Opinie

Herstructureer de Rotterdamse haven fundamenteel en herstel de Nieuwe Waterweg!

Kunstmatige verdieping van Nieuwe Waterweg moet teruggedraaid en het havengebied moet vergroenen, stelt emeritus hoogleraar Stedenbouwkunde .

Illustratie Stella Smienk

Waarom zo negatief over de Rotterdamse haven, vraagt haveneconoom Bart Kuipers zich af in NRC (Haven vergane glorie? Wees trots!, 19/2), na artikelen over de zware uitstoot van CO2 en andere verderfelijke stoffen. Kuipers stelt dat de haven grote vooruitgang maakt om die uitstoot sterk te verminderen. De haven zou volgens hem een sleutelrol spelen in de energievoorziening van de toekomst. Dat klinkt bewonderenswaardig, maar de vraag is of die uitstootvermindering snel genoeg gaat. Kuipers verwijst naar het hoofdredactioneel commentaar van NRC, waarin gepleit wordt voor ‘natuurinclusieve infrastructuur’: bouwprojecten die met de natuur meewerken, infrastructuur die economisch én ecologisch nut heeft. Maar in zijn betoog komt dat niet meer aan de orde. Terwijl dat bij de haven een centrale rol zou moeten spelen. De havenontwikkeling heeft enorme invloed gehad op bodem en landschap van de riviermonding, wat ten koste is gegaan van biodiversiteit, veiligheid tegen overstroming en zoetwatervoorziening.

Tot 150 jaar geleden vormden de Nieuwe Maas en het Scheur een estuarium: een relatief ondiepe en zich verbredende riviermonding, waar zoet water van de rivier en het zoute zeewater zich vermengden en een rijke biotoop vormden, die van grote waarde was voor talrijke plant- en diersoorten. Estuaria zijn van groot belang als foerageer- en broedgebieden van talrijke trekvogels en trekvissen. Het zijn belangrijke kruispunten in het wereldwijde ecosysteem. De Nieuwe Maas en Scheur konden langzamerhand opslibben, omdat de hoofdafvoer van de Rijn en Maas zich al enige eeuwen aan het verplaatsen was naar het Hollands Diep en Haringvliet. Voor de natuurontwikkeling van Rotterdam was dit gunstig, onder meer de florerende zalmvisserij profiteerde hier van. Door haar ligging aan een relatief ondiepe riviermonding had Rotterdam ook weinig last van stormvloeden op zee. Estuaria staan erom bekend dat de ondiepe riviermondig een dempend effect heeft op de invloed van hoogwater op zee op het achterland. Ook heeft een estuarium een dempend effect op de zoutwaterindringing vanaf zee in de rivier. Daardoor was het in 1874 nog mogelijk een drinkwaterbedrijf te vestigen in Rotterdam, dat het drinkwater direct uit de Maas betrok.

Die ondiepe riviermonding van Nieuwe Maas en Scheur leverde echter ook een probleem op: de verslechterende bereikbaarheid van de Rotterdamse haven voor de zeescheepvaart. Met het graven van de Nieuwe Waterweg werd dit probleem verholpen. Maar met het regelmatig steeds verder uitdiepen van deze vaarweg en het bezetten van de oever door havenbedrijvigheid zijn ook die andere kenmerken van het estuarium verdwenen. Van het ecosysteem van het estuarium is vrijwel niets meer over. De kwetsbaarheid van het stedelijk gebied voor hoogwater op zee is toegenomen, evenals de zoutindringing. De problemen met hoogwater en zoutindringing zullen in de komende decennia nog groter worden als gevolg van de zeespiegelstijging. Om de haven te kunnen maken tot wat hij nu is, heeft dus een gigantische transformatie van het grondgebied plaatsgevonden. Die heeft enerzijds geleid tot sterke economische groei, maar anderzijds tot problemen, die aangepakt zijn door dijken te verhogen en het hele riviersysteem aan te passen. De vraag is of de stijgende kosten nog gerechtvaardigd worden door de baten van de haven.

Het is hét moment voor een fundamentele herstructurering van het hele havengebied

In het nationaal Deltaprogramma wordt nu gepuzzeld hoe voorkomen kan worden dat deze problemen onbeheersbaar worden in de toekomst. Met ons team [zie onderschrift] hebben wij aan het Deltaprogramma voorgesteld de riviermonding als estuarium te herstellen. Dit betekent met name dat de steeds verdere verdieping van de Nieuwe Waterweg (nu 16,5 meter diep) gestopt moet worden en zelfs teruggedraaid. Nu wordt de Nieuwe Waterweg nog kunstmatig op diepte gehouden: jaarlijks wordt er door de vloedstromen vanuit zee miljoenen kubieke meters zand en slib in de Nieuwe Waterweg achtergelaten. Al dat zand en slib wordt vervolgens door baggerschepen terug in zee gedumpt. Die baggeractiviteiten kunnen sterk gereduceerd ingezet worden. Het door zee aangevoerde zand en slib kan bijvoorbeeld op een slimme wijze herverdeeld worden over de rivierbodem en langs de oevers.

Het belang van het herstel van het estuariumkarakter van de riviermonding wordt steeds breder onderkend. Zoals in het programma ‘De rivier als getijdenpark’. In het kader van dat programma worden verschillende ‘getijdenparken’ langs de rivier aangelegd. Het Havenbedrijf Rotterdam is een van de dragers van dit programma. Maar het moet veel radicaler: niet alleen een paar plekken, het estuariumkarakter van de hele riviermonding moet worden hersteld, inclusief het rivierbed zelf, van Brienenoordbrug tot Hoek van Holland.

Op het eerste gezicht lijkt dat vloeken in de kerk van de grootste haven van Europa. Maar de haven ziet zich tevens voor het vraagstuk van energietransitie gesteld. Al die duizenden hectaren met raffinaderijen en opslagtanks voor olie en gas moeten een andere bestemming krijgen. Het is hét moment een fundamentele herstructurering van het hele havengebied te beginnen, die tevens leidt tot een afscheid van de Nieuwe Waterweg als enkel een scheepvaartkanaal en meer aandacht schenkt aan herstel en versterking van natuurlijke systemen. Het is ook voor de haven van belang dat de riviermonding natuurvriendelijker én veiliger wordt.

De riviermonding als estuarium levert voor de ontwikkeling van de stad mogelijkheden en kansen: rivieroevers met een uitbundige vegetatie en een geleidelijke overgang van land naar water, die onder invloed van getijden steeds verandert. Het heringerichte Eiland van Brienenoord is een mooie eerste stap in die richting.

Decennia was de Rotterdamse haven een hoofdrolspeler in een op fossiele energiebronnen draaiende economie; nu is er een kans een haven te worden die niet alleen schoon is maar ook ‘groen’. Op zo’n haven kunnen we écht trots zijn.

Han Meyer, emeritus hoogleraar Stedenbouwkunde TU Delft, is mede-indiener van het voorstel ‘De Rijnmonding als estuarium’, in samenwerking met ARK Natuurontwikkeling, Wereld Natuur Fonds en H+N+S Landschapsarchitecten