Schrijfster Nino Haratischwili: ‘De vakantie van het Westen is voorbij’

Open brief Het Westen was met vakantie toen Rusland Oekraïne binnenviel, schrijft . In het vervolg moet het een krachtig tegengeluid laten horen.

Scène uit de film Quo Vadis, Aida?

Scène uit de film Quo Vadis, Aida?

Tsjetsjenië, Abchazië, Zuid-Ossetië, de Krim: er waren zoveel tekenen die ons voor het Rusland van Poetin waarschuwden, maar wij vonden onze welvaart belangrijker dan al het leed. In de film Quo Vadis, Aida? van Jasmila Žbanić (2020), die het bloedbad in Srebrenica op schokkende wijze tastbaar maakt, komt een scène voor waar ik letterlijk misselijk van werd en die ik de afgelopen dagen steeds weer voor me zie.

Je ziet dat overste Karremans (Johan Heldenbergh), de commandant van het VN-bataljon Dutchbat, wanhopig alle verantwoordelijke instanties in de EU belt, wanneer hem duidelijk wordt dat het leger van de Republika Srpska de onder zijn bescherming staande burgers de dood in zal jagen. En alsof het nog niet genoeg is dat niemand zich verantwoordelijk voelt en niemand hem de nodige hulp toezegt, krijgt hij ook nog te horen dat de verantwoordelijke persoon met vakantie is en daarom niet te bereiken is.

Sinds de Russische inval in Oekraïne kan ik de gedachte niet van me afzetten dat ook het Westen met vakantie was. Al 22 jaar waren we met vakantie zodra iemand een beroep op ons deed en wanhopig om hulp riep tegen Poetins agressie. We waren met vakantie toen de oorlogen in Abchazië en Zuid-Ossetië uitbraken – ook daar traden de Russische strijdkrachten op als ‘helpers’ en ‘bevrijders’ en leverden ze wapens. We waren met vakantie toen de meer dan tien jaar durende oorlogen in Tsjetsjenië woedden en het land met de grond gelijk maakten. We waren ook in 2008 met vakantie toen het Russische leger Georgië binnenviel en bombardeerde. We waren met vakantie toen in 2014 de Krim werd geannexeerd.

Ja, al die jaren waren we met vakantie, omdat al die ‘conflicten’ zich ver genoeg van onze welvaartsmaatschappij afspeelden, omdat onze veiligheid en het Russische gas ons belangrijker leken dan de vreemde ‘militaire confrontaties’.

We waren met vakantie, omdat we het geld allang tot de voornaamste ideologie hadden verklaard en onze welvaart belangrijker vonden dan al het leed. Tot onze vakantie wreed werd verstoord, tot de oorlog ook het Europese grondgebied bereikte. Tot de bommen op Oekraïne vielen en dat moedige, strijdbare volk met zijn nu gevierde president ons hardhandig wakker schudde.

In de al genoemde film komt ook een scène voor waarin Ratko Mladic en zijn leger met macho-achtige arrogantie de door de VN ingestelde veilige enclave binnentrekken en brood uitdelen aan angstige mensen, aan mannen die ze even later zullen vermoorden. De manier waarop de officieren van dat leger met de Nederlandse blauwhelmen praten heeft haast iets komisch. Die neerbuigende, meewarige houding van de daders, die merken dat de militairen die de bijeengedreven mensen eigenlijk bescherming moeten bieden, hun die bescherming niet zullen geven, dat de politiek correcte, in veiligheid en welvaart geleerde taal en de retoriek van die militairen tegenover hun wapens, hun geweld en hun haat bijna grotesk aandoen.

En ook de taal die het Westen al 22 jaar met Poetins Rusland spreekt, herinnert me aan die scène. En ja, ik besef dat wij niet dezelfde taal van het geweld mogen spreken als we beter willen zijn, als we beweren voor andere waarden te staan, als we vrede willen en onszelf beschouwen als solidaire, humane wezens, die hun geluk niet bouwen op onderdrukking en onderwerping.

Maar we moeten ook eindelijk begrijpen dat de tot dusver door het Westen gesproken taal niet werkt, dat onze tegenstander erom glimlacht en haar niet serieus neemt. We moeten begrijpen dat we een andere taal nodig hebben: een duidelijke, gemeenschappelijke, consequente taal, die bereid is de eigen welvaart voor de eigen waarden en principes op te geven. Een taal die niet verstomt als de oorlog weer eens ver van ons bed wordt gevoerd, die luid en duidelijk is, die niet gebaseerd is op dreigementen en wapengeweld en die toch niet begint te fluisteren zodra dreigementen en wapengeweld een rol spelen.

En één ding mogen we niet meer: onze ogen sluiten. Want ook een oorlog kan lastig en saai worden. Ook de aanvankelijke solidariteit, de aanvankelijke hulpvaardigheid kan mettertijd plaatsmaken voor doffe apathie, want we zijn allemaal behept met aanpassingsvermogen en ja, we wennen soms ook aan afschuwelijke dingen.

Ik ben opgegroeid met Russische tanks en Russische kalasjnikovs en was ook in 2008 in Georgië toen de bommen vielen. Ik heb me veel en uitgebreid beziggehouden met de Sovjet-Unie en de jongste geschiedenis van Rusland. Ik ben in Tsjetsjenië geweest en heb met eigen ogen gezien wat er gebeurt als Poetins ‘bevrijders’ zegevieren. En ook al zeg ik vaak tegen mezelf: je had het moeten zien aankomen, toch heb ik het niet zien aankomen. Ook ik leef in veiligheid, ook ik geef me soms over aan het verleidelijke comfort van mijn westerse leven. Maar nu is het voorgoed voorbij.

Geen gas, geen comfort ter wereld is het waard om onze menselijkheid af te leggen als een niet passend kledingstuk, om anderen op te offeren zodat we onszelf in veiligheid kunnen wanen. Ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag werd in het Kremlin onlangs een concert gegeven met het in zijn ironie aan perversie grenzende motto: ‘Wees gelukkig, voor altijd.’

En terwijl ik dat lees, zie ik die talloze vrouwen en kinderen in de bunkers en kelders in verschillende Oekraïense steden voor me en betrap me erop dat ik zou willen dat de organisatoren en deelnemers van dat concert het ‘geluk’ van die vrouwen en kinderen zelf zouden ervaren.

Ja, ik weet het, het is een verschrikkelijke gedachte en ik schrik er ook van dat ik zoiets denk, maar als er bommen vallen is het nu eenmaal gauw gedaan met de goede manieren en ook met de vakantie.

Het is het verkeerde moment om te zeggen: ‘We hebben het gezegd, we hebben jullie gewaarschuwd, we hebben steeds weer geroepen en steeds weer gebeld, maar niemand nam de telefoon op.’ En toch begrijp ik de neiging van degenen die net als de Nederlandse commandant bleven bellen en erop wezen wat de Russische ‘bevrijders’ doen, zodra ze ergens ‘te hulp’ schieten. Wat er dan met de regio’s, de landen en de bevolking gebeurt.

Maar het doet me ongelofelijk veel pijn dat Oekraïne er de prijs voor moet betalen dat wij allemaal nu pas terugkomen van vakantie.

(vertaling Jantsje Post en Elly Schippers)

Oorspronkelijk verschenen in Die Zeit online