De kus van Fjodor Jozefzoon (rechts) als Edward en Tobias Kersloot als Gaveston in Edward II – The Gay King van Oostpool.

Foto Bas de Brouwer

Interview

Toneelzoen als daad van emancipatie of provocatie

Ongewenst intiem? Hoe gaan acteurs en makers om met intimiteit op het podium? „De zoen was essentieel voor de impact van de voorstelling.” Maar: „Een kus kan voor een acteur heel kwetsbaar zijn.”

Het lijkt wel minuten te duren, de zoen tussen Edward II en zijn geliefde Gaveston. Na hun beider dood, georkestreerd door de haatdragende edelman Mortimer, zien ze elkaar in een hiernamaals terug, en verliezen geen seconde de tijd om hun liefde openlijk te vieren. De slotscène van Edward II – The Gay King bij Toneelgroep Oostpool voelt als een statement van regisseur Char Li Chung: de zoen is tegelijkertijd een romantische ode aan onoverwinnelijke liefde en een daad van emancipatie.

De scène valt op omdat een overgave aan fysieke intimiteit zeldzaam is in het Nederlandse theater. Als er al van zoenen sprake is, is dat vaker in een negatieve dan in een positieve context: als banale, liefdeloze of zelfs grensoverschrijdende daad. Daar komt nog bij dat ook vanuit de gedachte van veilige arbeidsomstandigheden intimiteit op de speelvloer onder een vergrootglas ligt. Hoe vinden makers en spelers zich hier een weg in? Wanneer kiezen zij voor de toneelzoen, en hoe geven ze die dan vorm?

Heftige reacties

Denzel Goudmijn en Lourens van den Akker deelden in de voorstelling Jonges (2021) van Tryater een toneelkus met elkaar, en zijn ervan overtuigd dat dat moment een extra lading gaf aan het stuk. Van den Akker: „Het is een voorstelling over een homoseksualiteit op de middelbare school, en schrijver Maaike Bergstra heeft er heel bewust ook die zoen ingeschreven. Het idee was ontstaan vanuit de constatering dat in kleinere gemeenschappen, waar we de voorstelling in klaslokalen spelen, de acceptatie van homoseksualiteit nog veel minder wijdverbreid is dan in grote steden.” Goudmijn: „Voor mij voelt het als een persoonlijk project omdat ik zelf op mannen val. Die zoen moest daarom betekenisvol zijn, hij speelt zich af in de fantasie van mijn personage en is daarom geïdealiseerd vormgegeven.”

Je ziet ook vaak dat vooral jongens wegkijken of hun tas voor hun hoofd houden als het gebeurt

Denzel Goudmijn acteur

Dat roept soms heftige reacties op. Goudmijn: „Je voelt in de voorstelling dat er iets gaat gebeuren, de spanning bouwt op en die kus is daarvan het hoogtepunt. Bij een van de eerste voorstellingen sprong er een jongen scheldend op, gooide met zijn tas en liep het klaslokaal uit. En je ziet ook vaak dat vooral jongens wegkijken of hun tas voor hun hoofd houden als het gebeurt.”

Van den Akker: „We spelen de voorstelling in verschillende samenstellingen, maar voor alle acteurs waren die afwijzende reacties soms wel echt zwaar, we moesten er af en toe wel van bijkomen.” Goudmijn: „Het heeft dus veel nazorg nodig, we doen ook altijd een nagesprek met het publiek, en we stellen de eis dat er een klassenmentor bij de voorstelling aanwezig is die het gesprek met de klas voort kan zetten als wij weer zijn vertrokken. Als je dat niet doet kan de afwijzende reactie van hun klasgenoten LHQBTI+-scholieren nog verder in de verdrukking brengen, en dat is wel het laatste wat we willen bereiken met de voorstelling.”

De spelers hadden van tevoren geen uitgebreide gesprekken over hoe ze de kus gingen aanpakken. Van den Akker: „We zeiden op een gegeven moment letterlijk: oké zullen we het gewoon doen?” Goudmijn: „Ik heb er tot de afgelopen tijd nooit bij stilgestaan dat dat iets is wat je samen van tevoren goed moet bespreken. Ook niet op de acteursopleiding: ik heb die als een hele veilige omgeving ervaren, maar er heerste wel een sfeer van dat je als acteur niet te preuts moet zijn. Daar ben ik de laatste tijd vraagtekens bij gaan zetten. Op een gegeven moment heb je zo’n band opgebouwd met je medespelers, zeker op de opleiding, dat je wel denkt te weten wat de grenzen zijn, maar eigenlijk is het belangrijk dat je als acteur altijd die vraag krijgt.”

Een kus klinkt misschien onschuldig, maar kan voor een acteur toch heel kwetsbaar zijn

Hanneke Braam regisseur

Precair

De cultuursector is zich in toenemende mate bewust van de precaire positie van acteurs en actrices als het gaat om intieme scènes. In de film- en televisiewereld wordt steeds vaker gewerkt met een intimiteitscoördinator, die de veiligheid van acteurs probeert te waarborgen. Acteurs Van den Akker en Goudmijn, beiden zowel actief in het theater als voor film en televisie, hebben dat zelf nog niet meegemaakt. Van den Akker: „Ik denk dat zo’n intimiteitscoach wel goed is, omdat die door de aanwezigheid alleen al je het vertrouwen kan geven dat je ook ‘nee’ mag zeggen tegen een bepaalde handeling. Ik ben wel eens betrokken geweest bij een auditieproces waarbij alle vrouwelijke auditanten van de regisseur een zoenscène met mij moesten spelen. Dat voelde achteraf toch wel raar: die spelers willen natuurlijk graag de rol dus zullen niet snel nee zeggen, zo’n selectieproces is per definitie geen veilige ruimte.”

