Recensie

Recensie Theater

De ‘Koefnoen’-typetjes doen het uitstekend in het theater

Theater Koefnoen Live wil met liedjes, sketches en scènes de tijdgeest spiegelen. De theateraanpak blijkt voor de makers van het tv-programma Koefnoen uitstekend te werken.

Met ‘Koefnoen Live’ brengen acteurs Owen Schumacher, Paul Groot en Jeremy Baker de Koefnoen-sfeer naar het theater.
Met ‘Koefnoen Live’ brengen acteurs Owen Schumacher, Paul Groot en Jeremy Baker de Koefnoen-sfeer naar het theater. Foto Annemieke van der Togt

Het toxische huwelijk van ANWB-echtpaar Okko en Eugenie (Paul Groot en Owen Schumacher) is zes jaar na de laatste tv-uitzending van Koefnoen nog niet opgeknapt. Tussen het theaterpubliek zoekt het tweetal kibbelend naar plaatsen op de eerste rij, om er volgens achter te komen dat ze kaarten hadden op het balkon – en voor gisteren. Zodra Eugenie even wegkijkt, ritst Okko als vanouds zijn heuptas open om daar een weldadig potje in te schelden.

Het zijn vertrouwde beelden voor liefhebbers van Koefnoen, het satirische programma dat voortkwam uit het cabareteske programma Kopspijkers in 2004 en dat zestien seizoenen lang wekelijks commentaar gaf op het nieuws met sketches, filmpjes en parodieën. In 2016 moest het van tv omdat het niet meer paste in de zaterdagavondprogrammering van de NPO en AVROTROS.

Met Koefnoen Live brengen acteurs Owen Schumacher, Paul Groot en Jeremy Baker de Koefnoen-sfeer naar het theater. Daarvoor vulden ze de cast aan met Kiki van Deursen (onder andere Smeris) en cabaretière Sanne Franssen en goten ze het geheel aan scènes, liedjes en sketches in een groots opgezette, kleurrijke revue. Er wordt gezongen, gespeeld, gerapt en ge(tap)danst, en we zien zowel traditionele Koefnoen-typetjes – zwervers Lou en Lau, sekswerker Annet – als nieuwe personages.

Raket

Bewonderenswaardig zijn de rappe scène- en kostuumwisselingen van de (uitstekend acterende) performers, net als de rijke uitdossingen en decors. Wanden klappen open, doeken vallen over elkaar heen. Er zijn astronautenpakken, segways en nepborsten, en halverwege wordt nog een raket afgeschoten. De theateraanpak blijkt voor Koefnoen goed te werken: ook bij de teksten is het voelbaar dat het geheel niet in een week in elkaar hoefde te worden gedraaid, en de publieksinteractie is een significante aanvulling.

Zoals het Koefnoen betaamt trachten de makers het publiek een spiegel van de tijdgeest voor te houden. Daarbij komen onvermijdelijk thema’s als sociale onveiligheid en woke-ontwikkelingen aan bod: een pedante, kleine Sinterklaas (Paul Groot op zijn knieën, gehuld in tabberd) stelt zijn werkomgeving „buitengewoon onveilig” te vinden, en op de ouderavond van basisschool de Karrekrak, met Baker als lekker nukkige schooljuffrouw, zijn jongetjes geen jongetjes maar „kinderen met een piemeltje” – een sketch die nauwelijks nog een uitvergroting te noemen is.

Hier en daar voelt het wel alsof de makers te krampachtig willen vasthouden aan het eigen erfgoed. De scène met het Hardkoor is wat lang, net als de eindscène met de roodharige happy single Ipie (Groot), die sinds 2006 een Koefnoen-personage is, maar context mist voor de jongere niet-Koefnoen-kijker. Durft Koefnoen die eigen nostalgie meer los te laten, dan kan Koefnoen Live prima een vervolg krijgen.