Extra vakantiedagen voor een fietsvakantie: hoe werkgevers onder personeel duurzame keuzes stimuleren

Duurzaamheid Werkgevers willen duurzame keuzes onder personeel stimuleren met initiatieven als ‘de Groene Arbeidsovereenkomst’ en Trappers. „Er is inmiddels een grote fiets-community ontstaan binnen ons bedrijf.”

Illustratie Luca van der Vossen

Graag met de trein op vakantie om de ecologische voetafdruk wat te verkleinen? Dat voornemen hebben steeds meer mensen, merkte jurist Savannah Koomen. Maar makkelijk is het niet altijd: treinreizen zijn vaak duurder dan vliegtickets en je bent ook nog vaak langer onderweg. Onnodige barrières, vond Koomen. Ze stelde ‘de Groene Arbeidsovereenkomst’ op, een arbeidscontract dat duurzame keuzes beloont. Voor een fiets- of treinvakantie krijg je twee extra vakantiedagen én 0,2 procent meer vakantiegeld. Koomen: „Een beter spoornetwerk zou natuurlijk ook helpen, maar ja, dat kan ik niet bouwen.”

De Groene Arbeidsovereenkomst is een manier voor werkgevers om duurzame keuzes onder het personeel te stimuleren. De overeenkomst is gratis te gebruiken en inmiddels zo’n honderd keer gedownload. Er zijn meer van dat soort initiatieven. Met Trappers, zo’n 25 jaar geleden opgericht, kunnen werknemers punten, of ‘trappers’, sparen door op de fiets naar kantoor te komen. Die punten kunnen ze inwisselen in de webshop van Trappers. Via een chip op de fiets en een ontvanger bij de fietsenstalling van het werk wordt de woon-werkfietsrit geregistreerd.

Hightechbedrijf ASML begon in 2011 met Trappers, vertelt hoofd Vastgoed Teun Warthenbergh, die zich binnen het bedrijf bezighoudt met duurzaamheid. „Er is inmiddels een grote fiets-community ontstaan binnen ons bedrijf. Je krijgt onderlinge competitie onder fanatieke collega’s, die zoveel mogelijk kilometers willen trappen.”

Dat merkt ook Ellen Walet van het bedrijf Trappers, die zegt dat er vaak ‘challenges’ gehouden worden op de werkvloer. „Het liefst hebben wij dat iedereen op de fiets naar het werk gaat, maar dat is natuurlijk een utopie. Als mensen die voorheen vijf keer per week met de auto gingen nu twee keer per week op de fiets gaan, is dat al winst.” Trappers heeft ongeveer 40 werkgevers als klant en meer dan 7.000 fietsende deelnemers.

Het liefst hebben wij dat iedereen op de fiets naar het werk gaat, maar dat is natuurlijk een utopie

Ellen Walet woordvoerder

ASML (ruim 31.000 werknemers) wil dat op termijn een derde van het personeel op de fiets naar het kantoor in Veldhoven komt, een derde met het openbaar vervoer en een derde met de auto. Dat hoopt het bedrijf met financiële prikkels te bewerkstelligen: hogere kilometervergoedingen voor de fiets en gratis openbaar vervoer, bijvoorbeeld. „Als het ons lukt 5.000 medewerkers te overtuigen de auto te laten staan, en we uitgaan van tien tot twintig kilometer woon-werkverkeer, besparen we 30 miljoen kilometers met de auto per jaar. Dat draagt enorm bij aan de reductie van stikstofuitstoot.”

Toegegeven, zegt Warthenbergh: initiatieven om personeel de auto uit te krijgen, begonnen bij ASML uit noodzaak, niet uit duurzaamheidsoverwegingen. „Het fileleed werd onhoudbaar. Maar uiteindelijk is het uitgegroeid tot iets wat gezonder is voor mensen én beter voor de wereld. We merkten ook dat dat belangrijk is voor ons personeel. Vooral de jongere generatie hoeft echt niet meer per se een auto voor de deur te hebben.”

Naast Trappers maakt ASML gebruik van reisplanner Turnn, een app die zowel de reistijd als de milieubelasting van verschillende routes berekent. De meest duurzame route komt bovenaan te staan.

