„Totaal overprikkeld” na een dag op kantoor

Japke-d. denkt mee

Thuiswerkers die sinds twee jaar voor het eerst weer naar kantoor gaan zijn vaak doodmoe, hoorde Na zo’n dag heb ik „zin om de komende 48 uur gewikkeld in een donzen deken in een donkere kamer te liggen.”
Illustratie Tomas Schats

Laatst ging ik voor het eerst in twee jaar weer eens naar kantoor en was ik daarna doodmoe. Alsof er een bus over me heen gereden was.

En dat terwijl ik alleen maar wat gesprekjes had gevoerd met collega’s, een ommetje had gemaakt met een vriendin en in een ramvol eetcafé had gegeten. Gewoon, zoals ik vroeger twee, drie, vier keer per week deed. En nu was ik na één keer al doodop? Wat was er gebeurd?

Toen ik er op Twitter naar zocht en vroeg, bleken meer thuiswerkers dit te herkennen na de eerste dagen weer naar kantoor. „Alsof ik knock-out ben geslagen”, schreef er één. „Nu zin om de komende 48 uur gewikkeld in een donzen deken in een donkere kamer te liggen”, een tweede. „Totaal overprikkeld en in paniek” een derde. Hoe kan dit? Hoe deden we dit vroeger dan? Ik weet het niet zeker, maar ik denk zo:

1. Vóór corona waren we aanpakkers, logistieke professionals, supermensen

We trotseerden regen en wind. Gingen tanken, plakten onze band, stonden op als de wekker ging (!), fietsten, laptop mee, sjouwden met beamers, legden polders droog, bouwden bruggen, schoten afspraken in, zetten rapporten in de grondverf, verse maaltijden in de vriezer, brood smeren, oppas regelen, met de VOC naar de Oost – even met je hoofd tegen een muurtje beuken en weer door.

Nu, na twee jaar met een dekentje op de bank, zijn we als topsporters die maanden in het gips hebben gezeten: het geringste zuchtje wind blaast ons omver – we zijn watjes geworden. Gaat even duren voor we weer terug zijn op het oude niveau.

2. Vroeger gelóófden we in kantoor

Dat euforische gevoel van productiviteit na een paar bila’s, mietings, deep dives, een lunch, even kletsen, koffie en die achterlijke reistijd heen en terug – we leken wel gek, maar we dáchten dat we hartstikke goed bezig waren.

Tijdens de coronacrisis kwamen we erachter dat we thuis in een ochtend konden doen waar we op kantoor drie dagen over deden – met tijd over en vaak nog beter ook. Daarom zijn we moe van een dag kantoor. Omdat we het nu weten: we hebben geen reet gedaan.

3. Vroeger konden we het: met een vriendelijk gezicht al die mensen te woord staan

De hele dag door. De portiersloge („ik heb m’n kniebanden gescheurd bij het voetballen”), de mensen van de ict („nee wij hebben nooit thuisgewerkt, haha.”), de mensen van de catering („de gevulde koeken zijn in de aanbieding”), het secretariaat („er zit een fout in je loonstrook”): mensen die je twee jaar niet zag, sprak of nodig had.

Ons brein is al die stemmen, geuren, prikkels en geluiden niet meer gewend. We kunnen ze niet meer muten, wegdrukken, ophangen of tegen ze zeggen „ik rij een tunnel in”.

Een aardige collega zei afgelopen week: „Ik denk de hele dag: ‘hou toch je fakkin kutbek’. Dat had ik vroeger nooit.” Een lezer schreef dat het geluid van mensen die een appel eten haar al door merg en been gaat. Een ander: „Nu weet je ook eens wat autisten de hele dag voelen.” We zijn de onzin verleerd, hebben kortere lontjes gekregen. En mensen met korte lontjes zijn sneller moe.

4. Vroeger dachten we dat we onmisbaar waren!

Dat als we niet naar kantoor kwamen, de hele wereld in zou storten – dat gaf ons energie. Nu weten we dat niemand ons mist als we thuis blijven. Sterker nog: dat het vaak een stuk beter gaat zonder ons. Dat we net zo goed in onze pyjama thuis kunnen blijven.

We vragen ons af: zitten we hier nog wel goed? Wat is mijn baan waard als hij gestript is van alle franje? We zijn tobbers geworden. Een collega zei laatst: „Ik ben tijdens de coronacrisis niet twee, maar tien jaar ouder geworden.”

5. Net als onze pubers zeggen ‘waarom zou ik het boek lezen als ik ook de samenvatting kan downloaden?’

Zijn ook wíj ons gaan afvragen waarom we helemaal naar Oldenzaal zouden rijden voor een congres (uitstoot!, files! reistijd!) of überhaupt de snelweg op zouden gaan of de trein in om naar kantoor te gaan. We zijn kritisch geworden. Zeurpieten. En zeurpieten zijn sneller moe.

6. We zijn het vergeten, maar we waren vroeger ook al moe hè, van kantoor.

Toen sliepen we ook in de trein, met opgedroogd kwijl in je mondhoek wakker worden en dan duizelig de fietsenkelder in. Toen bezweken we ook op de vrijmibo. Toen zaten we ook al af en toe op het randje.

Rest de vraag: hoe dán? Hoe gáán we dit ooit weer doen? Kantoor, ons sociale leven, leven überhaupt. Gaan we nu dood? Nee joh. Doe niet zo dramatisch. Gewoon weer even de tandjes op elkaar.

Dus consequent elke week twee keer een vrijmibo (ook een op maandag), en dan flink aangeschoten naar huis. Permanent, waar je ook heen gaat en ook in het weekend, je vouwfiets meenemen, je laptop, toegangspas en een overheadprojector, zodat je er weer aan went.

Bewust tien vergaderingen op één dag plannen. Jezelf weer leren om af te stompen. En dan daarna gewoon weer ouderwets vijf dagen per week naar kantoor.

Maak je geen zorgen. Alle vertrouwen.

Dit gaat helemaal goed komen.

Dit waren de Parels deze week op Twitter:

https://twitter.com/EllendeBruin/status/1499288215596982275

Lees ook: Hoe zorg je ervoor dat je niet voortdurend aan de oorlog denkt?