Reportage

‘Eén cliënt had zes mobiele abonnementen’, weet de trajectbegeleider

Armoedebeleid Schulden kunnen overal vandaan komen. Begeleiders als Nelly de Jong in Rotterdam kijken daarom óók naar iemands omstandigheden.

Bij de Kredietbank Rotterdam, waar inwoners van de stad hulp kunnen krijgen voor bij financiële problemen.
Bij de Kredietbank Rotterdam, waar inwoners van de stad hulp kunnen krijgen voor bij financiële problemen. Foto David Rozing

Alles moest Mariska meebrengen. Rekeningen, afschriften, dwangbevelen, enveloppen (geopend of ongeopend), afbetalingscontracten en lijstjes met eventuele abonnementen. Vanaf het jaar dat ze 18 werd, het moment dat ze schulden ging maken. Ze is nu 31.

Trajectbegeleider Nelly de Jong, kort blond haar, is kordaat én heeft geduld. Die combinatie gaf Mariska vertrouwen. En dat is nu precies de bedoeling van de gemeente Rotterdam, die sinds enkele jaren een „stress-sensitief” armoedebeleid voert. Dat betekent vooral dat een schuldregeling of schuldsanering minder belangrijk is dan aandacht voor de schuldenaar en de omstandigheden.

De trajectbegeleider brengt samen met de cliënt de schulden in kaart – vaak nogal een opgave, zegt De Jong, omdat mensen meestal pas na járen aankloppen voor schuldhulp. Als het gaat om een grote schuld, kan ze de klant aanmelden bij de Kredietbank Rotterdam. Zij regelen schikkingen en afbetalingen met schuldeisers. Daarnaast – „en dat is belangrijk”, zegt Nelly de Jong – „kijken wij naar eventuele ándere problemen, als huisvesting, opleiding, psychische problemen.”


Onoverzichtelijke schuldenberg

Mariska, fijn gezicht, donkere krullen, vindt het prettig dat ze alleen met Nelly te maken heeft, zegt ze. Nelly kent haar en haar verhaal. Én ze oordeelt niet. Voor het eerst heeft ze het gevoel dat ze die enorme, onoverzichtelijke schuldenberg die haar verlamde, zou kunnen aanpakken. Omdat ze niet trots is op haar schulden, wil ze niet met haar achternaam in NRC staan.

De stress-sensitieve aanpak werkt: in 2021 startten 5.206 Rotterdammers en de uitval was met een kleine 30 procent een stuk minder dan de 70 procent van 2015.

Voor De Jong was Mariska met haar 20.000 tot 25.000 euro schuld – ze hebben nog geen volledig overzicht – geen bijzonder geval. Ze ziet het vaker: kinderen die 18 jaar worden, een zorgverzekering moeten nemen, schoolgeld moeten betalen én ook de nieuwste mobiele telefoon en modieuze kleding willen. „Ze hebben niet geleerd om te budgetteren.” Mariska: „En ik had geen achterdeurtje.” Ze bedoelt: geen rijke ouders die wat bijpassen in geval van nood. Oneerlijk? Mariska haalt haar schouders op: „Je hebt sierpaarden en je hebt werkpaarden. Zo is het leven.”

Nelly de Jong heeft tal van voorbeelden: een telefoon kopen mét abonnement. En dan na een tijdje een nieuwe telefoon, mét abonnement. „Dat het oude abonnement nog twee jaar doorloopt, realiseren ze zich niet. Eén cliënt had zes abonnementen.”

Overigens geraken niet alleen jongeren in de schulden, zegt Nelly. Haar jongste cliënt is 18 jaar, de oudste is 72. En alles daartussen komt voor.

Schulden kunnen allerlei oorzaken hebben. Ze vreest dat vooral gezinnen die tot nu toe nét konden rondkomen door de stijgende energieprijzen en inflatie het zwaar zullen krijgen.

Doorverkopen

De schulden van Mariska begonnen klein. Ze werkte bij de McDonald’s, later bij Kruidvat, dus ze had een eigen telefoon, kleding van de H&M, sigaretten én de zorgverzekering moeten kunnen betalen, zegt ze. Ze kreeg een vriend met een uitkering en een huurhuis, trok bij hem in, en betaalde vervolgens het meeste. Toen zijn uitkering werd stopgezet, betaalde ze alles. Dat lukt niet en de ene schuld loste ze af door elders schuld te maken. „We leefden op macaroni met kaas en van die goedkope saté”, zegt ze. „Je leert wel goedkope maaltijden te bereiden.”

Op haar 22ste werd het allemaal te veel en raakten ze het huis kwijt. Haar vriend meldde zich bij het Leger des Heils, Mariska stond op de stoep bij haar moeder. Mariska: „In die tijd wilde ik wat aan mijn schulden doen.” Dat lukte toen niet.

Ze leerde de vader van haar zoontje, nu zeven, kennen. De relatie liep goed, maar de schulden werden niet opgelost. Het probleem is, zegt Nelly de Jong, „dat schulden steeds hoger worden, ook al maak je niet méér schulden”. Dat komt doordat schuldeisers de schulden doorverkopen aan een derde partij, die het risico doorberekent aan de klant, de schuldenaar. En omdat ze deurwaarders inschakelen, en die kosten óók verhalen op de schuldenaar. Schulden kunnen in een paar jaar twee of drie keer zo hoog worden.

Mariska heeft een uitkering waarop een flink bedrag wordt ingehouden. Ze houdt per maand 147,80 euro over voor eten en kleding. Niet veel, maar ze redt het net door goed op te letten en goedkoop boodschappen te doen. „Dat heb ik wel geleerd.” Inmiddels woont de vader van Mariska’s zoontje elders. Zij woont nog steeds in het huis van haar moeder, maar durft te dromen van een eigen plek. „Als mijn zoon naar de middelbare school gaat wil ik schuldenvrij zijn. Maar misschien lukt me dat ook wel eerder.”