De kunst van Hito Steyerl lijkt ingehaald door de tijd

Wereldkunst #26 Het werk van Hito Steyerl lijkt ingehaald door de tijd. Haar optimistische kunst en koele analyse van macht in een virtuele wereld zijn weggeblazen door de fysieke realiteit van Poetin.

Zaalzicht met ‘SocialSim’ (2020) van Hito Steyerl in Stedelijk Museum, Amsterdam.
Zaalzicht met ‘SocialSim’ (2020) van Hito Steyerl in Stedelijk Museum, Amsterdam. Foto Peter Tijhuis/ Esther Schipper, Berlijn en Andrew Kreps Gallery, New York

Hito Steyerl is een van de meest invloedrijke en gelauwerde kunstenaars ter wereld – en hé, daar staat ze, vlak voor m’n neus, in het gangpad van een bekend Berlijns restaurant. De ravioli al limone e ricotta blijft steken in m’n keel. Ze heeft haar jas nog aan (zo’n beige slaapzak waarin half Berlijn lijkt te lopen) en praat met de ober. Perfect toeval: ik ben net begonnen met het schrijven van dit stuk, naar aanleiding van Steyerls grote tentoonstelling I Will Survive in het Amsterdamse Stedelijk Museum. En precies op datzelfde moment lopen zo’n honderdduizend Duitsers de grote Oekraïne-steundemonstratie, enkele honderden meters verderop. Wij, op weg naar Nederland, voelen ons nét verontschuldigd. Maar Hito Steyerl, het eenvrouwsvlaggenschip van de internationale kritische kunst, groot-analitica van de geopolitiek, kritisch denker over machtsstructuren: moet die niet dáár zijn? Poetin uitdagend, de situatie scherp en snedig analyserend, een sneer gevend naar de westerse macht en het kapitalisme en de onzichtbare krachten die ons leven bepalen, zoals ze altijd doet in haar werk?

Ze is een gids, een Messias, in een nieuwe, ongrijpbare wereld. Een vrouw die je moeilijk niet kunt bewonderen

Haar veelgeprezen boek Art in the Age of Planetary Civil War (2017), dat ik net aan het lezen ben, opent met een verhaal over een groep pro-Russische separatisten in de Russisch-Oekraïense oorlog van 2014. Die breken in de stad Konstantinovka in het museum in, rijden een tank uit de Tweede Wereldoorlog van zijn sokkel en vallen er een checkpoint in Ulyanovka mee aan – met drie dode Oekraïense soldaten tot gevolg. Vervolgens veroveren de Oekraïners de tank terug en rijden hem naar een museum in Kiev. Steyerl schrijft: „Apparently, the way into the museum – or even into history itself – is not a one-way street. Is the museum a garage? An arsenal? Is a monument pedestal a military base?”

Het is Steyerl tot in de perfectie: een tank, beladen met betekenis, die heen en weer wordt geslingerd tussen het echte leven en de kunst, tussen maatschappij en veilige haven, tussen verleden en heden en vooral: tussen inertie en actie. Ook typisch Steyerl: in 2017 je boek openen met een verhaal dat in 2022 bijna angstaanjagend actueel lijkt.

Dat is precies wat Hito Steyerl (München, 1966) zo invloedrijk en bewonderd maakt – niet voor niets werd ze in hetzelfde jaar dat Art in the Age of Planetary Civil War verscheen, door Art-Review uitgeroepen tot ‘machtigste persoon in de kunstwereld’. Steyerl is altijd de juist persoon op de juiste plaats. Alsof ze de tijdgeest aan een touwtje heeft, alsof ze dingen wéét. Steyerl lijkt, beter dan welke kunstenaar dan ook, zicht te hebben op de mechanismes die onze wereld in hun greep hebben, zowel de zichtbare als de onzichtbare, in de machtsstructuren, in de rol van kunst in de maatschappij.

Iemand in wie je kunt geloven. Een vrouw met antwoorden – wat dacht zij van de oorlog in Oekraïne?

