over Rusland maar te zwijgen – bereid zijn voortaan ieder jaar minder olie en gas te winnen en er over iets meer dan tien jaar – in het geval van Rusland wat langer – helemaal mee te stoppen? Ondanks alle mooie woorden over klimaat doen wereldleiders graag alsof business as usual, gewoon doorgaan met wat ze altijd al deden, nog steeds een reële optie is.

„En niet alleen wereldleiders”, zegt Kevin Anderson aan de telefoon, mede-auteur van het Tyndall-onderzoek. „Ook milieuorganisaties en klimaatwetenschappers zijn niet altijd bereid de conclusies van hun eigen analyses te accepteren. Ze proberen de bittere klimaatpil wat zoeter te laten smaken. De klimaatwetenschap is robuust en zorgvuldig als het om de feiten gaat, maar veel wetenschappers zijn niet eerlijk over de politieke implicaties van die feiten.”

Scenario’s voor klimaatbeleid

De kritiek van Anderson, hoogleraar energie en klimaatverandering aan de universiteiten van Manchester, Uppsala en Bergen, richt zich vooral op werkgroep 3 van het IPCC (het klimaatpanel van de Verenigde Naties). Die werkgroep is verantwoordelijk voor het IPCC-rapport dat komende maandag verschijnt. Dat schetst op basis van twee voorgaande rapporten – over de fundamenten van de klimaatwetenschap en de gevolgen van de opwarming – scenario’s voor beperking van klimaatverandering.

Volgens Anderson waren de uitkomsten van werkgroep 3 voorheen altijd veel te optimistisch. „Aanpakken van klimaatverandering is een politiek onderwerp”, zegt hij. „Maar werkgroep 3 kende slechts één politieke uitkomst, een visie die wordt gedomineerd door vertrouwen in toekomstige technologieën om CO2 uit de atmosfeer te halen. Ik beschouw dat als een vorm van greenwashing van het huidige klimaatbeleid. Dat is heel gevaarlijk.”

In de klimaatmodellen om de gevolgen van de scenario’s door te rekenen, worden volgens Anderson grote hoeveelheden ‘negatieve emissies’ gebruikt om de cijfers kloppend te maken – veel meer dan op dit moment haalbaar is. Zo zou nieuw bos moeten worden aangeplant, om CO2 op te nemen, ter grootte van anderhalf keer de Europese Unie. Nogal riskant voor biodiversiteit en voedselzekerheid. Daarnaast staan projecten om CO2 op te slaan, bijvoorbeeld in lege gasvelden, nog in de kinderschoenen. Het zijn er maar weinig en ze hebben de CO2-concentratie in de atmosfeer tot nu toe wereldwijd met slechts 0,02 procent verminderd, schrijven de onderzoekers. Een deel van deze technologie bestaat volgens het onderzoek alleen „in de verbeelding van modelleurs en ingenieurs”.

Lees ook: Mens past zich niet snel genoeg aan de klimaatverandering aan

Om het klimaatdoel van Parijs te halen, moeten landen per direct de productie van alle fossiele brandstoffen afbouwen, en moeten de rijkste landen er voor 2034 helemaal mee stoppen. Hoe groot acht u de kans van slagen?

„Ik ben niet naïef. De politieke wil lijkt te ontbreken. Niets wijst erop dat politici bereid zijn zich te houden aan hun eigen toezeggingen. Ook al zijn die in lijn met de klimaatwetenschap en gebaseerd op rechtvaardigheid. Niemand lijkt zich zorgen te maken over wat er met armere landen gebeurt, of wat dit voor de toekomst van onze kinderen betekent.

„Toch hebben de bankencrisis en corona ook laten zien dat leiders heel snel kunnen veranderen, dat een wereldwijde reactie op een noodtoestand mogelijk is. Helaas lijkt dat voor de klimaatcrisis niet te gelden. Maar je moet nooit de hoop verliezen. Sommige politici willen wél snel veranderen, en voor hen kan een onderzoek als het onze een steun in de rug zijn.

„Als wetenschapper kun je niet anders dan je kennis delen in het publieke debat. Betekent dat ook dat we succes zullen hebben? Nee, waarschijnlijk zullen we falen en zal de gemiddelde temperatuur mondiaal 3 tot 4 graden stijgen. Maar als we het niet proberen, falen we gegarandeerd.”

Blijkt uit de westerse reactie op snel stijgende energieprijzen door de oorlog in Oekraïne niet dat regeringen nog weinig hebben geleerd?

„Laat ze om te beginnen erkennen dat Rusland zijn huidige positie te danken heeft aan het feit dat wij niet tijdig zijn overgestapt op duurzame energie. Dat was een keuze van onze regeringen die voortkomt uit onze obsessie voor gas. Het is onzinnig gas een transitiebrandstof te noemen. Gas is methaan, CH4: vier lichte delen waterstof en één deel koolstof, dat 75 procent van het gewicht van gas uitmaakt. Hoe kun je iets wat voor driekwart uit koolstof bestaat ‘koolstofarm’ noemen? Het is retoriek van zwakke politici, die er alleen maar op uit zijn de olie- en gasindustrie te laten doen wat ze al honderd jaar doet. Nu worden we geconfronteerd met het gevolg van die retoriek: hoge prijzen en afhankelijkheid van Rusland.”

Wat kunnen we nu nog doen?

„We moeten zo snel mogelijk de vraag naar gas verminderen. Maar in plaats daarvan zijn we alleen maar op zoek naar nieuw aanbod. Dat is logisch, want de vraag verminderen vereist een radicale verandering van het meest welvarende deel van onze samenleving. Hun energieconsumptie is vele malen hoger dan die van de armere bevolking.

„Rijke mensen hoeven zich niet druk te maken over de energiecrisis, zij kunnen zich die financieel veroorloven. Ingrijpen in de vraag en het resterende aanbod eerlijk verdelen betekent dat vooral het rijke deel van de bevolking zijn consumptiepatroon drastisch moet veranderen. En daar zitten juist de mensen die de besluiten nemen.”

U noemt het geld dat rijke landen verdienen met olie- en gaswinning ‘nice to have’. Soms gaat het om meer dan 10 procent van het bruto binnenlands product. Dat is toch meer dan een prettig extraatje?

„Van het Noorse bbp komt 14 procent uit olie en gas. Als ze daarmee stoppen, houden ze nog steeds 86 procent over. Voor de VS is het ongeveer 8 procent. Natuurlijk kun je zeggen dat dit veel is. Maar hoeveel van hun bbp verliezen zij als de aarde 3 tot 4 graden opwarmt? We jammeren nu over het verlies van welvaart omdat we zo snel van fossiele brandstoffen af moeten. Maar we hebben het zelf zover laten komen.

„We doen alsof we de wetenschap accepteren. Maar dat is niet zo. Want dan zouden we deze erfenis nooit doorgeven aan onze kinderen. Wij zeggen tegen hen: ‘Sorry, wij hebben nog wat extra olie en gas nodig, en daarom schepen we jullie op met 3 tot 4 graden opwarming.’ Dat kan twee dingen betekenen. Of onze kinderen kunnen ons niets schelen, wat ik me niet kan voorstellen. Of het is een ontkenning van de ernst van klimaatverandering.

„We hebben onszelf dertig jaar lang collectief voor de gek gehouden. De fysica van de klimaatverandering is niet geïnteresseerd in mooie toespraken, maar alleen in de hoeveelheid CO2-moleculen in de atmosfeer. We hebben lang gedaan alsof het politieke verhaal sterker was dan de natuurkunde, maar de fysieke realiteit haalt de politieke nu in.”