Regisseur Hanneke Braam zegt tijdens repetities nooit heel bewust af te koersen op een kus. „De aanloop naar die kus is vaak heel spannend, wat er ná een kus gebeurt is ook interessant, maar tijdens de kus zelf is er voor de toeschouwer meestal maar weinig te beleven.” Ook in theatraal opzicht is een kus eigenlijk heel oninteressant, stelt ze. Als je toneel voor de grote zaal maakt, moet je het hebben van grote gebaren die krachtig genoeg zijn om de achterste rijen te bereiken. „Als twee mensen dicht op elkaar staan te prutsen, voel je je als publiek veel minder betrokken dan wanneer twee personages ver uit elkaar staan, gek worden van verlangen naar elkaar en dat groot kunnen uitspelen.”

Tijdens de kus is er voor de toeschouwer meestal maar weinig te beleven

Hanneke Braam regisseur

Niettemin regisseerde Braam in 2019 de theaterbewerking van Jan Wolkers’ Turks fruit – een voorstelling zónder naakt („dat gedoe met aan- en uitkleden”) maar waar wel volop in werd gezoend door acteurs Chris Peters en Ali Zijlstra. „Dat zoenen is niet iets wat ik vooraf aan de keukentafel bedenk. Dat ontstond tussen de acteurs tijdens de repetities.”

Als ze de voorstelling nu had geregisseerd, zou ze nog bewuster met haar acteurs in gesprek zijn gegaan over of er wel of niet gekust wordt. „Toen spraken de acteurs onderling dingen af, ook bijvoorbeeld of er wel of niet met tong werd gezoend. Ik zou me daar nu veel meer mee bemoeien, checken of dat goed is afgesproken en of iedereen er oké mee is. Eerder voer ik veel meer op mijn eigen intuïtie: is de sfeer ontspannen, zie ik nergens ongemak? Ik heb het idee dat mijn repetitieprocessen heel gelijkwaardig en veilig zijn, maar door alles wat er de laatste jaren boven water is gekomen, realiseer ik me nu nog meer dan tijdens het maken van Turks fruit, dat ík niet diegene ben die dat kan zeggen. Ik kan niet bepalen of een ander zich veilig voelt. Een kus klinkt misschien heel onschuldig, maar kan voor een acteur toch heel kwetsbaar zijn.” Als er bijvoorbeeld in het script de regieaanwijzing staat dat er gekust wordt, zou ze daar nu meteen met de cast over beginnen. „Ik zou meteen de spanning eraf halen: het feit dat het in het script staat, betekent helemaal niet dat we dat ook gaan doen.”

Afstandelijk

Het Nederlands theater heeft de reputatie om vooral onsentimenteel en afstandelijk te zijn. Misschien dat er daarom ook relatief weinig wordt gekust op de planken: veel Nederlandse regisseurs hebben de neiging om emoties af te vlakken of er tegenin te kleuren. Waar de dialoog toenadering voorschrijft, wordt vaak afstand geënsceneerd. Melodrama lijkt al snel te worden gezien als soapy: makkelijk scoren dus en weinig artistiek. Braam: „Ik hou wel van grote emoties op toneel, daar wil ik niet voorzichtig in zijn. Maar ik probeer wel altijd een beetje los te komen van het realisme, zodat je de fantasie van je publiek prikkelt. Als de personages een kamer binnenkomen laat ik ze ook niet zo snel handen schudden of drie zoenen op de wang geven: we zijn tonéél aan het spelen, er moet iets te raden zijn aan wat je ziet.”

Ik denk dat zo’n intimiteitscoach wel goed is, omdat die door de aanwezigheid alleen al je het vertrouwen kan geven dat je ook ‘nee’ mag zeggen

Lourens van den Akker acteur

Dat de kus tussen twee mannen in Edward II – The Gay King zo’n impact had, is omdat het óók een politieke connotatie heeft: zoenen gaat op dat moment ook over de bevrijding van onderdrukking, het verwerven van autonomie. De toneelkus wordt dus pas echt interessant als het voor méér staat dan een uiting van liefde. De vele venijnige bijtkussen in de voorstelling OustFaust, die 5 maart in première ging bij Het Nationale Theater, zijn daar ook een goed voorbeeld van. Dokter Faust en de duivel bezegelen hun onderlinge pact met een weldadige (en tamelijk agressieve) kus, waarbij Faust de duivel uiteindelijk tot bloedens toe door zijn lip bijt. Later is er nog tweemaal zo’n bloederige kus. De zoen beklijft in deze voorstelling met name vanwege de uitdrukkelijke subtekst en symboliek: het is tegelijkertijd toenadering en een onderlinge krachtmeting, en met zijn bloederige nasmaak bovendien vooral ook een ultieme onheilswaarschuwing.

Ook in Turks fruit waren volgens Braam de momenten waarop het zoenen het beste werkte, vooral wanneer er ook iets anders mee werd bedoeld. Bijvoorbeeld in een scène waarin Olga’s ouders op bezoek zijn, en zij en Erik elkaar beginnen te zoenen. „Dan wordt het interessant: een zoen is dan niet alleen een daad van affectie, maar een regelrechte provocatie.”