Onmachtige profeet

Voordat ik naar Berlijn ging, had ik I Will Survive drie keer bezocht. Dat klinkt uitsloverig, maar na m’n eerste rondgang en wat vingertellen constateerde ik dat je, om alle films en video’s, te bekijken, ruim negen uur nodig zou hebben. Dus ging ik terug, en terug, mede omdat ik Steyerl, naar aanleiding van haar tentoonstelling in het Van Abbemuseum in 2014 in een recensie had uitgemaakt voor „onmachtige profeet” – vond ik dat nog? Strekking van het stuk: goeie kunstenaar, maar haar engagement blijft wel erg beperkt (en gratuit) binnen de muren van de kunstwereld. Zelden zoveel boze reacties gehad. Het was verleidelijk die toe te schrijven aan alle brave kunstzeloten die het niet leuk vonden dat ik hun ‘heilige Hito’ bekritiseerde.

De expositie Hito Steyerl. I Will Survive was eerder te zien in Düsseldorf. Lees hier de recensie

Maar vermoedelijk lag het complexer: de kwestie ging vooral over de vraag in hoeverre kunst de wereld kan veranderen. De jaren 2014-2019 waren wat dat betreft een periode van groot optimisme. Kunstenaars en curatoren kregen daadwerkelijk het idee dat kunst invloed op de maatschappij kon hebben – mede doordat die wereld zich meer naar het ‘democratische’ internet verplaatste. Steyerls installaties, ook in het Stedelijk, zitten vol met virtuele werelden, robots, avatars, computersimulaties, 3D-modellen. En nog belangrijker: als geen ander is ze in haar werk in staat al die verhalen, curieuze, spannende, veelzeggende verhalen te verknopen tot grote wereldwebben vol connecties en betekenissen. Nieuws, games, de politieke wortels van het modemerk Balenciaga: in haar films verbindt ze elke keer zoveel zichtbare en onzichtbare lagen van de geschiedenis dat het je al snel doet duizelen – maar dan is er altijd Steyerl, die je er met vaste hand doorheen laveert. Ze is een gids, een Messias, in een nieuwe, onbekende, ongrijpbare wereld. Een vrouw die je moeilijk niet kunt bewonderen.

Alleen: toen kwam corona. En brak de oorlog in Oekraïne uit. Twee totaal verschillende gebeurtenissen, met één belangrijke overeenkomst: ze zijn nadrukkelijk fysiek. Zowel corona als de Oekraïne-oorlog voeren ons terug naar het belang van ons lichaam, vlees en bloed en zenuwen die ineens worden aangetast, uitgeput, aangevallen, uiteengereten, vernietigd. Bij corona konden we dat met enige moeite nog wel bagatelliseren: het virus is onzichtbaar, patiënten liggen in cleane ziekenhuisbedden, we hebben geleerd wat we moeten doen om het te beheersen – min of meer. De oorlog in Oekraïne gaat een forse stap verder. Niet alleen zijn we er in een lange, vloeiende nieuwsstroom getuige van hoe gebouwen worden opgeblazen en steden vernietigd, maar vooral van de menselijke kwetsbaarheid. Lichamen slaan op de vlucht. Schuilen. Worden beschoten en gebombardeerd – uiteengereten. En dat, zomaar, ineens, op ons continent – en het nadert. Het besef dat Poetin onberekenbaar is en met één druk op de knop onze huizen, onze geliefden, onszelf kan vernietigen, en dat we daar niks aan kunnen doen. Daar is niks virtueels aan, en dat is ongetwijfeld ook de reden waarom zoveel mensen zo door deze oorlog worden geraakt.

Hito Steyerl, Dancing Mania (2020, video)
Foto Andrew Kreps Gallery, New York en Esther Schipper, Berlijn/ VG Bild-Kunst
Zaalzicht ‘Hell Yeah We Fuck Die’ (2016) en ‘Robots Today’ (2018) van Hito Steyerl in Stedelijk Museum Amsterdam.
Foto Peter Tijhuis/ Esther Schipper, Berlijn en Andrew Kreps Gallery, New York

