Analyse

Een historisch lage opkomst: wat betekent dat?

Verkiezingsuitslag Lokale partijen winnen en de landelijke partijen verliezen. De opkomst is historisch laag. Hoe verhouden de grote trends in de verkiezingsuitslagen zich tot plaatselijke resultaten?

Het kleinste stembureau van Nederland in het Overijsselse Marle.
Het kleinste stembureau van Nederland in het Overijsselse Marle. Foto Dirk Hol/ANP

Nergens wonnen de lokale partijen zo veel als in de gemeente Tubbergen in Overijssel: daar leverde het CDA de helft van de zetels in en kregen de twee lokale partijen gezamenlijk zeven zetels erbij. Het aandeel lokale stemmen steeg met 41,1 procentpunt naar 64,5 procent. Het CDA lijkt wel de grootste partij te blijven.

De winst is niet overal zo groot als in Tubbergen, maar de lokale partijen zijn wel de grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen. 36,4 procent van alle stemmen ging naar een lokale partij – dat was in 2018 nog 28,6 procent.

Landelijke partijen verloren – de PvdA en enkele partijen die voor het eerst meededen zoals Volt en JA21 daargelaten. Het CDA, gevolgd door de VVD, verloor de meeste stemmen en de meeste zetels. Trok het CDA in 2018 13,4 procent van de stemmen, dit jaar stemde 11,2 procent op de christen-democraten. De VVD daalde van 13,1 procent naar 11,5 procent. Ook de SP verloor en werd in de gemeenteraad van bakermat Oss door een lokale partij verstoten als grootste partij.

„Voor landelijke partijen zijn er eigenlijk geen grote verschuivingen. De stemmen zijn vooral meer naar de lokale partijen gegaan,” zegt onderzoeker Joost Smits van de Politieke Academie, een stichting die politici adviseert over waar hun kiezers wonen. Dat maakt de uitslag lastig te duiden: één politieke signatuur hebben de lokale partijen niet. Ze kunnen links, rechts zijn, progressief óf conservatief.

De PvdA won landelijk gezien lichtjes – in Amsterdam werd de partij de grootste. Het gevolg van „een aansprekende lijsttrekker” die tijdens gemeenteraadsverkiezingen een grote rol speelt in de stemkeuze, aldus Smits. „Je kan wel spreken over een Marjolein Moorman-effect [lijsttrekker en onderwijs-wethouder], wat ze eerder hadden met Lutz Jacobi. Kiezers zijn dan niet zozeer blij met de PvdA, maar te spreken over een aantrekkelijke lijsttrekker, met aantrekkelijke ideeën.”

Lage opkomst

De andere grote trend is de lage opkomst. Met 50,4 procent is die het laagste sinds de opkomstplicht in 1970 afgeschaft werd. In 2018 lag de opkomst nog op ruim 55 procent. In 290 gemeenten daalde het aantal kiezers dat kwam stemmen: het hardst in Lelystad (-10,4 procentpunt). In Rotterdam was de opkomst het laagste van het land: 38,9 procent bracht een stem uit. Een teleurstellend resultaat, stelde burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA). Schiermonnikoog tekende, zoals vaker, voor de hoogste opkomst: 80,2 procent.

De lagere opkomst werkt door in de verkiezingsuitslag, zegt Smits. Partijen met een traditioneel trouwere achterban, zoals de PvdA, CDA en GroenLinks, profiteren daarvan. Hun stemmers komen wél, terwijl anderen thuisblijven. „Zo worden verliezen gemaskeerd: je hebt een kleinere taart te verdelen en partijen met een trouwere achterban krijgen dan een groter deel.”

In de gemeente Edam-Volendam steeg het aantal mensen dat hun stem uitbracht juist: daar kwam 64,2 procent de kiesgerechtigden een stem uitbrengen, een stijging van 11,9 procentpunt vergeleken met de vorige gemeenteraadsverkiezingen.

Ook in veel gemeenten in het uiterste noorden van Nederland, in de kop van Groningen en Friesland, steeg de opkomst. Bij de vorige verkiezingen kwamen in veel van die gemeenten vaak minder mensen stemmen dan gemiddeld. In Leeuwarden stemde in 2018 bijvoorbeeld 40,6 procent, ditmaal bracht 51 procent van de kiesgerechtigden een stem uit.

Gemeenten moeten zich die lage opkomst aantrekken, vindt Smits, hoewel hij waarschuwt dat het wegblijven van de kiezer niet direct voor een dalend vertrouwen in de politiek hoeft te staan. „In Rotterdam kan op basis van de lage opkomst die conclusie wellicht sneller getrokken worden, maar het speelt ook mee dat de verkiezingen door de oorlog in Oekraïne totaal niet hebben geleefd. Mensen kunnen ook niet gaan stemmen omdat het ze niet boeit of ze het te druk hebben. Is er dan een gebrek aan vertrouwen?”

Minister Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken, CDA) zei onderzoek te gaan doen naar de lage opkomst, maar ook gemeenten moeten zich dat aantrekken, zegt Smits. „Als oppositie en coalitie samen minder dan de helft van de kiezers vertegenwoordigen kan een gemeente niet ijzerenheinig doorgaan.”

Lees ook: Bekijk hier de verkiezingsuitslag in jouw gemeente

Versplintering

Hoewel het beeld nog niet eenduidig is – de zetelverdeling moet nog formeel worden vastgesteld – kan de groei van de lokale partijen en de introductie van nieuwe landelijke partijen van Forum voor Democratie en BVNL (de partij van Wybren van Haga) ook leiden tot verdere versplintering van de gemeentelijke politiek. Vooral de landelijke partijen zijn daar debet aan, zegt Smits. „De een- en tweepitters in de gemeenteraden zijn vaker landelijke partijen. Lokale partijen houden het na dat soort uitslagen vaker voor gezien.”