Adje (rechts) en Reverse.

Foto Dennis Branko

Interview

De muziek van Adje en Reverse is organisch ontstaan

Hiphop Rapper Adje en producer Reverse zijn terug met ‘Legacy’, hun eerste gezamenlijke album sinds 2013. „Het gevoel en de bezieling zijn nu belangrijker.”

Tien jaar geleden braken rapper Adje en producer Reverse door met clubkraker ‘Hele Meneer’. De nieuwe plaat die de twee maakten staat sonisch zowat haaks op dat nummer: de spacey geluiden en ronkende bassen zijn verdwenen, het tempo ligt lager en er klinken verknipte soul- en jazzsamples.

„Het doel was om al onze vorige muziek te toppen”, zegt Adje. „Pas na een jaar werken viel dat verwachtingspatroon van ons af. Reverse kwam in een soulvolle vibe terecht, die perfect aansloot bij wat er in mijn hoofd omging.”

Adje (Julmar Simons, 1982) en Reverse (Sergio van Gonter, 1989) woonden ooit samen in één huis, maar groeiden de afgelopen jaren afzonderlijk verder als artiesten. Adje scoorde een hit met ‘Coño’, dat werd geremixt door popster Jason Derulo. Reverse trok naar Amerika om muziek te maken met Tamar Braxton, wat hem een Grammy-nominatie opleverde. In Nederland had hij toen al ‘Ik Neem Je Mee’ van Gers Pardoel op zijn naam staan.

„Onze interesses kwamen altijd al overeen, maar nadat ik terugkwam uit Amerika zijn we ook als mensen meer naar elkaar toe gegroeid”, zegt Reverse. „Daardoor klinkt Legacy ook heel anders dan men gewend is van ons. Het gevoel en de bezieling zijn nu belangrijker. We waren op zoek naar een manier om ‘Hele Meneer’ te overklassen, maar het leven heeft ons naar dit punt gebracht.” Adje valt hem grijnzend bij: „En eerlijk gezegd; dit voelt véél beter.”

Succes was nooit het doel

Succes was nooit het doel, zegt Adje. „Geen van mijn nummers is gemaakt met de gedachte dat het een hit moest gaan worden. Uiteindelijk ben ik begonnen omdat ik er plezier in had. Dat wil ik nooit laten bevlekken door een verlangen naar succes.”

Uiteindelijk bouwde hij met een vriend een nieuwe studio in Amsterdam-zuidoost. Adje: „Daar ontstond weer het gevoel dat we ooit hadden toen we samenwoonden op IJburg. Daar stond ons huis letterlijk open voor talent. We waren altijd zo connected met de jeugd. Vaak nodigde Reverse jonge rappers uit in zijn studio en was ik er gewoon bij. Dat was dit keer weer zo. Deze muziek is organisch ontstaan. Dan namen we, naast werk voor hen, óók wat op voor ons eigen album.”

De twee zijn inmiddels hiphopveteranen te noemen. Adje verscheen rond 2002 al op het vroegere werk van THC, de groep die wordt gezien als pioniers van straatrap in Nederland. Reverse scoorde in 2005 zijn eerste grote hit met ‘Wat Wil Je Doen’ van The Partysquad. „Ik heb me niet altijd begrepen gevoeld, waardoor ik onzeker werd over wat ik maakte”, vertelt de producer. „Ik kom uit een tijd waarin ik vaak heb moeten uitleggen wat ik deed. Een housebeat maken voor rappers? Dat was not done. Daardoor heeft mijn beat van ‘Shenkie’ van De Jeugd van Tegenwoordig eerst héél lang op de plank gelegen. Anno nu doet men niet anders.” Adje voegt toe: „We proberen altijd te innoveren, te doen wat anderen niet durven.”

Reverse: „We leven in een vluchtige maatschappij, waarin muziek heel snel wordt geconsumeerd. Vooral hedendaagse hiphop is vaak makkelijk verteerbaar. Maar waarom moet een track een refrein hebben? Waarom moet het allemaal zo stevig? Dit album valt op omdat het buiten die kaders valt. Als het nú niet scoort, gaat men het vast later op waarde schatten.” Adje besluit: „Dat is precies wat we bedoelen met ‘legacy’. De levenslessen die wij hebben geleerd, zijn nu van het publiek.”

Legacy van Adje & Reverse is nu uit bij Top Notch.