Weggeblazen

En dus zag ik, toen ik na Berlijn terugging naar het Stedelijk, ineens een andere tentoonstelling. Interessant, nog steeds, maar het voelde nu ook academisch, theoretisch, afstandelijk. Steyerl is namelijk zo geabsorbeerd in de virtuele werkelijkheid dat ze het lichaam vergeet. Neem Hell Yeah We Fuck Die (2018), de openingsinstallatie van I Will Survive. Daarin worden robots getest op hun weerbaarheid in een oorlog (!), doordat de lab-medewerkers tegen ze trappen en duwen. Drie weken geleden was dat nog een interessante, licht cynische exercitie, nu, terwijl we dagelijks getuige zijn van de vele mensen die zelf worden vernietigd, voelt het ineens ongemakkelijk, vrijblijvend. Dat wordt versterkt door de sculpturen, afgeleid uit de film, die in de volgende zaal: twee mensfiguren, die zijn opgebouwd uit grote blauwe ‘pixels’: de kleine staat rechtop, de grote ligt languit op de grond. De mens, het slachtoffer, als verpixeld computermodel – en je wilt bijna schreeuwen: nee, het is omgekeerd!

Of neem de video Dancing Mania (2020), een van de weinige werken in de tentoonstelling die Steyerl maakte tijdens de corona--pandemie. Dancing Mania gaat over protest en is gebaseerd op technologie die wordt ingezet om de verspreiding van opstanden te beheersen. Steyerl draait dit om en laat in het werk de agenten dansen – virtuele agenten, virtueel dansend. Interessant, maar al kijkend voel je ineens hoezeer de tijd Steyerl in hoog tempo voorbij is geaccelereerd. Die cleanness, dat fascinerende geloof dat de virtuele wereld een alternatief zou kunnen worden voor de echte, is weggeblazen. Letterlijk. Het is een wonderlijke sensatie: alsof ik, door de Hito Steyerl-expositie in het Stedelijk verschillende malen te bezoeken, in het museum, live, getuige ben geweest van een historisch kantelpunt.

Lichamen

Dat gaat ongetwijfeld gevolgen hebben voor de kunst – in de eerste plaats de virtuele. Deze gebeurtenissen gaan ons opnieuw doen beseffen hoezeer wij, mensen, fysieke wezens zijn. Dat onze geest huist in een hoofd en wordt gedragen door armen, benen, een lichaam – onkwetsbare avatars op het internet zijn we niet, hoe verleidelijk dat soms ook leek. Kijk naar de slachtingen. De dreiging van een atoombom, die onze lichamen uitschakelt – en tegen welke achtergrond Steyerls werk ineens voelt als schone, virtuele theorie versus harde fysieke praktijk.

Geen misverstand: dat valt haar niet te verwijten. Als deze tijd ons iets leert is het dat er oneindig veel toekomstscenario’s mogelijk zijn. Een goede kunstenaar, zoals Steyerl, weet zo’n scenario krachtig en geloofwaardig te maken. Dat de geschiedenis nu de andere kant op gaat maakt haar werk niet minder goed, alleen minder urgent – en minder, laten we zeggen Messiaans, waarbij je in retrospectief best zou kunnen opmerken dat een titel als ‘I Will Survive’ misschien een tikje, nou ja, hoogmoedig is.

Kunst, engagement in de kunst, gaat de komende tijd ongetwijfeld veranderen. Minder virtueel, tikje minder parmantig misschien wel, minder allesomvattende wereldvisies. Tegelijk ben ik óók heel benieuwd naar wat Hito Steyerl nu gaat doen, want ze is een veel te krachtige kunstenaar om zo intens veel wereld zomaar aan zich voorbij te laten trekken. Dat is het mooie aan kunst: het geeft hoop op nieuwe perspectieven, hoe beroerd de situatie ook lijkt. Toen we het restaurant verlieten, zat Hito Steyerl daar te eten – een beetje verborgen, in een hoek. Het was twee uur ’s middags en een van de meest gelauwerde kunstenaars ter wereld at de late lunch van een lichaam dat extra energie nodig had na een inspannende gebeurtenis. Zoals een demonstratie.

Hito Steyerl. I Will Survive. T/m 12/6 in Stedelijk Museum, Amsterdam. Inl: stedelijk.nl
Hito Steyerl, How Not to Be Seen: A Fucking Didactic Educational .MOV File (2013, video)
Foto Andrew Kreps Gallery, New York en Esther Schipper, Berlijn/ VG Bild-Kunst
Zaalzicht met ‘Drill’ (2019) van Hito Steyerl in Stedelijk Museum, Amsterdam.
Foto Peter Tijhuis/ Esther Schipper, Berlijn en Andrew Kreps Gallery, New York