Opinie

Het beeld van concurrerende bestuurslagen is funest

Verkiezingen Kiezers zien de samenhang in het staatsbestel niet meer. Bereid hen daarom anders voor op de stembusgang, schrijft .
Minister Rob Jetten (Klimaat en Energie, D66) bij het NOS tv-debat ‘Nederland kiest’ op 15 maart.
Minister Rob Jetten (Klimaat en Energie, D66) bij het NOS tv-debat ‘Nederland kiest’ op 15 maart. Foto Bart Maat / ANP

De aanpak van het NOS-programma ‘Nederland kiest’ (15 maart) was veelzeggend. In het gemeentehuis van Nieuwegein werden eerst twaalf lokale politici uit alle hoeken van het land eerbiedig ondervraagd. Daarna mochten op dezelfde plek landelijke partijkopstukken de gemeenteraadsverkiezingen (of de kijkcijfers?) kracht bij zetten, volgens de uitgekauwde formule van korte thematische duels.

Niemand was op het idee gekomen om – nota bene in een tijd waarin de relatie tussen de landelijke en de lokale overheid gespannen is – de beide kampen juist met elkáár in gesprek te laten gaan. En niemand had bedacht om ook vertegenwoordigers van de provincies uit te nodigen, om te vertellen hoe zij met de gemeenten samenwerken – of niet meer.

Zo gaat het bij álle verkiezingen in dit land: rijksoverheid, media en de betreffende bestuurslaag maken kiezers niet of nauwelijks duidelijk dat zij bij een politieke gemeenschap horen, die bijeen wordt gehouden door een constitutioneel bestuurlijk stelsel dat op het dienen van publieke belangen is gericht. En dat het uitbrengen van een stem voor een bepaald bestuurlijk niveau dus ook altijd een stem is voor het grotere geheel van de democratische rechtsstaat.

Kwaaie pier

In plaats daarvan worden bestuurslagen dikwijls als elkaars concurrenten neergezet. Bij lokale verkiezingen figureert ‘Den Haag’ vaak als kwaaie pier die te veel in de vrijheid van gemeenten treedt en de campagnes van al die dappere, plaatselijk actieve partijen in de wielen rijdt – een eenzijdige voorstelling van zaken waarvan puur lokaal georiënteerde partijen, al dan niet met protestkarakter, helaas sterk profiteren.

De ‘Den Haag bemoei je er niet mee’-benadering van het binnenlands bestuur is kortom toe aan iets intelligenters, namelijk het serieuzer nemen van ons politieke systeem. Want precies het gebrek aan goed georganiseerd en democratisch-rechtsstatelijk handelend openbaar bestuur heeft tot ernstige problemen geleid, waaronder een te trage energietransitie, woningnood, het Toeslagenschandaal, de stikstofcrisis, meer zware criminaliteit, jeugdzorgchaos, regionale ongelijkheid en allerhande digitale ellende. Onder andere ook de Raad van State hekelde vorig jaar (en niet voor het eerst) de moeizame interbestuurlijke verhoudingen in ons land en de negatieve gevolgen daarvan voor de kwaliteit van beleid.

Lees ook: Een historisch lage opkomst: wat betekent dat?

Minister Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken, CDA) liet vorige week weten een onderzoek in te stellen naar de ‘historisch’ lage opkomst bij de jongste verkiezingen (bijna de helft van de kiezers bleef thuis). In de media kwam al een reeks kandidaat-oorzaken voorbij, waaronder geen keuze kunnen maken door het grote aanbod van partijen, te druk of te veel zorgen aan het hoofd, het Nederlands niet machtig, geen interesse in (lokale) politiek, ‘de politiek’ die faalt en niet luistert, en een ingehouden campagne vanwege de oorlog in Oekraïne.

Ik denk dat mensen vaker en doordachter gaan stemmen én dat we uiteindelijk betere bestuurders en wetten krijgen, als de electorale voorlichting heel anders wordt ingekleed.

Om te beginnen is het nodig om alle volwassen burgers, inclusief politici, bestuurders en ambtenaren, op gezette tijden aan de voornaamste ideële en organisatorische beginselen van ons staatsbestel te herinneren. Dit baseer ik ook op uitspraken van minister van Staat Herman Tjeenk Willink, volgens wie velen in ons land „de taal van democratie en recht” niet meer spreken en verstaan.

Ik denk dat mensen vaker en doordachter gaan stemmen als de electorale voorlichting anders wordt ingekleed

Neem de beperkte mogelijkheden van gemeenten om eigen beleid te maken: daar zijn goede redenen voor. Zoals emeritus hoogleraar bestuurskunde Wim Derksen onlangs in zijn blog uiteenzette, is er in de negentiende eeuw bewust voor gekozen om de uitvoering van nationaal beleid deels via lokale democratische organen te laten verlopen. En welbeschouwd maakt dit gemeenten eerder belangrijk dan onbeduidend: net als de provincies helpen zij de staat als geheel om algemene belangen te behartigen. Dat gemeenten daarbij de laatste jaren door allerlei extra taken in de problemen zijn gekomen, hebben ze mede aan zichzelf te danken maar dat is een andere discussie.

Mentale bindingen

Verder moet bij lokale verkiezingen worden bedacht dat de fysieke en mentale bindingen van veruit de meeste mensen anno 2022 de gemeentegrenzen overstijgen. Dus hoe beter inwoners begrijpen dat gemeenten onlosmakelijk zijn verbonden met de nationale, in de Europese Unie ingebedde politieke gemeenschap, hoe meer zij ook deze bestuurslaag zullen waarderen.

Uiteraard horen kiezers ook te weten welke zaken wél lokaal beïnvloedbaar zijn. En ook dat vergt een veel serieuzere informatievoorziening.

Verspreid daarom als rijksoverheid ruim voor elk type verkiezingen huis-aan-huis een goede brochure over de geschiedenis en werking van ons parlementaire stelsel, en over staatsrechtelijke en actuele bijzonderheden over de bestuurslaag waarvoor verkiezingen op handen zijn. Laat die bestuurslaag zelf burgers aanvullend informeren over wat er in de voorbije vier jaar bereikt is, ook over problemen, projecten en plannen die er op dat moment aan de orde zijn. In dezelfde uitgave kunnen alle reeds vertegenwoordigde partijen bondig melden wat in hun ogen de belangrijkste winst- en verliespunten van de afgelopen bestuursperiode waren.

Organiseer verder als gemeente of provincie rondom de publicatie van deze verkiezingsinformatie een levendige ‘week van de politiek’ met onderwijsactiviteiten, exposities, excursies, een op het stadhuis of provinciehuis geprojecteerde compilatie van discussies en workshops over bestuurlijk actief worden. Ook wie niet regelmatig lokaal of regionaal nieuws volgt kan zo in korte tijd meer betrokken raken bij de eigen gemeente. Bovendien ontstaat er op deze manier een gedeelde kennisbasis op grond waarvan kiezers met elkaar én met flyerende politici in gesprek kunnen en een weloverwogen keuze kunnen maken.

Als media in campagnetijd eveneens zouden proberen om verkiezingen zowel diepgaander als breder te benaderen, dan zouden voortaan vermoedelijk meer mensen gemotiveerd zijn om te gaan stemmen.