Ongelijkheid

Het komt ook voor dat personeel ver van openbaar vervoer woont of op een te grote afstand om te fietsen. Zijn voordelen voor fietsers of gebruikers van het openbaar vervoer dan niet oneerlijk? „Er zijn mensen die dat gevoel hebben”, zegt Warthenbergh. „Maar je kunt niet altijd iedereen gelukkig maken. Natuurlijk zijn er plekken waar je echt afhankelijk van de auto bent, maar voor veel mensen is het meer gemakzucht. Of een gevoel van vrijheid dat ze denken te missen zonder de auto. Wij willen mensen stimuleren bewust op zoek te gaan naar alternatieven.”

Ook jurist Koomen krijgt weleens kritiek op de voordelen voor fietsers in de Groene Arbeidsovereenkomst. „Het creëert inderdaad een zekere ongelijkheid. Maar dit is een standaardovereenkomst, het staat werknemers en werkgevers vrij de afspraken wat aan te passen. Als iemand afgelegen woont of familie buiten Europa heeft, kan samen opnieuw gekeken worden naar de bepalingen over woon-werkverkeer of vliegvakanties.” Tegelijkertijd, zegt Koomen, moet geaccepteerd worden dat een duurzaam beleid soms gevolgen heeft die niet voor iedereen voordelig zijn.

In de Groene Arbeidsovereenkomst hebben bomen een prominente plek: die worden geplant als het salaris wordt overgemaakt naar een duurzame bank, en voor ieder uur overwerken. „Dat laatste tikt bij veel banen lekker aan.”

Bij transportplatform Brenger heerst geen overwerkcultuur, zegt HR-manager Liza de Jong. Daar zullen dus weinig bomen uit voortkomen. Toch hoopt ze met de Groene Arbeidsovereenkomst, die het bedrijf binnen een paar maanden zal implementeren, behoorlijke milieuwinst te boeken. „We hebben voor onszelf als bedrijf het doel gesteld vóór 2025 een CO2-reductie van twintig ton te realiseren.”

Brenger is een jong bedrijf gericht op duurzaamheid, vertelt De Jong. „Als je een bank koopt, brengen koeriers die bij ons zijn aangesloten die naar je toe. Ons algoritme zorgt dat zij op de terugweg niet met een lege bus terugrijden, maar nieuwe klussen op de route krijgen aangeboden.” Daarmee past de Groene Arbeidsovereenkomst goed bij het bedrijf, maar het gebruik ervan komt ook voort uit een behoefte onder het personeel. De Jong: „Als kerstcadeautje kreeg iedereen een gids voor duurzame reizen van National Geographic. Heel leuk, zeiden veel mensen, maar zo’n treinreis kost wel extra vakantiedagen.”

In de cao

In het begin namen vooral duurzame start-ups zoals Brenger de arbeidsovereenkomst van Koomen over. Inmiddels zijn ook investeringsfondsen, een gemeente en een universiteit gebruiker. „Mijn doel is dat dit de standaardovereenkomst wordt.”

Wanneer verwacht ze dat die wens uitkomt? „Laat ik het zo zeggen: over drie jaar zou het zo móéten zijn. Er zijn een aantal cao-onderhandelingen waarbij dit al onderwerp van gesprek is. Dat is een stap in de goede richting.” Een bedrijf kan zich met het contract onderscheiden als aantrekkelijke werkgever, denkt Koomen. „Werkgevers moeten dit willen, omdat werknemers het willen.”

Zo werkte het ook bij ASML, zegt Warthenbergh. „Ons personeel houdt ons scherp. Gevraagd en ongevraagd komen ze met duurzaamheidsadviezen. Er is duidelijk behoefte aan. Het is onze taak als werkgever daarin te voorzien.”

Daarbij kan het bedrijf hulp van de gemeente en andere overheden goed gebruiken. „Het openbaar vervoer in deze regio is niet geweldig. In Amsterdam of Rotterdam heb je dat probleem minder. Het wordt tijd dat die drempel van een half uur wachten op de bus verdwijnt, vooral in belangrijke economische regio’s als Brainport.”

Voor personeel dat toch met de auto moet komen, heeft ASML eind vorig jaar een parkeerterrein geopend in Eersel. Het laatste stukje kan worden afgelegd met een elektrische fiets of een elektrische bus van ASML.

Het moet voor minder files in de regio zorgen. „Maar dan moeten we ook voorkomen dat andere mensen de ruimte innemen die wij inleveren. Dan schieten we er nog niets mee op. Daarom zou ik alle andere bedrijven en de overheid willen oproepen hetzelfde te doen. Of het nou voor gezonder personeel, een betere wereld of aantrekkelijk werkgeverschap is: doe mee.”