Zout als moordwapen

Iedereen leest Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week de thriller Natriumchloride, waarin keukenzout de inzet is van een serie moorden.

Het Deense parlement vond dat het maar eens uit moest zijn met onopgeloste moordzaken. Daarom riep het de afdeling Q in het leven onder leiding van inspecteur Carl Mørck, een lastpost en een humeurige man. Samen met Syrische vluchteling Assad en rechercheur Rose werkt hij vanuit een kelder in het hoofdbureau van de politie in Kopenhagen.

De Serie Q van thrillerauteur Jussi Adler-Olsen (71) is ongekend populair en dat is terecht. In 2007 verscheen het eerste deel, De vrouw in de kooi, gevolgd door De fazantenmoorden. De thrillers zijn verfilmd met Nicolaj Lie Kaas in de hoofdrol. Het nieuwste, negende deel heet Natriumchloride oftewel: zout. Hoe kan gewoon keukenzout de inzet zijn van een cold case, denk je als lezer misschien even. Maar vergist u zich niet: de Amerikaanse journalist Mark Kurlansky schreef het geweldige boek Salt. A world-history (2002). Daarin staat alles over de eeuwenlange culturele geschiedenis van zout waarvoor oorlogen werden gevoerd, revoluties ontketend. Dit boek vormt mede Adler-Olsens inspiratiebron.

Natriumchloride opent met een enorme explosie. Die aanslag, ruim dertig jaar geleden alweer, werd nooit opgehelderd. Er volgen meer zaken, ogenschijnlijk een willekeurige reeks zonder enige samenhang. Totdat een zestigjarige vrouw, Maja, zelfmoord pleegt. Dat brengt de ontploffing uit 1988 van een louche garage annex autospuiterij weer onder de aandacht: Maja’s zoontje Max kwam erbij om het leven. Bij de toegangspoort, tegen het hekwerk, lag een negen centimeter hoog bergje zout.

Dat leek een verwaarloosbaar detail, maar bij alle moordzaken die volgen ligt zout bij de plaats van delict en speelt zout een (steeds grotere) rol. Lijken worden ingewreven met zout, een giftige zoutoplossing wordt ingebracht met een injectiespuit – zout als moordwapen, een briljant idee. Zout lijkt zo onschuldig; zo puur, zuiver en wit.

De ogenschijnlijk respectabele slachtoffers hebben een smet

Een ander gegeven vormt een tweede leidraad. De geheimzinnige moordenaar placht de slachtoffers te doden op de verjaardag van machthebbers, despoten en andere wereldleiders die zelf duizenden moorden op hun geweten hebben: Stalin, Hitler, Mao, Ceausșescu, Pinochet, kortom, een „gruwelijke verzameling”, zoals Carl concludeert. Maar wie weet handelt de dader wel uit een verlangen naar rechtvaardigheid. Zo beginnen goed en kwaad elkaar te raken.

Er tekent zich een patroon af dat voorspellende kracht heeft: als de moorden plaatsvinden op de verjaardagen van dictators, kunnen ze dan ook voorkomen worden? Zo veranderen Carl, Assad en Rose van een politie-eenheid voor onopgeloste zaken in mensenredders. En neemt de spanning bladzijde na bladzijde toe.

De slachtoffers zijn welgestelde burgers, zogenoemde pijlers van de samenleving. Maar de ogenschijnlijk respectabele gedupeerden hebben een smet: zijzelf zijn uitbuiters die straf verdienen. Naast een thriller is dit boek zo een aanklacht tegen machtsmisbruik. Dat is bijzonder.

Reacties: boeken@nrc.nl